Heb je van de juf of meester een klassenwachtwoord gekregen?
Log dan in om rekendiploma's te halen!
Op deze pagina oefent een kind alle tafels van 1 tot en met 12, gratis en zonder account. Elke tafel is een eigen onderdeel met vijf sterren die oplopen in moeilijkheid. Het begint met de sommen op volgorde, daarna door elkaar. Bij de laatste ster moet het antwoord meteen komen. Snelheid telt hier wél mee: een tafelsom hoort er binnen een paar seconden uit te rollen, zonder nadenken. Pas dan heeft een kind het hoofd vrij voor delen, breuken en grotere keersommen. Er zijn op Rekendiploma drie diploma’s te halen. Brons voor de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10. Deze tafels komen aan bod in groep 4. Zilver voor alle tafels tot en met 10. Om diploma goud te halen, moet een kind alle tafels op een sneller tempo kunnen uitrekenen. Ook per losse tafel print je een diploma, met de naam van je kind erop.



Automatiseren betekent dat een kind een som snel en zonder moeite oplost. Het kind mag wel een handigheidje gebruiken: 6 × 7 weet het niet zomaar, maar het weet wel dat 5 × 7 = 35 en telt daar 7 bij op. Dat gaat vlot, binnen een paar seconden. De stap daarna heet memoriseren. Dan rolt het antwoord zo uit het geheugen. Zonder tussenstap: 6 × 7 = 42, klaar. Bij de tafels is dát het doel. Moet een kind eerst 7 + 7 + 7 + 7 + 7 + 7 optellen, dan kent het de tafel nog niet echt. In je hoofd is maar weinig ruimte om even iets vast te houden. Gaat die ruimte op aan uitrekenen wat 6 × 7 ook alweer was, dan blijft er te weinig over voor de som zelf. Een kind vergeet dan een tussenstap, of raakt bij een deelsom of een breuk de draad kwijt. Niet omdat het de stof niet snapt, maar omdat zijn hoofd vol zit. Sommen die vanzelf gaan, geven rust en maken rekenen een stuk leuker. Daarom moet bij de vijfde ster op Rekendiploma het antwoord meteen komen. De vier sterren daarvoor zijn om het te leren, de vijfde laat zien dat het er echt in zit.

Kinderen beginnen in groep 4 met de tafels van 1, 2, 5 en 10. Daar zit een patroon in dat kinderen snel zien: steeds twee erbij, of alle antwoorden op 0 en 5. Vaak volgen de tafels van 3 en 4 nog in datzelfde jaar. In groep 5 komen 6, 7, 8 en 9 erbij, de lastigste van het stel. Aan het eind van groep 5 moeten alle tafels tot en met 10 vlot gaan: het antwoord komt binnen een paar seconden, zonder tussenstappen. In groep 6 komen er geen nieuwe tafels meer bij. Het gaat dan om onderhouden en toepassen, bij delen en grotere keersommen. De tafels van 11 en 12 bieden sommige scholen erbij aan, maar verplicht zijn die niet. Wat er in welk jaar aan bod komt, hangt af van de rekenmethode van de school. Op Rekendiploma staan alle twaalf tafels naast elkaar, dus een kind kiest zelf waar het begint.
Oefen één tafel tegelijk. Begin bij de makkelijke (1, 2, 5 en 10), want daar zit een patroon in dat kinderen snel zien. Ga pas naar de volgende als de vorige er zonder nadenken lukt. Alle tafels door elkaar oefenen klinkt efficiënt, maar levert vooral verwarring op. Welke tafel wanneer aan de beurt is, verschilt per school en per methode. De opbouw is overal hetzelfde: eerst zien, dan tekenen en dan uit het hoofd. Leg dus eerst echte spullen neer: vier bordjes met drie koekjes erop, dat is 4 × 3. Laat een kind het daarna zelf tekenen, bijvoorbeeld als vier rijtjes met drie stippen. Pas als dat beeld er is, ga je opzeggen en herhalen tot het antwoord vanzelf komt. Dat laatste doet een kind op Rekendiploma, maar doe het vooral ook zonder scherm. Een bal overgooien en om de beurt een som roepen. Of een liedje met de tafel van 6 erin. Kinderen onthouden daar verrassend veel van en het voelt niet als huiswerk.
Een kind kan op Rekendiploma meteen beginnen, zonder account en zonder inlog. De voortgang blijft dan bewaard op het apparaat waarop het oefent. Met een gratis ouderaccount zie je de sterren van je kind op elk apparaat terug. Je ziet in één oogopslag welke tafels al af zijn en welke nog moeizaam gaan, zodat je gericht kunt oefenen. Je print de diploma’s wanneer het jou uitkomt, ook weken later nog, en dat kan ook per losse tafel. Als leerkracht maak je een klas aan met een klaswachtwoord en de voornamen van je leerlingen. Kinderen kiezen zelf hun naam uit de lijst, dus hebben geen e-mailadres nodig. In het dashboard zie je per kind welke tafel af is en waar het blijft steken. Je hoeft niets te installeren, een browser is genoeg.