Rekenspelletjes groep 3: oefenen zonder werkblad

Een kind van zes dat na een schooldag nog een werkblad moet maken, haakt af. En terecht. Het goede nieuws is dat vrijwel alles wat groep 3 oefent, ook in spelvorm kan, met spullen die al in huis liggen. Vijf minuten spelen levert vaak meer op dan twintig minuten invullen.
Rekenspelletjes groep 3: waarom spelen beter werkt
In groep 3 gaat het niet om begrijpen maar om herkennen. Je kind moet niet leren hoe je 7 plus 2 uitrekent, het moet leren dat het antwoord 9 is zonder erover na te denken. Dat vraagt veel herhaling in korte stukjes.
Precies daar is een spel geschikt voor. Je doet in vijf minuten twintig sommen zonder dat het als oefenen voelt, en je kunt het elke dag opnieuw doen zonder dat het gaat vervelen.
Bijkomend voordeel: bij een spel zie en hoor je hoe je kind denkt. Bij een werkblad zie je alleen het antwoord, en dan mis je net of het geteld of geweten is.
Met dobbelstenen
- Wie het meest gooit. Allebei één dobbelsteen, wie het hoogste aantal ogen heeft wint het rondje. Oefent snel getalbeelden herkennen zonder tellen.
- Twee erbij. Gooi met twee dobbelstenen en zeg het totaal. Voor kinderen die nog tellen: leg ze naast elkaar en laat ze het beeld herkennen.
- Verschil. Gooi twee dobbelstenen en zeg hoeveel het verschil is. Dit is stiekem aftrekken, maar het voelt anders.
- Naar de tien. Gooi één dobbelsteen en zeg hoeveel er nog bij moet om tien te worden. Oefent de vriendjes van 10.
Met een spel kaarten
Haal de plaatjes eruit, dan houd je de kaarten 1 tot en met 10 over. Dat is precies het getalgebied van groep 3.
- Samen tien. Leg tien kaarten open. Je kind zoekt telkens twee kaarten die samen tien zijn en mag die houden.
- Hoger of lager. Draai een kaart om en laat je kind raden of de volgende hoger is. Oefent getalbegrip en volgorde.
- Opteloorlog. Allebei twee kaarten omdraaien en optellen. De hoogste som wint alle vier de kaarten.
Die eerste is de nuttigste. De vriendjes van 10 zijn het belangrijkste rijtje van groep 3, en met kaarten oefen je ze zonder dat het een lijstje wordt.
Met een eierdoos
Een doos voor tien eieren is het beste rekenmateriaal dat je gratis in huis hebt, omdat de tienstructuur er letterlijk in zit. Een doos van zes werkt ook, maar dan voor kleinere getallen.
- Hoeveel plekken leeg? Doe er een paar knikkers in en laat je kind zeggen hoeveel er nog bij moeten.
- Verstoppen. Leg er zeven in, laat je kind kijken, dek de doos af en haal er stiekem twee uit. Hoeveel liggen er nu?
- Splitsen. Verdeel acht knikkers over twee dozen. Op hoeveel manieren kan dat? Oefent splitsen tot 10.
Zonder materiaal, onderweg
In de auto, op de fiets of in de wachtkamer heb je niets nodig. Deze spelletjes zijn puur mondeling en werken juist daarom goed voor het automatiseren.
- Vriendjes roepen. Jij zegt een getal, je kind roept wat er nog bij moet om tien te worden. Tempo is hier het hele punt.
- Doortellen om de beurt. Tel samen naar honderd, ieder om de beurt een getal. Daarna met sprongen van twee, of terug vanaf twintig.
- Ik zie iets. Tel dingen die je ziet: hoeveel wielen heeft die vrachtwagen, hoeveel ramen zitten er in dat huis?
Oefen de sommen tot 20
Naast de spelletjes: korte rondes op de computer met sterren en een diploma om naartoe te werken. Gratis, zonder account.
Met geld
Munten zijn geschikt omdat ze echt zijn en omdat ze een waarde hebben die je niet kunt zien aan het aantal. Een muntje van vijftig cent is groter dan eentje van twee euro, en dat maakt het interessant.
Speel winkeltje met prijzen tot tien cent en betaal met muntjes van één en twee. Laat je kind teruggeven. Dat is optellen en aftrekken tegelijk, en het is voor een kind een van de weinige situaties waarin rekenen echt ergens over gaat.
Bewegen erbij
Voor kinderen die moeilijk stilzitten na een schooldag, werkt bewegen beter dan aan tafel zitten. En het rekenwerk is precies hetzelfde.
- Traplopen met sommen: op elke tree een antwoord.
- Springen: ik zeg 4 plus 3, jij springt zeven keer.
- Krijtsommen op de stoep, en de goede antwoorden zoeken door erop te springen.
Wat je oefent zonder het te merken
In de leerlijn van SLO leren kinderen in groep 3 en 4 aantallen en getallen structureren met onder meer getalsplitsingen, verdubbelen en halveren, en het bepalen van het verschil tussen getallen.
Die drie zitten alle drie in de spelletjes hierboven. Het verschil bepalen met twee dobbelstenen, splitsen met de eierdoos, verdubbelen door twee dezelfde kaarten te trekken. Je hoeft dat je kind niet te vertellen; het gaat erom dat jij weet waar je mee bezig bent.
Hoe je het volhoudt
Kort en vaak wint van lang en zelden. Vijf minuten per dag is genoeg, en dat mag ook nog eens per ongeluk in de auto gebeuren.
Stop voordat je kind er genoeg van heeft, ook al gaat het net goed. Een spel dat eindigt terwijl het nog leuk is, wil je kind morgen weer doen. En kies één spel per week in plaats van elke dag iets nieuws; herhaling is hier juist wat je wilt.
Spelletjes die minder opleveren
Niet elk rekenspel is even nuttig, en dat zie je niet altijd aan de buitenkant. Drie typen leveren minder op dan ze beloven.
Het eerste: spelletjes waarbij je kind alles kan tellen. Als de antwoorden op tafel liggen en er alleen geteld hoeft te worden, oefent het tellen en niet het weten. Dek daarom af of werk met hoeveelheden die je kind in één keer moet zien.
Het tweede: spelletjes met veel wachttijd. Een bordspel waarin je twee minuten wacht op je beurt levert vijf sommen per kwartier op. Dat is te weinig herhaling om iets vast te zetten.
Het derde: apps waarin het spel belangrijker is dan de sommen. Als je kind vooral bezig is met punten, personages en levels, gaat de aandacht daarheen. Een goede vuistregel: hoeveel sommen komen er in vijf minuten voorbij? Onder de vijftien is het meer spel dan oefening.
Veelgestelde vragen
Hoe lang moet mijn kind in groep 3 per dag oefenen?
Vijf tot tien minuten is genoeg, mits het bijna dagelijks gebeurt. Korte rondes over meerdere dagen zetten kennis beter vast dan één lange sessie. Stop liever te vroeg dan te laat, dan blijft je kind het leuk vinden.
Welk spel is het nuttigst voor groep 3?
Alles wat de vriendjes van 10 oefent, zoals twee kaarten zoeken die samen tien zijn of een eierdoos aanvullen. Die combinaties zijn de basis onder het rekenen over het tiental in groep 4, en ze hebben de meeste herhaling nodig.
Mijn kind telt bij spelletjes nog op de vingers. Moet ik dat afleren?
Niet verbieden, wel geleidelijk overbodig maken. Kies spelletjes waarbij tellen niet kan, zoals verstoppen onder een doek. Dan moet je kind het antwoord uit het hoofd halen, en dat is precies de stap van tellen naar weten.
Zijn rekenspelletjes genoeg, of moet er ook met sommen geoefend worden?
Spelletjes zijn genoeg voor het automatiseren, maar je kind moet ook wennen aan sommen op papier of scherm, want zo komt het op school en op toetsen voorbij. Een combinatie werkt het best: spelen om te leren, sommen om te wennen aan de vorm.
