Home › Blog › Per groep
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 23 augustus 2026 · 7 min lezen · Per groep

Rekenen groep 6: breuken en cijferen komen erbij

Overzicht van wat groep 6 leert: breuken, cijferend rekenen, grote getallen en de deeltafels

Groep 6 is het jaar waarin rekenen abstracter wordt. Tot nu toe ging bijna alles over hoeveelheden die je kunt zien. Nu komen breuken erbij, en getallen tot in de duizenden, en sommen die je onder elkaar opschrijft. Voor kinderen die tot dan toe meekwamen op tellen, is dit vaak het jaar waarin dat niet meer lukt.

Wat er dit jaar op het programma staat

De volgorde verschilt per methode, maar dit komt in vrijwel elke groep 6 aan bod.

  • Breuken: herkennen, benoemen, vergelijken en op de getallenlijn zetten.
  • Cijferend rekenen: optellen en aftrekken onder elkaar, met lenen.
  • Grote getallen: tot in de duizenden, en later tot een miljoen.
  • De deeltafels afronden, inclusief delen met rest.
  • Meten: maten omrekenen, omtrek en oppervlakte.
  • Kommagetallen: de eerste kennismaking, vaak via geld.

Breuken: het grote nieuwe onderwerp

Dit is waar groep 6 om bekend staat. Voor het eerst zijn getallen niet meer hele dingen maar delen ervan, en dat vraagt een nieuwe manier van denken.

In de leerlijn van SLO leren kinderen in groep 5 en 6 verdelen in halven, kwarten, vijfden, achtsten, tienden, derden en zesden. Het verkennen van gelijkwaardige breuken staat pas bij groep 7 en 8.

In groep 6 gaat het dus vooral om zien en begrijpen, nog niet om rekenen. Kan je kind een kwart aanwijzen, weet het dat een achtste kleiner is dan een kwart en kan het 1/2 op een getallenlijn zetten, dan zit het goed. Meer daarover bij breuken uitleggen.

Cijferen: sommen onder elkaar

Het tweede grote onderwerp is het cijferend optellen en aftrekken. De sommen worden te groot om uit het hoofd te doen, dus komen ze onder elkaar te staan.

Wat kinderen hier lastig vinden is niet het idee maar de administratie: onthouden dat je een tiental hebt geleend, de cijfers netjes onder elkaar zetten, niet vergeten wat je boven de streep had geschreven.

Ruitjespapier helpt daar meer bij dan extra sommen. Eén cijfer per hokje, en de fouten halveren vaak meteen.

De deeltafels afmaken

Wat in groep 5 begonnen is, wordt in groep 6 afgerond. Alle deeltafels tot en met 10, het delen met rest, en de eerste grotere delingen zoals 240 gedeeld door 6.

Hier zie je meteen wie de tafels echt kent. Delen is opzoeken in de tafels, en een kind dat daar nog moet rekenen, loopt vast. Meer daarover staat bij delen met rest.

Waar kinderen in groep 6 vastlopen

Dit jaar is berucht om één ding: het is het moment waarop een zwakke basis niet meer te verbergen valt.

  • De tafels zitten niet. Bij delen, breuken en cijferen heb je ze overal nodig. Dit is verreweg de meest voorkomende oorzaak.
  • Breuken blijven abstract. Je kind kent de regels maar ziet niet wat een breuk is.
  • Slordigheid bij cijferen. Het idee klopt, de uitvoering niet.
  • Verhaalsommen. Het rekenen lukt, maar je kind ziet niet welke som er gemaakt moet worden.

Oefen de stof van groep 6

Breuken, deelsommen en de tafels door elkaar, in korte rondes met sterren en een diploma. Gratis, zonder account.

Naar de breuken

Rekenen groep 6 thuis oefenen

Tien tot vijftien minuten per dag is genoeg. Verdeel het over de onderwerpen in plaats van weken achter elkaar hetzelfde te doen.

  • Twee keer per week de tafels door elkaar, ook als ze er ooit in zaten.
  • Breuken aanwijzen in de keuken: een halve liter, een kwart pizza, driekwart uur.
  • Cijfersommen op ruitjespapier, drie per keer en niet meer.
  • Onderweg schatten: past dit in de kofferbak, hoeveel kost dit ongeveer samen?

Dat schatten wordt onderschat. In groep 6 wordt het belangrijk dat een kind kan zien of een antwoord ongeveer klopt, en dat oefen je nergens beter dan in de supermarkt.

Wat er aan het eind van groep 6 moet zitten

Een korte lijst. Dit is waar groep 7 op voortbouwt, en in groep 7 gaat het tempo omhoog.

  • Alle tafels en deeltafels door elkaar, zonder uitrekenen.
  • Cijferend optellen en aftrekken met lenen.
  • Breuken herkennen, benoemen en vergelijken.
  • Rekenen met grote getallen en met maten.

Die eerste is de belangrijkste. In groep 7 komen procenten, verhoudingen en het rekenen met breuken, en die veronderstellen alle drie vlotte tafelkennis.

De toetsen in groep 6

In groep 6 wegen de landelijke toetsen zwaarder mee dan daarvoor, omdat ze meetellen in het beeld dat richting het schooladvies wordt opgebouwd.

Laat je daar niet gek door maken, maar gebruik de uitslag wel. Vraag bij een tegenvallende score welke onderdelen het waren. Gaat het om tafels en deeltafels, dan is dat thuis goed aan te pakken. Gaat het om verhaalsommen of breukbegrip, dan is bijoefenen zonder uitleg zinloos.

Wanneer je aan de bel trekt

Als je kind in groep 6 nog steeds tafels moet uitrekenen, is dat het signaal. Niet omdat het dan te laat is, maar omdat elk nieuw onderwerp dit jaar erop leunt en de achterstand zich anders opstapelt.

Datzelfde geldt als breuken na een paar maanden nog volledig abstract blijven. Vraag dan of de leerkracht met materiaal werkt, en doe thuis hetzelfde. Breuken leer je door te zien en te verdelen, niet door meer sommen te maken.

Kommagetallen: de eerste kennismaking

In groep 6 komen kommagetallen voor het eerst voorbij, meestal via geld. Twee euro vijftig, drie euro vijfenzeventig. Dat kent je kind al voordat het weet dat er een komma in staat.

De stap die dit jaar gemaakt wordt: begrijpen dat de cijfers achter de komma ook getallen zijn met een waarde. Het eerste cijfer zijn tienden, het tweede honderdsten. Bij 2,50 betekent de 5 dus vijf tienden, oftewel een halve euro.

Daar zit meteen de klassieke fout. Kinderen denken dat 2,7 kleiner is dan 2,25, omdat 7 minder is dan 25. Laat het zien met geld: 2,70 euro tegenover 2,25 euro. Dan is het meteen duidelijk.

De koppeling met breuken is hier goud waard: 0,5 is een half, 0,25 is een kwart en 0,1 is een tiende. Wie die drie kent, heeft in groep 7 bij procenten een flinke voorsprong.

Veelgestelde vragen

Wat leert een kind in groep 6 met rekenen?

Breuken herkennen en vergelijken, cijferend optellen en aftrekken, rekenen met grote getallen, de deeltafels afmaken inclusief delen met rest, maten omrekenen en de eerste kommagetallen. Het is een van de vollere rekenjaren.

Waarom loopt mijn kind juist in groep 6 vast?

Meestal doordat de tafels niet vlot genoeg zitten. Bij delen, breuken en cijferen heb je ze overal nodig, en tot groep 5 kon een kind nog meekomen door te tellen of uit te rekenen. In groep 6 lukt dat niet meer.

Hoeveel breuken moet mijn kind in groep 6 kunnen?

In groep 6 gaat het om zien en begrijpen: verdelen in halven, kwarten, vijfden, achtsten, tienden, derden en zesden, en weten welke breuk groter is. Het rekenen met breuken, zoals optellen en vereenvoudigen, hoort bij groep 7 en 8.

Wat moet mijn kind aan het eind van groep 6 kunnen?

Alle tafels en deeltafels door elkaar zonder uitrekenen, cijferend optellen en aftrekken met lenen, breuken herkennen en vergelijken, en rekenen met grote getallen en maten. De tafels zijn daarbij het belangrijkst voor groep 7.

Mijn kind maakt veel slordigheidsfouten bij cijferen. Wat helpt?

Ruitjespapier, met één cijfer per hokje. De meeste fouten bij cijferend rekenen komen doordat de kolommen scheef lopen of doordat het geleende tiental wordt vergeten. Netjes onder elkaar schrijven lost vaak meer op dan extra sommen maken.