Op deze pagina maak je zelf werkbladen met sommen tot 100. Bij deze sommen gaat het niet alleen om hoe groot de getallen zijn, maar ook om wat voor getal erbij komt. 30 + 40 is heel ander werk dan 34 + 7, terwijl ze allebei onder de 100 blijven. Daarom kies je per soort som: alleen ronde tientallen (30 + 40), een tiental erbij (34 + 20), een getal onder de 10 erbij (34 + 5), of over het tiental heen (34 + 28). Een goede volgorde is om ze in dit rijtje af te werken. Twijfel je waar een kind staat, begin dan een stapje lager: een werkblad dat vlot gaat, geeft vertrouwen voor het volgende. Verder zijn er werkbladen met de vrienden van 100 (zoals 40 + … = 100) en met stipsommen. Daarbij staan de puntjes niet achteraan maar in het midden, zoals bij 40 + … = 100. Elke keer dat je een werkblad maakt, krijg je nieuwe sommen. Het is gratis en je hebt geen account nodig.
Bij sommen tot 100 zit het lastige punt in de sprong over het tiental. Bij 48 + 7 gaat een kind eerst met 2 naar de 50, en daarna nog 5 verder. Veel scholen gebruiken daarvoor een lege getallenlijn: je tekent een streep, en een kind zet de sprongen erop. Zo wordt zichtbaar wat er in het hoofd gebeurt. Er zijn meer manieren om zo’n som op te lossen en niet elke school leert dezelfde. De ene klas maakt sprongen op de getallenlijn, de andere splitst 48 eerst in 40 en 8. Merk je dat een kind een som lastig vindt, houd dan juist vast aan de manier van school. Een tweede aanpak ernaast maakt het op zo’n moment alleen maar verwarrender. Weet je niet precies hoe ze het in de klas doen, dan kan een kind het je vaak zelf laten zien. Of je vraagt het even aan de leerkracht. Lukt het nog niet, ga dan een stap terug naar sommen die niet over het tiental heen gaan, totdat die vlot gaan. Oefen ook de ronde tientallen los. Wie 30 + 40 zonder nadenken weet, houdt bij 34 + 47 aandacht over voor het moeilijke deel.

Op papier en online oefenen vullen elkaar goed aan, zeker bij sommen tot 100. Bij een werkblad blijft alles op papier staan: jij ziet achteraf hoe een kind een som heeft aangepakt en waar het nog hapert. Online ziet een kind na elke som meteen of hij klopt, en maakt het in korte tijd veel sommen. Leg er wel een kladblaadje naast, want ook online kan een kind de sprongen op een getallenlijn tekenen. Het werkblad laat jou dus zien waar je kunt helpen, en online oefenen zorgt dat de sommen steeds vlotter gaan. Voor het online oefenen is er Rekendiploma. Per onderdeel verdient een kind sterren. Onderweg komen er dieren of monstertjes uit de eieren. Zo blijft het leuk om telkens nog een rondje te doen.
Je oefent er sommen tot 20 in twaalf onderdelen met vijf sterren. Dat is de stof die onder deze werkbladen ligt.
Een kind ziet meteen of een som klopt, en kan er een printbaar diploma mee halen.