Home › Blog › Per groep
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 19 juli 2026 · 7 min lezen · Per groep

Rekenen groep 3: wat je kind dit jaar leert

Overzicht van wat groep 3 leert: getallen tot 20, splitsen, plussommen en minsommen

Groep 3 is het jaar waarin rekenen echt begint. Je kind leert lezen én rekenen tegelijk, en dat is veel. Het goede nieuws voor thuis: bijna alles wat er dit jaar gebeurt, kun je met knopen, een eierdoos en tien minuten per dag ondersteunen. Werkbladen zijn er niet voor nodig.

Wat er dit jaar op het programma staat

Methodes verschillen in tempo, maar in grote lijnen ziet groep 3 er zo uit.

  • Getalbegrip tot 20: tellen, hoeveelheden herkennen, weten welk getal groter is.
  • Splitsen: een getal in twee stukken verdelen, en de vriendjes van 10.
  • Plussommen en minsommen tot 10, en daarna tot 20.
  • Aanvullen tot 10 en 20: hoeveel moet erbij?
  • Eerste stappen met meten en geld: langer en korter, munten herkennen.

Aan het eind van het jaar staat er in veel klassen ook het rekenen tot 100 op de rol, maar dan vooral tellen en ordenen, nog geen sommen.

Getalbeelden: zien in plaats van tellen

Dit is de stille basis van groep 3 en hij wordt thuis vaak overgeslagen. Je kind moet leren dat het bij vijf stippen niet hoeft te tellen, maar meteen ziet dat het er vijf zijn.

In de leerlijn van SLO staat bij groep 3 en 4 het optellen en aftrekken tot 10 en tot 20 op basis van getalbeelden, met de vijf- en tienstructuur. Die structuur is precies waar het om gaat: zeven is vijf en twee, en niet zeven losse dingen.

Oefen dat met een dobbelsteen of met vingers, en niet met rijtjes van zeven op een hoop. Een kind dat hoeveelheden herkent, stopt vanzelf met tellen.

Splitsen: de kern van het jaar

Als er één ding is dat er in groep 3 goed in moet, is het splitsen. Een getal in twee stukken kunnen verdelen is de basis onder optellen en aftrekken allebei.

Weet je kind dat 7 bestaat uit 4 en 3, dan kent het meteen 4 plus 3, 3 plus 4 en 7 min 3. Eén splitsing, drie sommen. Meer daarover staat bij splitsen tot 10.

De splitsingen van 10 verdienen extra aandacht, want het tiental komt in ons hele getalsysteem terug. Die heten op school vaak de vriendjes van 10 of de verliefde harten.

Van tellen naar weten

De grootste ontwikkeling van dit jaar is niet welke sommen je kind kan, maar hóé het ze oplost. In september telt bijna iedereen op de vingers. In juni zou dat er grotendeels uit moeten zijn.

Dat gaat in stappen: eerst alles tellen, dan doortellen vanaf het grootste getal, dan antwoorden uit het hoofd halen. Verbied het tellen niet, maar bied steeds de kortere weg aan.

Let vooral op het tempo. Een kind dat na vijf seconden het goede antwoord geeft, telt nog steeds, ook al zie je de vingers niet meer bewegen.

Waar kinderen in groep 3 vastlopen

Vier dingen komen het vaakst terug, en ze hebben allemaal met dezelfde oorzaak te maken: de stap van tellen naar herkennen is nog niet gemaakt.

  • Alles tellen. Ook bij 2 plus 3 begint je kind bij één.
  • Minsommen. Aftrekken gaat trager dan optellen; dat is normaal, maar het moet wel op gang komen.
  • De vriendjes van 10. Als die wankelen, loopt in groep 4 alles vast.
  • Getallen omdraaien. 12 en 21 door elkaar halen komt veel voor en gaat meestal vanzelf over.

Oefen de stof van groep 3

Splitsen, de vriendjes van 10 en de sommen tot 20, in korte rondes met sterren en een diploma. Gratis, zonder account.

Naar sommen tot 20

Rekenen groep 3 thuis oefenen

Vijf tot tien minuten per dag is genoeg, en het werkt beter als het niet aan tafel gebeurt. Een kind van zes heeft na een schooldag geen werkblad nodig.

  • Vriendjes van 10 roepen in de auto: ik zeg 6, jij zegt 4.
  • Een eierdoos met knikkers: hoeveel plekken zijn nog leeg?
  • Kaarten omdraaien en optellen, wie de hoogste som heeft wint.
  • Traplopen met sommen, één antwoord per tree.

Meer ideeën staan bij rekenspelletjes voor groep 3. Kies er één per week en herhaal die, in plaats van elke dag iets nieuws.

Wat er aan het eind van groep 3 moet zitten

Een korte lijst om aan af te meten. Dit is waar groep 4 direct op voortbouwt.

  • Tellen en terugtellen tot 20, en getallen kunnen ordenen.
  • Splitsen tot 10, en de vriendjes van 10 vlot kennen.
  • Plus- en minsommen tot 10 zonder te tellen.
  • Sommen tot 20 zonder dat er een tiental overschreden wordt.

Die derde is de belangrijkste. In groep 4 komen de sommen over het tiental, en die veronderstellen dat de sommen tot 10 er los in zitten.

Lezen en rekenen tegelijk

Iets wat vaak wordt vergeten: in groep 3 leert je kind ook lezen, en dat kost energie. Een kind dat moeite heeft met lezen, kan daardoor bij rekenen achterblijven zonder dat het rekenen zelf het probleem is.

Merk je dat je kind sommen goed maakt maar vastloopt zodra er woorden bij staan, meld dat dan bij de leerkracht. Dat is een leesprobleem in een rekenjas, en het vraagt een andere aanpak.

Wanneer je aan de bel trekt

Zorgelijk wordt het als je kind halverwege groep 3 nog alle sommen telt en dat na herhaalde oefening niet verandert, of als het de dag erna kwijt is wat gisteren lukte.

Bespreek dat op tijd met de leerkracht in plaats van thuis harder te oefenen. Vraag welke aanpak in de klas gebruikt wordt en volg die thuis. Twee verschillende verhalen bij dezelfde som is voor een kind van zes te veel.

Hoe een rekenles er in groep 3 uitziet

Het helpt om te weten wat er op school gebeurt, want dan kun je thuis aansluiten in plaats van iets anders doen.

Een rekenles begint meestal met een korte instructie aan de hele groep, vaak met materiaal erbij: een rekenrek, blokjes of een getallenlijn op het bord. Daarna werken kinderen zelfstandig in hun boek, en krijgt een klein groepje extra uitleg aan de instructietafel.

Wat dat voor thuis betekent: gebruik hetzelfde materiaal en dezelfde woorden. Vraag welke methode de school gebruikt en of er een woordenlijst is. Zegt de juf splitshuis en zeg jij splitsboom, dan denkt je kind dat het om twee verschillende dingen gaat.

Vraag ook of je kind bij de instructietafel zit. Dat is geen slecht teken maar juist handige informatie: het betekent dat er extra uitleg nodig is, en dan weet je waar je thuis op moet letten.

Veelgestelde vragen

Wat leert een kind in groep 3 met rekenen?

Getalbegrip tot 20, splitsen, de vriendjes van 10, en plus- en minsommen tot 10 en daarna tot 20. Ook komen de eerste stappen met meten en geld aan bod. Aan het eind van het jaar begint bij veel klassen het tellen tot 100.

Mijn kind telt alle sommen op de vingers. Wanneer moet dat over zijn?

In de loop van groep 3. In september telt bijna elk kind, in juni zou dat er grotendeels uit moeten zijn. Verbied het tellen niet, maar bied steeds de kortere weg aan via splitsen en de vriendjes van 10.

Hoeveel moet mijn kind in groep 3 thuis oefenen?

Vijf tot tien minuten per dag is ruim voldoende, en het werkt beter in spelvorm dan aan tafel. Een kind van zes heeft na een schooldag geen werkblad nodig; korte rondjes met knopen, kaarten of een eierdoos leveren meer op.

Wat moet mijn kind aan het eind van groep 3 kunnen?

Tellen en terugtellen tot 20, splitsen tot 10, de vriendjes van 10 vlot kennen, en plus- en minsommen tot 10 zonder te tellen. Die laatste is het belangrijkst, want de sommen over het tiental in groep 4 bouwen daarop voort.