Heb je van de juf of meester een klassenwachtwoord gekregen?
Log dan in om rekendiploma's te halen!
Op deze pagina oefent een kind alle sommen tot 20, gratis en zonder account. Er zijn twaalf onderdelen, elk met vijf sterren die oplopen in moeilijkheid. Het begint bij splitsen en de vriendjes van 10. Het eindigt met vleksommen, waarin een kind zelf het ontbrekende getal invult. Die vriendjes van 10 zijn niet zomaar het begin. Een kind dat weet dat 7 en 3 samen 10 zijn, rekent 7 + 5 uit door eerst naar de 10 te stappen: 7 + 3 = 10, daarna nog 2 erbij. Zonder die kennis blijft het tellen op de vingers. Voor elke ster die een kind haalt, komt er een dier uit een ei. Bij de laatste ster moet het antwoord meteen komen, want deze sommen liggen onder alles wat daarna komt: rekenen tot 100, de tafels, delen. Er zijn op Rekendiploma drie diploma’s te halen. Brons voor de sommen tot 20 zonder tienoverschrijding, zilver voor alles door elkaar. Goud voor diezelfde sommen, maar dan sneller. Je print de diploma’s uit met de naam van een kind erop.



Splitsen betekent een getal in twee stukken verdelen. 7 is 3 en 4, of 5 en 2, of 6 en 1. De vriendjes van 10 zijn de splitsingen die samen precies 10 maken: 1 en 9, 2 en 8, 3 en 7, 4 en 6, en 5 en 5. Op sommige scholen heten ze verliefde hartjes. Wie weet dat 3 en 7 samen 10 zijn, weet ook dat 7 en 3 dat doen. Die vijf paren zijn belangrijker dan ze lijken, want daarmee reken je over het tiental heen. Aan het eind van groep 3 is het fijn als kinderen de splitsingen tot 10 uit het hoofd kennen. Je hoort het verschil meteen: een kind dat even stil valt om na te denken of dat zijn vingers erbij pakt, is nog aan het uitrekenen in plaats van aan het weten. Dat is geen reden tot zorg, maar wel het signaal om hier nog even bij stil te staan voordat je verdergaat met plus- en minsommen. Op Rekendiploma staan splitsen en de vriendjes van 10 daarom als eerste twee onderdelen. Thuis oefen je het zonder scherm: leg tien knikkers neer en dek er een paar af, laat een kind raden hoeveel er onder je hand liggen.

Dat begint in groep 3. Het jaar start met splitsen en sommen tot 10. In de tweede helft komen de sommen tot 20 erbij. Eerst de makkelijke, zoals 12 + 3, waarbij je niet over de 10 heen hoeft. Daarna volgt de grote stap: rekenen over het tiental. In groep 4 moeten de sommen tot 20 er echt in slijten, terwijl het rekenen ondertussen doorloopt tot 100 en de eerste tafels erbij komen. Pas als 8 + 5 er zonder nadenken uit komt, houdt een kind ruimte over voor dat nieuwe werk. Ook in groep 5 komen deze sommen nog terug, al wordt er dan niet meer apart bij stilgestaan. Wat er wanneer aan bod komt, hangt verder af van de rekenmethode van de school. Hoe ver je kind is, merk je zelf snel genoeg. Telt het nog op zijn vingers, of valt het even stil voordat het antwoord komt, dan zit de som er nog niet in. Loopt een kind in groep 4 vast op de tafels, kijk dan eerst op Rekendiploma of de sommen tot 20 er echt in zitten.
Werk van klein naar groot en sla geen stap over. Splitsen en de vriendjes van 10 komen eerst, dan de sommen tot 10. Pas daarna de sommen tot 20. De lastigste stap zijn sommen over het tiental. Maak die eerst zichtbaar, in plaats van hem meteen te laten uitrekenen. Een eierdoos met tien gaatjes werkt goed: een kind ziet dat de doos eerst vol moet, en dat de rest daarnaast komt. Zeg er samen hardop bij wat je doet. Of laat een kind het daarna zelf tekenen. Blijft een kind op de vingers tellen, ga dan terug naar de vriendjes van 10 in plaats van meer sommen te maken. Dat voelt als een stap terug, maar het is de snelste weg vooruit. Kort en vaak werkt beter dan lang en zelden. Dus vijf minuten per dag is genoeg. Oefen ook eens zonder scherm. De onderdelen op Rekendiploma staan op volgorde. Een kind kan een onderdeel meerdere keren oefenen.
Een kind kan op Rekendiploma meteen beginnen, zonder account en zonder inlog. De voortgang blijft dan bewaard op het apparaat waarop het oefent. Met een gratis ouderaccount zie je de sterren van je kind op elk apparaat terug. Je ziet in één oogopslag welke onderdelen al af zijn en welke nog moeizaam gaan, zodat je gericht kunt oefenen. Je print de diploma’s wanneer het jou uitkomt, ook weken later nog. Als leerkracht maak je een klas aan met een klaswachtwoord en de voornamen van je leerlingen. Kinderen kiezen zelf hun naam uit de lijst, dus hebben geen e-mailadres nodig. In het dashboard zie je per kind welk onderdeel af is en waar het blijft steken. Je hoeft niets te installeren, een browser is genoeg. Wisselt een kind van apparaat, dan gaat het verder waar het gebleven was.