Op deze pagina maak je werkbladen waarop de sommen onder elkaar staan. Boven de kolommen staan letters als H, T en E: honderdtallen, tientallen en eenheden. Die hokjes doen het echte werk, want ze houden de eenheden onder de eenheden en de tientallen onder de tientallen. Op een leeg vel schuiven de cijfers al snel een beetje op en dan klopt de uitkomst niet, terwijl een kind wel goed heeft nagedacht. Je kiest of de getallen twee, drie of vier cijfers hebben. Belangrijker is de tweede keuze: met of zonder onthouden bij plussommen, met of zonder lenen bij minsommen. Daar zit de moeilijkheid, niet in de grootte van de getallen. Begin daarom met sommen zonder onthouden of lenen. Zet de volgende stap pas als dat vlot gaat. Je kiest ook hoeveel sommen er op een blad staan: 12, 20 of 30. Elke keer dat je een werkblad maakt, krijg je nieuwe sommen. Het is gratis en je hebt geen account nodig.
Bij onder elkaar rekenen gaat het vaak mis op een plek die je niet verwacht: niet in het rekenen, maar in het opschrijven. Staat een cijfer een kolom te ver, dan klopt de uitkomst niet. De hokjes op het werkblad helpen daarbij: elk cijfer krijgt een eigen vakje en de letters erboven laten zien welke kolom welke is. Laat een kind per kolom hardop vertellen wat het doet. Wie kan uitleggen waarom er iets onthouden of geleend moet worden, snapt wat er gebeurt. Lukt dat nog niet, zeg de denkstappen dan eerst zelf hardop en laat een kind je daarna nadoen. Blijft onthouden of lenen lastig, maak het dan zichtbaar met geld: tien munten van 1 euro zijn samen één briefje van 10, en een briefje van 10 kun je weer wisselen voor tien munten. Houd daarbij de manier van school aan. Scholen verschillen in hoe ze dit aanleren: waar het onthouden cijfer komt te staan en hoe je lenen opschrijft. Laat je thuis een andere manier zien, dan moet een kind twee manieren uit elkaar houden en dat is juist bij een lastige som te veel.

Onder elkaar optellen en aftrekken oefen je het best op papier. Op het werkblad staan hokjes, zodat elk cijfer in de goede kolom komt. En omdat alles op papier blijft staan, zie je achteraf waar een som misging: stond er een cijfer in de verkeerde kolom of ging het rekenen zelf mis? Toch rust elke som onder elkaar op iets wat een kind uit het hoofd moet weten. In elke kolom staat namelijk een kleine som, zoals 7 + 5 of 13 − 8. Hoe vlotter die gaan, hoe meer aandacht er overblijft voor het onthouden en lenen. Die basissommen kan een kind online oefenen op Rekendiploma. Een kind ziet daar na elke som meteen of het klopt. Een paar extra’s maken het oefenen leuk: per onderdeel verdient een kind sterren en onderweg komen er dieren of monstertjes uit de eieren. Onder elkaar rekenen komt pas aan de beurt als het uit het hoofd rekenen goed gaat. Twijfel je daarover, kijk dan eerst bij de werkbladen sommen tot 100 of sommen tot 1.000.
Je oefent er sommen tot 20 in twaalf onderdelen met vijf sterren. Dat is de stof die onder deze werkbladen ligt.
Een kind ziet meteen of een som klopt, en kan er een printbaar diploma mee halen.