Op deze pagina maak je werkbladen met staartdelingen. Ze zijn opgebouwd in drie stappen. De opstap zet de som nog gewoon op een regel, met daaronder ruimte om te cijferen. Daarna komt de staartdeling zelf, eerst door een getal van één cijfer en dan door een getal van twee. Onder elke som staat een raster van hokjes waarin een kind stap voor stap aftrekt. De namen van de werkbladen zijn de namen die op school gebruikt worden. TE : E betekent een getal van twee cijfers gedeeld door een getal van één cijfer, zoals 84 : 4. HTE : TE is drie cijfers gedeeld door twee, zoals 728 : 14. Twee dingen bepalen daarnaast hoe zwaar een som is: of er een rest overblijft en of er onderweg geleend moet worden. Allebei zijn ze los in te stellen, zodat je er één tegelijk bij kunt zetten. Begin met de opstap zonder lenen en zonder rest. Elke keer dat je een werkblad maakt, krijg je nieuwe sommen. Het is gratis en je hebt geen account nodig.
Een staartdeling is niet één som maar een rijtje kleine sommen achter elkaar. Je deelt cijfer voor cijfer en neemt mee wat er overblijft. Bij 84 : 4 gaat dat vanzelf: 8 : 4 is 2 en 4 : 4 is 1, er blijft onderweg niets over. Bij 96 : 4 wel. 9 : 4 is 2 en er blijft 1 over. Die 1 gaat mee naar de 6. Dat meenemen heet lenen en daar zit de echte stap in moeilijkheid. Wat er bij het laatste cijfer overblijft is iets anders: dat is de rest van de hele som. 85 : 4 is dus zonder lenen maar wel met rest. Laat een kind elke stap hardop vertellen, want zo hoor je meteen waar het spoor kwijtraakt. Lukt dat nog niet, zeg de stappen dan eerst zelf hardop en laat een kind je daarna nadoen. Gaat het onderweg mis, kijk dan of de tafels en de deeltafels wel vastzitten. In elke stap zit er namelijk een verstopt en wie daar moet nadenken raakt de staart kwijt. Houd verder de manier van school aan. Scholen verschillen in hoeveel tussenstappen ze laten opschrijven en twee manieren naast elkaar is juist bij deze sommen te veel.

De staartdeling oefen je het best op papier. Alle tussenstappen blijven staan, dus je ziet achteraf precies bij welke stap het misging. Toch leunt elke staartdeling op iets wat er al moet zijn: de deeltafels. In elke stap zit een som als 36 : 4 of 56 : 8 en die moet er zonder nadenken uit komen. Daar helpt online oefenen beter bij dan een werkblad, want een kind ziet na elke som meteen of het klopt en maakt er in korte tijd veel. Op Rekendiploma staan de deeltafels in twaalf onderdelen met vijf sterren. Een paar extra’s maken het oefenen leuk: per onderdeel verdient een kind sterren en onderweg komen er dieren of monstertjes uit de eieren. Loopt het vast, oefen dan ook los verder met de werkbladen delen voor de deeltafels uit het hoofd, of met cijferend vermenigvuldigen, want ook dat zit in elke stap van een staartdeling.
Je oefent er delen in twaalf onderdelen met vijf sterren. Dat is de stof die onder deze werkbladen ligt.
Een kind ziet meteen of een som klopt, en kan er een printbaar diploma mee halen.