Op deze pagina maak je werkbladen met sommen als 3/4 van 20. Anders dan bij de andere breukensommen komt er hier een heel getal uit en dat is precies waar het om gaat. Een breuk is niet alleen een getal op zich, het is ook een stuk van iets. Je kiest of er één deel gevraagd wordt (zoals 1/4 van 20) of meerdere delen (zoals 3/4 van 20). Dat eerste is een stap makkelijker, dus begin daar. Daarnaast kies je hoe groot de aantallen worden: tot 30, tot 100 of tot 500. Houd die aantallen klein zolang de manier nog nieuw is, want grote getallen leiden af van waar het om draait. Alle sommen gaan precies op, dus er komt nooit een half antwoord uit. Elke keer dat je een werkblad maakt, krijg je nieuwe sommen. Het is gratis en je hebt geen account nodig.
Een deel van een aantal reken je uit in twee stappen. Bij 3/4 van 20 deel je eerst door het onderste getal, de noemer: 20 : 4 = 5. Dat is één vierde deel. Daarna vermenigvuldig je met het bovenste getal, de teller: 3 × 5 = 15. Laat een kind die twee stappen echt apart opschrijven, op het werkblad of op kladpapier. Wie het in één keer probeert, haalt de teller en de noemer al snel door elkaar. Maak het ook een keer zichtbaar met twintig knopen, verdeeld over vier stapeltjes. Dan zie je dat één stapeltje een vierde deel is en dat je er drie nodig hebt. Laat een kind daarna hardop vertellen wat het doet. Wie kan uitleggen wat de twee stappen betekenen, snapt wat er gebeurt. Lukt dat nog niet, zeg de stappen dan eerst zelf hardop en laat een kind je nadoen. Gaat de eerste stap mis? Dan zit het probleem meestal niet in de breuk, maar in de deelsom. Oefen dan eerst de deelsommen en de tafels. Merk je dat een kind het lastig blijft vinden, houd dan vast aan de manier van school. Anders moet een kind twee manieren uit elkaar houden.

Op papier zie je achteraf allebei de stappen staan en daarmee ook welke van de twee misging: de deelsom of het vermenigvuldigen. Online gaat het sneller en ziet een kind na elke som meteen of het klopt. Dat helpt vooral als de manier zelf al duidelijk is en het alleen nog vlotter moet. Wat eronder ligt is het begrip van breuken: weten dat 1/4 één van de vier gelijke stukken is. Dat oefent een kind op Rekendiploma, in twaalf onderdelen met vijf sterren. Een paar extra’s maken het oefenen leuk: per onderdeel verdient een kind sterren en onderweg komen er zeedieren uit de eieren. Loopt het vast op die eerste deelsom, oefen dan verder bij de werkbladen delen. Wil een kind rekenen met breuken onderling, dan is breuken vermenigvuldigen en delen de volgende stap. 3/4 van 20 en 3/4 × 20 zijn namelijk precies dezelfde som, alleen anders opgeschreven.
Je oefent er breuken begrijpen in twaalf onderdelen met vijf sterren. Dat is de stof die onder deze werkbladen ligt.
Een kind ziet meteen of een som klopt, en kan er een printbaar diploma mee halen.