Home › Blog › Delen
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 13 augustus 2026 · 8 min lezen · Delen

Deelsommen groep 6: van de deeltafels naar grote getallen

Een kaart met 96 gedeeld door 4 opgesplitst in 80 gedeeld door 4 en 16 gedeeld door 4

In groep 5 gingen deelsommen over de tafels die je al kende. In groep 6 verandert dat: de getallen worden groter dan de tafels reiken, er komt een rest bij, en er ontstaat een manier van werken waarin je een deelsom in stukken aanpakt. Dat is de voorbereiding op de staartdeling.

Deelsommen groep 6: wat er bij komt

De deeltafels tot 100 moeten paraat zijn, en daar bouwt het jaar op verder. Vier dingen zijn nieuw.

  • Delen met rest, en weten wat je met die rest doet.
  • Delen door tienvouden: 240 gedeeld door 6.
  • Deelsommen splitsen in handige stukken.
  • De eerste happen als opstap naar de staartdeling.

Daarnaast komen verhaalsommen waarin niet staat dat je moet delen. Dat is voor veel kinderen de lastigste stap van het jaar.

Grote getallen aanpakken door te splitsen

Bij 96 gedeeld door 4 reikt de tafel van 4 niet ver genoeg. De oplossing is het getal opknippen in stukken die wel makkelijk gaan.

96 is 80 plus 16. Tachtig gedeeld door 4 is 20, en 16 gedeeld door 4 is 4. Samen 24.

Die manier heet splitsend delen, en het is de meest gebruikte aanpak in groep 6. Laat je kind de tussenstappen opschrijven, want anders raakt het onderweg de draad kwijt.

Delen door tienvouden

Bij 240 gedeeld door 6 gebruik je de tafel die je kent en zet je de nul erbij: 24 gedeeld door 6 is 4, dus 240 gedeeld door 6 is 40.

Dat werkt, maar de uitleg erachter is belangrijker dan de handeling. Er zijn tien keer zoveel dingen te verdelen, dus krijgt iedereen tien keer zoveel.

Kinderen die alleen de nullenregel kennen, gaan in groep 7 de mist in zodra er kommagetallen bij komen. Meer daarover staat bij delen door tienvouden.

De rest en wat je ermee doet

Bij 38 gedeeld door 5 komt er 7 uit met een rest van 3. Rekenkundig is dat het hele antwoord.

In verhaalsommen niet. Als er 38 kinderen in bussen van 5 moeten, heb je 8 bussen nodig en niet 7. Als je 38 snoepjes over 5 kinderen verdeelt, krijgt ieder er 7 en blijven er 3 over.

Dezelfde som, twee verschillende antwoorden, en welk antwoord goed is hangt af van het verhaal. Dat is precies wat er in groep 6 wordt getoetst. Meer daarover staat bij delen met rest.

Oefen de deelsommen

Van delen door 2 tot delen door 12, in korte rondes met sterren en een diploma. Gratis, zonder account.

Naar de deelsommen

De eerste happen

Aan het eind van groep 6 komt de hapmethode voorbij: je haalt telkens een aantal groepjes van het getal af tot er niets meer overblijft.

Bij 144 gedeeld door 6 haal je er tien keer 6 af, dat is 60. Nog een keer tien keer 6, weer 60. Dan blijft er 24 over, en dat is vier keer 6. Samen 10 plus 10 plus 4 is 24.

Die manier is langer dan de verkorte staartdeling en veel begrijpelijker, en daarom beginnen scholen ermee. Meer daarover staat bij de hapmethode.

Waar kinderen in groep 6 op vastlopen

Er zijn twee oorzaken die je in de praktijk het vaakst ziet, en ze vragen allebei iets anders.

De eerste is een gat in de deeltafels. Zolang 42 gedeeld door 6 niet meteen komt, wordt elke stap in een grote deelsom een aparte klus. Dat los je op door terug te gaan naar de tafels.

De tweede is dat je kind niet ziet dát er gedeeld moet worden. Dat is een modelleerprobleem en geen rekenprobleem, en het vraagt oefening met verhalen in plaats van met sommen.

Thuis oefenen in groep 6

Houd het bij twee dingen: de deeltafels onderhouden, en verhaalsommen bespreken.

Voor het eerste is vijf minuten per dag genoeg, door elkaar gevraagd. Voor het tweede hoef je geen werkblad te pakken: verdeel de boodschappen, de knikkers of de speeltijd en vraag hardop hoeveel ieder krijgt.

Vraag bij een verhaalsom niet het antwoord maar de som. Welke som hoort hierbij? Als die er staat, is het rekenwerk meestal het probleem niet.

Wat er aan het eind van groep 6 moet zitten

De deeltafels tot 100 paraat, delen met rest kunnen uitrekenen én interpreteren, en een grote deelsom kunnen aanpakken door te splitsen of te happen.

In de leerlijn van SLO staan de basisbewerkingen tot 100 als kennis die snel uit het hoofd moet gaan. Daarboven mag er gerekend en opgeschreven worden.

Dat onderscheid is bruikbaar in een gesprek met school: onder de 100 gaat het om tempo, daarboven om aanpak.

Veelgestelde vragen

Wat leert een kind in groep 6 bij delen?

Delen met rest, delen door tienvouden, grote deelsommen splitsen in handige stukken, en aan het eind van het jaar de eerste happen als opstap naar de staartdeling. Daarnaast verhaalsommen waarin niet staat dat je moet delen.

Hoe pak je 96 gedeeld door 4 aan?

Door te splitsen. 96 is 80 plus 16; 80 gedeeld door 4 is 20 en 16 gedeeld door 4 is 4, samen 24. Laat je kind de tussenstappen opschrijven, anders raakt het onderweg de draad kwijt.

Wat doe je met de rest?

Dat hangt van het verhaal af. Bij 38 kinderen in bussen van 5 heb je 8 bussen nodig; bij 38 snoepjes over 5 kinderen krijgt ieder er 7 en blijven er 3 over. Dezelfde som, twee antwoorden, en dat is precies wat er getoetst wordt.

Waar loopt het meestal vast?

Of er zit een gat in de deeltafels, of je kind ziet niet dat er gedeeld moet worden. Het eerste los je op door terug te gaan naar de tafels, het tweede door verhalen te bespreken in plaats van sommen te maken.