Op deze pagina maak je zelf werkbladen met sommen tot 1.000. Bij deze getallen komt er een nieuwe sprong bij: een som kan nu ook over het honderdtal heen gaan. Tot 100 werk je met tientallen en getallen onder de 10, en hier komen de honderdtallen erbij. 380 + 250 is daardoor iets heel anders dan 380 + 40, ook al blijven ze allebei onder de 1.000. Daarom kies je per soort som, van alleen ronde honderdtallen (300 + 400) tot sommen die over het honderdtal heen gaan (380 + 250). Werk die soorten sommen het liefst van makkelijk naar moeilijk af. Begin gerust met de ronde honderdtallen: 300 + 400 is eigenlijk 3 + 4 met twee nullen erachter, dat geeft vertrouwen. De sprong over het honderdtal werkt daarna precies zoals die over het tiental, alleen met grotere stappen. Bij 380 + 40 ga je eerst met 20 naar de 400, en dan nog 20 verder. Verder zijn er werkbladen met de vrienden van 1.000 (zoals 400 + … = 1000) en stipsommen (zoals 380 + … = 630). Elke keer dat je een werkblad maakt, krijg je nieuwe sommen. Het is gratis en je hebt geen account nodig.
Laat een kind hardop vertellen wat het doet. Wie een som kan uitleggen, snapt het beter. Lukt dat nog niet, doe het dan eerst zelf voor: zeg stap voor stap hardop wat je denkt en laat een kind daarna hetzelfde doen. Zo hoort een kind hoe je een grote som in kleinere stappen aanpakt. Grote getallen zien er moeilijk uit, maar het rekenwerk is hetzelfde als tot 100. Het helpt om de tussenstappen zichtbaar te maken, dus stimuleer een kind om altijd kladpapier te gebruiken. Ook als het denkt dat het wel uit het hoofd gaat. Op papier kan een kind elke stap opschrijven of tekenen, en zie je samen waar het misgaat. Merk je dat een som lastig blijft, houd dan vast aan de manier van school. Op school bouwen ze een aanpak jaar na jaar op, en elke stap leunt op wat een kind eerder heeft geleerd. Laat je thuis een andere route zien, dan moet een kind ineens twee manieren uit elkaar houden en dat is juist bij een lastige som te veel. Weet je niet precies hoe ze het in de klas doen, dan kan een kind het je vaak zelf laten zien. Of je vraagt het even aan de leerkracht. Oefen de ronde honderdtallen ook apart: 300 + 400 hoort net zo vanzelfsprekend te worden als 3 + 4. Loopt een kind vast bij de sprong over de honderd, ga dan eerst terug naar sommen die daar niet overheen gaan.

Bij sommen tot 1.000 werken oefenen op papier en online goed samen. Op een werkblad zie je achteraf alle tussenstappen die een kind heeft opgeschreven en daarmee precies waar een som misging. Online ziet een kind na elke som meteen of hij klopt en oefent het in korte tijd veel sommen achter elkaar. Leg er ook dan kladpapier naast: juist bij grote getallen helpt het om de tussenstappen op te schrijven. Zo leert een kind op papier hoe het een som aanpakt en wordt het online steeds vlotter. Voor het online oefenen heeft Rekendiploma goede oefeningen en een paar extra’s die het oefenen leuk maken. Per onderdeel verdient een kind sterren en onderweg komen er dieren of monstertjes uit de eieren. Zijn deze sommen nog te groot, doe dan een stap terug naar de werkbladen sommen tot 100. De opbouw is hetzelfde en de sprongen werken precies zo, alleen met kleinere getallen. Bij grote getallen leren kinderen op een gegeven moment ook om sommen onder elkaar te zetten. Is een kind daaraan toe, kijk dan bij cijferend optellen en aftrekken. Daar staan de sommen in hokjes, zodat de getallen netjes onder elkaar blijven: enen onder enen, tientallen onder tientallen.
Je oefent er sommen tot 20 in twaalf onderdelen met vijf sterren. Dat is de stof die onder deze werkbladen ligt.
Een kind ziet meteen of een som klopt, en kan er een printbaar diploma mee halen.