Op deze pagina maak je werkbladen waarop keersommen onder elkaar staan. Elk cijfer krijgt een eigen hokje, zodat de kolommen recht blijven. Je kiest niet op hoe groot de getallen zijn, maar op het getal waar je mee vermenigvuldigt. Daar zit namelijk de echte stap. Bij keer één cijfer schrijft een kind één rij tussenantwoorden op, zoals bij 346 × 4. Bij keer twee cijfers zijn het er twee (zoals bij 46 × 27) en die moeten daarna ook nog bij elkaar opgeteld worden. Het werkblad houdt daar plaats voor vrij, met een tweede streep voor die optelling. Daartussen zit nog een makkelijkere stap: keer een rond getal, zoals 46 × 30 of 46 × 100. Begin bij keer één cijfer en ga pas verder als dat vlot gaat. Elke keer dat je een werkblad maakt, krijg je nieuwe sommen. Het is gratis en je hebt geen account nodig.
Kijk eerst naar de tafels, want daar valt het vaakst de winst te halen. Elke keersom onder elkaar is een rijtje tafelsommen achter elkaar. Wie bij 7 × 8 nog moet nadenken, houdt geen aandacht over voor het opschuiven en het onthouden. Gaat het daarna nog mis, laat een kind dan per stap hardop vertellen wat het doet. Wie kan uitleggen waarom een tussenantwoord een plek opschuift, snapt wat er gebeurt. Lukt dat nog niet, zeg de stappen dan eerst zelf hardop en laat een kind je daarna nadoen. Bij keer twee cijfers zit de moeilijkheid meestal in die verschuiving. Bij 46 × 27 reken je eerst 46 × 7 en daarna 46 × 2, maar die 2 staat op de plek van de tientallen. Het tweede tussenantwoord schuift dus een plek naar links. Veel kinderen leren daar een 0 op te schrijven, zodat de lege plek niet vergeten wordt. Houd daarbij de manier van school aan, want scholen verschillen hierin: de een zet er een 0, de ander een streepje. Twee manieren naast elkaar maakt het juist bij een lastige som te veel. Weet je niet hoe ze het in de klas doen, dan kan een kind het je vaak zelf laten zien.

Onder elkaar vermenigvuldigen oefen je het best op papier. De hokjes houden de kolommen recht en omdat alle tussenantwoorden blijven staan, zie je achteraf precies waar een som misging. Toch rust elke keersom onder elkaar op de tafels. Die moeten er zonder nadenken uit komen en daar helpt online oefenen beter bij dan een werkblad. Een kind ziet na elke som meteen of het klopt en maakt er in korte tijd veel. Op Rekendiploma staan de tafels van 1 tot en met 12, elk met vijf sterren. Een paar extra’s maken het oefenen leuk: per onderdeel verdient een kind sterren en onderweg komen er dieren of monstertjes uit de eieren. Zitten de tafels nog niet vast, begin dan bij de werkbladen tafels en kom hier later terug. Gaat het vermenigvuldigen onder elkaar vlot, dan is cijferend delen de volgende stap. De staartdeling leunt zwaar op het vermenigvuldigen.
Je oefent er tafels in twaalf onderdelen met vijf sterren. Dat is de stof die onder deze werkbladen ligt.
Een kind ziet meteen of een som klopt, en kan er een printbaar diploma mee halen.