Welkom!
Haal je deeldiploma.
0 / 60 ⭐
1
Delen door 1
★★★★★
🚀 Start
2
Delen door 2
★★★★★
🚀 Start
3
Delen door 3
★★★★★
🚀 Start
4
Delen door 4
★★★★★
🚀 Start
5
Delen door 5
★★★★★
🚀 Start
6
Delen door 6
★★★★★
🚀 Start
7
Delen door 7
★★★★★
🚀 Start
8
Delen door 8
★★★★★
🚀 Start
9
Delen door 9
★★★★★
🚀 Start
10
Delen door 10
★★★★★
🚀 Start
11
Delen door 11
★★★★★
🚀 Start
12
Delen door 12
★★★★★
🚀 Start
🥉
Diploma brons
Deeltafels 1, 2, 3, 4, 5 en 10
🚀 Start
🥈
Diploma zilver
Deeltafels 1 t/m 10
🚀 Start
🥇
Diploma goud
Deeltafels 1 t/m 10 ⏱️
🚀 Start

Inloggen om rekendiploma's te halen!

Heb je van de juf of meester een klassenwachtwoord gekregen?
Log dan in om rekendiploma's te halen!

1
Voer het klassenwachtwoord in
2
Klik op jouw naam
3
Jouw voortgang wordt automatisch opgeslagen

Wachtwoord klas 🔑

Wat zijn deelsommen en deeltafels?

Een deelsom is een som waarbij je eerlijk verdeelt, zoals 12 : 3 = 4. Denk aan twaalf knikkers over drie kinderen: ieder krijgt er vier. Je kunt dezelfde som ook lezen als: hoe vaak past 3 in 12? Die 3 zijn dan geen kinderen, maar knikkers per kind. Wie beide manieren kent, kiest vanzelf de handigste: bij 100 : 25 zie je zo dat 25 er vier keer in past. De basis ligt in groep 4, bij de tafels: een deelsom is een tafelsom die je omgekeerd leest. Weet een kind dat 4 × 3 = 12, dan is 12 : 3 = 4 nog maar een kleine stap. In groep 5 komen die sommen terug, zoals 8 : 4 en 12 : 3. De deeltafel van 3 is op Rekendiploma dat rijtje op volgorde: 3 : 3, 6 : 3, 9 : 3, tot en met 30 : 3. Gaat delen nog moeizaam, dan komt dat vaak doordat de tafels er nog niet goed in zitten. Laat een kind dan eerst de tafels oefenen.

Flip, het roze monstertje van Rekendiploma, zwaait met zijn armen omhoog

Hoe oefen je deelsommen het beste?

Kort en vaak oefenen werkt beter dan lang en zelden. Vijf tot tien minuten per dag levert meer op dan een uur in het weekend. Laat een kind bij één deeltafel beginnen en pas verdergaan als die er echt in zit. Elke deeltafel op Rekendiploma heeft vijf sterren die oplopen in moeilijkheid. Een kind begint met een visuele som met een afbeelding of met een hulpzin erbij. Daarna volgen er ook kale sommen: eerst als meerkeuze en daarna zelf invullen. Bij de laatste ster is er geen plaatje en geen hulp meer. Gaat het oefenen nog moeizaam, pak er thuis dan echt materiaal bij: knikkers of blokjes. Wat een kind met zijn handen doet, kan het daarna in zijn hoofd. Laat de sommen ook eens hardop opzeggen, want dat gaat net anders dan intypen. Zakt het tempo, stop dan en pak het de volgende dag weer op. Gaat een ronde mis, dan doet een kind hem gewoon opnieuw.