Home › Blog › Sommen tot 20
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 15 juli 2026 · 7 min lezen · Sommen tot 20

Hoofdrekenen groep 3: van uitrekenen naar weten

Een kaart met de drie fasen tellen, uitrekenen en weten bij de som 7 plus 5

Hoofdrekenen klinkt als iets voor de bovenbouw, maar het begint in groep 3. En het gaat daar niet over grote getallen of over snel zijn: het gaat over de overstap van een som uitrekenen naar een antwoord weten. Die overstap is de belangrijkste van het hele jaar.

Drie fasen bij dezelfde som

Neem 7 plus 5. Er zijn drie manieren waarop een kind in groep 3 daar antwoord op geeft, en ze vertellen precies waar het staat.

  • Tellen: acht, negen, tien, elf, twaalf. Traag en foutgevoelig.
  • Uitrekenen: 7 heeft er 3 nodig tot 10, dus 5 splitsen in 3 en 2, dat wordt 12.
  • Weten: twaalf, meteen.

Hoofdrekenen in groep 3 betekent de tweede en de derde fase. De eerste is de fase die eruit moet.

Hoofdrekenen groep 3: wat paraat moet zijn

Aan het eind van groep 3 hoort een kind een aantal dingen te weten in plaats van uit te rekenen.

De splitsingen tot 10, de vriendjes van 10, de verdubbelingen tot 10 en 10, en de plus- en minsommen tot 10. Dat is een overzichtelijk pakket.

Het rekenen tot 20 mag in groep 3 nog met een strategie. Dat moet in groep 4 vlot worden, maar in groep 3 mag je kind daar nog over nadenken.

Merk op dat er in dit rijtje geen enkele som boven de 10 staat, en dat is met opzet. Groep 3 legt de onderkant; groep 4 bouwt daarop verder tot 20.

Wie in juni van groep 3 de sommen tot 10 zonder tellen doet, ligt precies op schema. Alles wat daarboven al lukt, is winst en geen norm.

Waarom weten beter is dan uitrekenen

Een uitgerekende som kost werkgeheugen: je moet de tussenstappen vasthouden terwijl je verder rekent.

Bij een som van twee getallen valt dat mee. Bij een verhaalsom of een som met meerdere stappen is er geen ruimte meer over, en dan verdwijnt de draad.

Dat is de echte reden dat scholen op parate kennis hameren. Het gaat niet om snelheid als doel maar om ruimte in het hoofd. Meer daarover staat bij automatiseren.

Hoe je thuis ziet waar je kind staat

Je hoeft geen toets af te nemen. Stel gewoon een paar sommen en kijk naar de tijd, niet naar het antwoord.

Binnen twee tellen goed betekent weten. Vier seconden en dan goed betekent uitrekenen. Zichtbaar tellen op de vingers of met de lippen betekent fase één.

Doe dat met een stuk of tien sommen en schrijf op welke er traag waren. Dat lijstje is je oefenprogramma voor de komende weken.

Doe dat op een rustig moment en niet als het al gespannen is aan tafel. Tien sommen tussen het eten en het tandenpoetsen door is genoeg, en er hoeft niets bij te worden opgeschreven.

Zeg ook wat je doet: ik wil even kijken welke sommen er al in zitten. Kinderen vinden dat prima zolang er geen cijfer aan hangt, en je krijgt een eerlijker beeld dan bij een verkapte overhoring.

Wat helpt bij de overstap

Van tellen naar uitrekenen kom je via de splitsingen. Van uitrekenen naar weten kom je via herhaling, en die herhaling moet gespreid zijn.

Vijf keer verdeeld over twee weken werkt beter dan twintig keer op één dag. Bij spreiding moet het antwoord echt opgehaald worden, en dat is wat het spoor versterkt.

Gebruik daarnaast werkvormen waarbij tellen niet kan: flitsen, dobbelstenen met stippen, iets onder een doek verstoppen. Meer daarover staat bij verliefde hartjes oefenen.

Wat je beter niet doet

Een timer erbij pakken. In groep 3 is tijdsdruk contraproductief: de spanning vult precies de ruimte die je wilt vrijmaken.

Het tellen verbieden. Zonder alternatief verdwijnt het niet maar gaat het onder tafel, en dan zie je het niet meer.

En meer sommen geven van hetzelfde. Als honderd sommen tellend zijn gemaakt, worden er van tweehonderd niet minder geteld. De aanpak is het probleem, niet het aantal.

Wanneer je je zorgen maakt

Tellen in het begin van groep 3 is normaal en hoort erbij. Tellen aan het eind van groep 3 is een signaal, en tellen in groep 4 is een probleem.

In de leerlijn van SLO staat dat optellen en aftrekken tot 20 van buiten gekend moeten zijn. Van buiten sluit tellen uit, en dat doel geldt voor het eind van groep 4.

Zie je in juni van groep 3 nog steeds vingers bij sommen tot 10, meld dat dan bij de leerkracht. Vroeg ingrijpen kost weken; laat ingrijpen kost jaren.

Oefen de sommen tot 20

Van splitsen tot de vriendjes van 10, in korte rondes met sterren en een diploma. Gratis, zonder account.

Naar sommen tot 20