Wat zijn deeltafels? De tafels achterstevoren

Je kind kent de tafel van 6 van voor naar achter. En dan komt 42 gedeeld door 6 op het werkblad en het staat stil. Dat is geen gebrek aan kennis maar een gebrek aan verbinding: de deeltafels zijn dezelfde feiten, alleen wordt er iets anders gevraagd.
Wat zijn deeltafels precies?
Een deeltafel is een tafel die je van de andere kant leest. Waar de tafel van 6 vraagt hoeveel 7 keer 6 is, vraagt de deeltafel van 6 hoe vaak 6 in 42 past.
Het zijn dus geen nieuwe sommen. Elke som uit de deeltafel van 6 staat al in de tafel van 6, alleen is de vraag omgedraaid: het antwoord is nu gegeven en een van de twee getallen wordt gevraagd.
Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Voor een kind is de vraag hoeveel is 7 keer 6 iets heel anders dan de vraag hoe vaak past 6 in 42, ook al staat er hetzelfde.
Waarom het toch struikelen is
Bij het leren van de tafels ligt de vraag altijd aan dezelfde kant. Je kind hoort twee getallen en noemt het antwoord. Die richting wordt honderden keren geoefend.
Bij delen is het antwoord het startpunt. Je kind hoort 42 en moet daaruit terugredeneren. Dat heet een omgekeerde zoekopdracht, en het geheugen werkt daar minder goed in.
Vergelijk het met namen: je herkent een gezicht bij een naam veel makkelijker dan dat je de naam bij een gezicht ophaalt. Bij tafels en deeltafels gebeurt precies hetzelfde.
Het drietal dat bij elkaar hoort
De handigste manier om dit uit te leggen is met drie getallen die een familie vormen. Neem 6, 7 en 42.
| Som | Wat er gevraagd wordt |
|---|---|
| 6 x 7 = 42 | het geheel |
| 7 x 6 = 42 | het geheel, andersom |
| 42 : 6 = 7 | het ene deel |
| 42 : 7 = 6 | het andere deel |
Vier sommen, drie getallen, één feit. Als je kind die familie ziet, hoeft het de deeltafels niet apart te leren. Meer over die eerste twee staat bij omkeersommen.
Zo maak je de koppeling thuis
Neem een tafel die al zit en draai hem om. Meer is het niet, maar doe het wel systematisch.
Vraag eerst 6 keer 7. Als het antwoord komt, vraag dan meteen: en hoeveel is 42 gedeeld door 6? Direct erachteraan, zodat je kind merkt dat het antwoord er al is.
Doe dat een week lang met tien sommen per keer. Ga daarna over op alleen de deelvorm, en pas daarna door elkaar. Die opbouw van drie stappen kost een week of drie per tafel.
Oefen de deeltafels
Van delen door 2 tot delen door 12, in korte rondes met sterren en een diploma. Gratis, zonder account.
De vraag die het probleem zichtbaar maakt
Wil je weten of de koppeling er is, stel dan deze vraag: hoe vaak past 6 in 42?
Een kind bij wie het zit, zegt zeven. Een kind bij wie het nog niet zit, begint te tellen: 6, 12, 18, 24. Dat is niet fout, maar het is de langzame weg, en op een toets kost hij te veel tijd.
Het opvallende is dat datzelfde kind wel meteen weet dat 7 keer 6 tweeënveertig is. De kennis is er dus, de ingang niet.
Wanneer de deeltafels aan bod komen
De deeltafels komen in groep 5, meestal in de tweede helft van het jaar, als de gewone tafels grotendeels zitten. In groep 6 worden ze herhaald en toegepast bij grotere deelsommen.
In de leerlijn van SLO staan de basisbewerkingen tot 100 als kennis die snel uit het hoofd moet gaan. Delen hoort daarbij, en dat betekent dat 42 gedeeld door 6 net zo vlot moet zijn als 6 keer 7.
Loopt het in groep 6 nog stroef, kijk dan eerst of de gewone tafels wel echt zitten. Deeltafels oefenen boven op een wankele tafel levert weinig op.
Waar dit later voor nodig is
De deeltafels zijn de motor onder de staartdeling. Wie bij 144 gedeeld door 6 moet nadenken over hoe vaak 6 in 14 past, loopt bij elke stap opnieuw vast.
Ze komen ook terug bij het vereenvoudigen van breuken, want daar moet je zien waardoor teller en noemer allebei deelbaar zijn. En bij verhoudingen en procenten in groep 7 en 8 is delen de standaardhandeling.
Veelgestelde vragen
Wat zijn deeltafels?
Dezelfde tafels, maar van de andere kant gelezen. Waar de tafel van 6 vraagt hoeveel 7 keer 6 is, vraagt de deeltafel van 6 hoe vaak 6 in 42 past. Het zijn geen nieuwe feiten, alleen een andere ingang.
Waarom lukt delen niet terwijl de tafels wel zitten?
Omdat de vraag omgekeerd is. Bij tafels hoort je kind twee getallen en noemt het het antwoord; bij delen is het antwoord het startpunt. Het geheugen werkt slechter in die omgekeerde richting, net zoals je een naam bij een gezicht moeilijker ophaalt dan andersom.
Hoe oefen je deeltafels het beste?
Vraag eerst de keersom en meteen daarna de deelsom met dezelfde getallen: 6 keer 7 is 42, en hoeveel is 42 gedeeld door 6? Doe dat een week lang, ga dan over op alleen de deelvorm en pas daarna door elkaar.
In welke groep komen de deeltafels?
In groep 5, meestal in de tweede helft van het jaar als de gewone tafels grotendeels zitten. In groep 6 worden ze herhaald en gebruikt bij grotere deelsommen en bij de staartdeling.
