Welkom!
Haal je diploma breuken optellen & aftrekken.
0 / 60 ⭐
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
★★★★★
🚀 Start
🥉
Diploma brons
Gelijke noemer
🚀 Start
🥈
Diploma zilver
Ongelijke noemer
🚀 Start
🥇
Diploma goud
Alles door elkaar
🚀 Start

Inloggen om rekendiploma's te halen!

Heb je van de juf of meester een klassenwachtwoord gekregen?
Log dan in om rekendiploma's te halen!

1
Voer het klassenwachtwoord in
2
Klik op jouw naam
3
Jouw voortgang wordt automatisch opgeslagen

Wachtwoord klas 🔑

Hoe tel je breuken op?

Kijk eerst naar de noemers. Zijn ze hetzelfde, dan tel je alleen de tellers op: 1/4 + 2/4 = 3/4, want de stukken zijn even groot. Aftrekken werkt op dezelfde manier, dan haal je de tellers van elkaar af. Er komt een stap bij als de noemers verschillen. 1/2 + 1/3 kun je niet zomaar optellen, want die stukken zijn niet even groot. Daarom maak je ze eerst gelijk: je zoekt een getal waar allebei de noemers in passen, en dat vind je meestal in de tafels. Bij 2 en 3 is dat 6, dus wordt de som 3/6 + 2/6 = 5/6. Dat heet gelijknamig maken. Een veelgemaakte fout is alles optellen: 1/2 + 1/3 = 2/5. Het gelijknamig maken is dus de stap waar het meestal misgaat, niet het optellen zelf. Daarom oefent een kind die stap op Rekendiploma apart.

Flip, het roze monstertje van Rekendiploma, zwaait met zijn armen omhoog

Hoe oefen je breuken optellen het beste?

Neem één stap tegelijk. Begin met sommen waarin de noemers gelijk zijn, zoals 1/4 + 2/4. Pas als die vlot gaan, komen de sommen erbij waarbij je eerst gelijknamig moet maken. Oefen die twee niet door elkaar: dan is een kind vooral bezig met de vraag welke stap nodig is, in plaats van met de som zelf. Gaat het nog stroef, teken de breuken er dan bij. Kort en vaak werkt beter dan lang en zelden. Dus vijf tot tien minuten per dag is genoeg. De onderdelen op Rekendiploma staan op volgorde van makkelijk naar moeilijk en elk onderdeel bouwt voort op het vorige. Elk onderdeel heeft vijf sterren, van sommen met een plaatje erbij tot zelf uitrekenen zonder hulp. Je kunt een onderdeel meerdere keren oefenen.