Een half, 50 procent en 0,5 zijn hetzelfde getal. Op deze pagina maak je werkbladen om daartussen heen en weer te rekenen. Je kiest welke twee schrijfwijzen het worden en welke kant je op gaat. Van breuk naar procent, van procent naar breuk, van procent naar kommagetal, of andersom. Er zijn ook werkbladen waarop alle drie de schrijfwijzen naast elkaar staan en je er twee moet invullen. Begin met één kant op (bijvoorbeeld van breuk naar procent) en pak allebei de kanten pas als dat vlot gaat. Bij de bekende breuken blijft het bij de getallen die een kind uit het hoofd hoort te kennen (zoals 1/2, 1/4 en 1/10). Boven elk werkblad staat wat er precies gevraagd wordt, want aan 9/10 = alleen zie je niet of er een procent of een kommagetal moet komen. Elke keer dat je een werkblad maakt, krijg je nieuwe opgaven. Het is gratis en je hebt geen account nodig.
Zorg eerst dat een stuk of vijf breuken er zonder nadenken uit komen. 1/2 is 50 procent, 1/4 is 25 procent, 3/4 is 75 procent, 1/10 is 10 procent en 1/5 is 20 procent. Wie die kent, rekent de rest erbij. Voor 3/5 hoef je dan alleen te weten dat 1/5 twintig procent is. Van procent naar kommagetal is daarnaast een vaste stap: deel door honderd, dus de komma schuift twee plekken naar links. 25 procent wordt 0,25 en andersom schuift de komma twee plekken naar rechts. Laat een kind dat niet als trucje uit het hoofd leren, maar een paar keer hardop zeggen wat er gebeurt. Dan blijft het beter hangen. Maak het een keer zichtbaar met iets wat een kind kent: een strook van honderd hokjes, waarvan er vijftig gekleurd zijn. Dat is tegelijk een half, 50 procent en 0,5. Loopt het vast, kijk dan of de breuken zelf al duidelijk zijn. Wie niet ziet dat 5/10 hetzelfde is als 1/2, komt bij procenten ook niet ver.

Omrekenen is vooral een kwestie van herhaling: hoe vaker een kind dezelfde paren tegenkomt, hoe sneller ze erin zitten. Op papier zie je achteraf welke paren nog niet vastzitten. Online komt een kind er in korte tijd veel tegen en ziet het na elke opgave meteen of het klopt. Wat eronder ligt is het begrip van breuken zelf. Dat oefent een kind op Rekendiploma, in twaalf onderdelen met vijf sterren. Een paar extra’s maken het oefenen leuk: per onderdeel verdient een kind sterren en onderweg komen er zeedieren uit de eieren. Komen de breuken zelf nog niet vanzelf, begin dan bij breuken vereenvoudigen. Wie weet dat 5/10 hetzelfde is als 1/2, ziet ook sneller dat het 50 procent is. Rekenen met breuken oefen je bij breuken optellen en aftrekken en bij breuken vermenigvuldigen en delen.
Je oefent er breuken begrijpen in twaalf onderdelen met vijf sterren. Dat is de stof die onder deze werkbladen ligt.
Een kind ziet meteen of een som klopt, en kan er een printbaar diploma mee halen.