Op deze pagina maak je zelf werkbladen met de tafels. Je vinkt aan welke tafels erop komen, van 1 tot en met 12. Dat mag er één zijn, maar ook drie tegelijk, want een leerkracht oefent deze week vaak tafel 3, 4 en 6 en niet één los. Er staan snelknoppen bij voor alle tafels, voor 1 tot en met 5 en voor 6 tot en met 10. Neem in het begin één tafel tegelijk en zet er pas een tweede bij als de eerste vastzit. Je kiest ook hoe de som eruitziet: met de tafel voorop (7 × 1, 7 × 2) of met de tafel achteraan (1 × 7, 2 × 7). Dat zijn twee verschillende rijtjes om uit het hoofd te leren. Een kind dat alleen het eerste kent, twijfelt bij het tweede. Elke tafel loopt tot en met 10, dus van 7 × 1 tot 7 × 10. Verder kies je of er 30, 45 of 60 sommen op het blad komen. De keuze komt in het webadres te staan, dus je kunt een werkblad doorsturen naar een collega of naar de ouders. Elke keer dat je een werkblad maakt, krijg je nieuwe sommen. Het is gratis en je hebt geen account nodig.
Neem één tafel tegelijk en blijf daarbij tot hij zit. Twee tafels door elkaar oefenen terwijl de eerste nog wankelt, levert alleen verwarring op. Zeg het rijtje eerst samen hardop op, van 1 tot en met 10. Daarna door elkaar, want dat is pas het echte werk. Een kind dat de tafel van 7 alleen op volgorde kent, moet bij 7 × 6 nog steeds tellen. Laat de sommen die blijven hangen apart op een briefje zetten. Meestal zijn dat er maar drie of vier per tafel en dan wordt de berg ineens klein. Vaak zijn het dezelfde lastige: 6 × 7, 7 × 8 en 8 × 6. Help ook met wat je al weet. Keer 4 is twee keer verdubbelen en keer 9 is keer 10 met één keer eraf: 9 × 7 is 70 min 7. En omdat 7 × 8 hetzelfde is als 8 × 7, leer je met één som meteen twee. Vijf minuten per dag werkt beter dan een half uur op zondag.

Bij de tafels werken oefenen op papier en online goed samen. Op papier zie je achteraf welke sommen zijn overgeslagen of steeds fout gaan en dat zijn precies de sommen om apart te oefenen. Op het scherm ziet een kind na elke som meteen of het klopt, dus een fout slijt er niet in. Online gaat het bovendien sneller: in vijf minuten komen er meer sommen langs dan op een heel werkblad. Print dus gerust een werkblad en laat een kind daarnaast online oefenen op Rekendiploma. Daar staan de tafels van 1 tot en met 12, elk met vijf sterren. Een paar extra’s maken het oefenen leuk: per onderdeel verdient een kind sterren en er is een diploma om naartoe te werken. Er zijn er drie: brons voor de tafels 1, 2, 3, 4, 5 en 10, zilver voor 1 tot en met 10 en goud voor diezelfde tafels op tijd. Dat laatste is een andere oefening dan de rest, want daar telt niet alleen of het klopt maar ook hoe snel het gaat. Het diploma is printbaar. Zitten de tafels eenmaal vast, dan zijn de werkbladen delen de volgende stap, want een deeltafel is dezelfde som omgekeerd. En wie grotere keersommen onder elkaar wil leren uitrekenen, vindt dat bij cijferend vermenigvuldigen.
Dezelfde stof staat er in twaalf onderdelen met vijf sterren.
Een kind ziet meteen of een som klopt, en kan er een printbaar diploma mee halen.