Heb je van de juf of meester een klassenwachtwoord gekregen?
Log dan in om rekendiploma's te halen!
Op deze pagina oefent een kind met breuken optellen en aftrekken. Er zijn twaalf onderdelen, elk met vijf sterren die oplopen in moeilijkheid. Het begint makkelijk, met sommen waarin de noemer hetzelfde is: 1/4 + 2/4. Daarna komen breuken met verschillende noemers, die je eerst gelijknamig moet maken. Pas als de noemers hetzelfde zijn, kun je optellen. Voor elke ster die een kind haalt, gaat er een vangbal open met een monster erin. Bij de laatste ster hoeft het antwoord niet snel te komen. Het gaat erom of een kind de stappen echt beheerst, fouten maken mag! Er zijn op Rekendiploma drie diploma’s te halen. Brons voor gelijke noemers, zilver voor ongelijke noemers en goud voor alles door elkaar. Print ze uit met de naam van je kind erop. Oefenen kan op elk apparaat en is gratis, ook zonder account.



Kijk eerst naar de noemers. Zijn ze hetzelfde, dan tel je alleen de tellers op: 1/4 + 2/4 = 3/4, want de stukken zijn even groot. Aftrekken werkt op dezelfde manier, dan haal je de tellers van elkaar af. Er komt een stap bij als de noemers verschillen. 1/2 + 1/3 kun je niet zomaar optellen, want die stukken zijn niet even groot. Daarom maak je ze eerst gelijk: je zoekt een getal waar allebei de noemers in passen, en dat vind je meestal in de tafels. Bij 2 en 3 is dat 6, dus wordt de som 3/6 + 2/6 = 5/6. Dat heet gelijknamig maken. Een veelgemaakte fout is alles optellen: 1/2 + 1/3 = 2/5. Het gelijknamig maken is dus de stap waar het meestal misgaat, niet het optellen zelf. Daarom oefent een kind die stap op Rekendiploma apart.

Kinderen leren breuken optellen en aftrekken in groep 7. In groep 6 leren kinderen wat een breuk is, hoe je hem vereenvoudigt en welke breuken hetzelfde betekenen. In groep 7 komt het rekenen erbij. Eerst met gelijke noemers en later met ongelijke. Daar hoort ook bij dat je de uitkomst zo klein mogelijk opschrijft. In groep 8 volgen vermenigvuldigen en delen, maar ook de stap naar procenten en kommagetallen. Wat er in welk jaar aan bod komt, hangt af van de rekenmethode van de school. Loopt een kind vast op gelijknamig maken, dan zit het probleem meestal een jaar eerder. Een kind dat niet ziet dat 2/4 hetzelfde is als 1/2, kan ook niet bedenken naar welke noemer het moet omrekenen. Kijk dus eerst of die basis er echt in zit. Daar is op Rekendiploma een apart onderdeel voor: breuken oefenen.
Neem één stap tegelijk. Begin met sommen waarin de noemers gelijk zijn, zoals 1/4 + 2/4. Pas als die vlot gaan, komen de sommen erbij waarbij je eerst gelijknamig moet maken. Oefen die twee niet door elkaar: dan is een kind vooral bezig met de vraag welke stap nodig is, in plaats van met de som zelf. Gaat het nog stroef, teken de breuken er dan bij. Kort en vaak werkt beter dan lang en zelden. Dus vijf tot tien minuten per dag is genoeg. De onderdelen op Rekendiploma staan op volgorde van makkelijk naar moeilijk en elk onderdeel bouwt voort op het vorige. Elk onderdeel heeft vijf sterren, van sommen met een plaatje erbij tot zelf uitrekenen zonder hulp. Je kunt een onderdeel meerdere keren oefenen.
Een kind kan op Rekendiploma meteen beginnen, zonder account en zonder inlog. De voortgang blijft dan bewaard op het apparaat waarop het oefent. Met een gratis ouderaccount zie je de sterren van je kind op elk apparaat terug. Je ziet in één oogopslag welke onderdelen al af zijn en welke nog moeizaam gaan, zodat je gericht kunt oefenen. Je print de diploma’s wanneer het jou uitkomt, ook weken later nog. Als leerkracht maak je een klas aan met een klaswachtwoord en de voornamen van je leerlingen. Kinderen kiezen zelf hun naam uit de lijst, dus hebben geen e-mailadres nodig. In het dashboard zie je per kind welk onderdeel af is en waar het blijft steken. Je hoeft niets te installeren, een browser is genoeg. Wil je stoppen, dan verwijder je de klas en zijn de gegevens weg.