Op deze pagina maak je werkbladen met keersommen en deelsommen met breuken. Je kiest op wat er links en rechts van het teken staat, want dat bepaalt hoe de som werkt. 3 × 2/5, 2/5 × 3 en 2/3 × 3/4 zijn op school drie verschillende oefeningen. Bij delen geldt hetzelfde: 2/5 : 3 is iets heel anders dan 3 : 2/5. Begin met een heel getal keer een breuk en houd een breuk keer een breuk voor later, want dat is de lastigste. Delen komt daarna. Je kunt de soorten los kiezen of door elkaar. Verder zijn er werkbladen waarbij het antwoord altijd nog kleiner geschreven kan worden en werkbladen met hele getallen voor de breuken (zoals 1 1/2 × 2/3). De breuken in de opgave staan altijd zo kort mogelijk, dus er staat 2/5 en niet 4/10. Elke keer dat je een werkblad maakt, krijg je nieuwe sommen. Het is gratis en je hebt geen account nodig.
Er is één ding waar bijna elk kind over valt: keer maakt toch groter? Bij hele getallen wel, bij breuken niet. 1/2 × 1/2 is een half van een half en dat is een kwart. Zeg het woord keer daarom een keer hardop als van. Een half van twintig, een kwart van een taart. Zo hoort een kind wat er gebeurt. Bij delen is het precies andersom: 3 : 1/2 vraagt hoe vaak een half in drie past en dat is zes keer. Het antwoord wordt dan juist groter. Laat een kind bij een vastgelopen som daarom eerst schatten of het antwoord groter of kleiner moet worden. Dat kost een paar seconden en vangt de meeste fouten. Maak het daarna zichtbaar met iets wat je kunt pakken: een reep chocola in vieren, of een pizza in achten. Laat een kind vervolgens hardop vertellen wat het doet. Wie het kan uitleggen, snapt het beter. Houd daarbij de manier van school aan. Scholen verschillen in hoe ze delen door een breuk aanleren en twee manieren naast elkaar is bij deze sommen te veel.

Bij deze sommen werken oefenen op papier en online goed samen. Op een werkblad blijft elke tussenstap staan, dus jij ziet achteraf waar het misging. Online ziet een kind na elke som meteen of het klopt en maakt het er in korte tijd veel. Toch rust keer en delen met breuken op iets wat eronder ligt: weten wat een breuk eigenlijk is en zien dat 6/8 en 3/4 dezelfde breuk zijn. Dat oefent een kind op Rekendiploma, in twaalf onderdelen met vijf sterren. Een paar extra’s maken het oefenen leuk: per onderdeel verdient een kind sterren en onderweg komen er zeedieren uit de eieren. Keer en delen komen bovendien pas aan de beurt als optellen en aftrekken goed gaan. Die vind je bij de werkbladen breuken optellen en aftrekken. Komt er steeds een antwoord uit dat nog kleiner kan, oefen dat dan los bij breuken vereenvoudigen.
Je oefent er breuken begrijpen in twaalf onderdelen met vijf sterren. Dat is de stof die onder deze werkbladen ligt.
Een kind ziet meteen of een som klopt, en kan er een printbaar diploma mee halen.