Vleksommen zoals 13 + ? = 18: zo help je je kind op weg

Op het werkblad staat 13 plus een leeg vakje is 18. Je kind kan 13 plus 5 zonder enig probleem, maar hier loopt het vast. Dat is geen slordigheid: er wordt iets anders gevraagd, en die vraag is aantoonbaar moeilijker dan de gewone som.
Wat vleksommen zijn
Een vleksom is een som waarbij niet het antwoord ontbreekt maar een van de getallen ervoor. Er zit als het ware een inktvlek op het blad.
Scholen noemen ze ook wel gatensommen, blokjessommen of sommen met een onbekende. In de methode staan ze meestal met een vakje, een streepje of een vraagteken.
Ze komen in groep 4 voor het eerst voorbij en blijven daarna terugkomen, tot ze in de brugklas gewoon vergelijkingen gaan heten.
Waarom ze zoveel moeilijker zijn
Bij een gewone som volgt je kind de bewerking van links naar rechts: je krijgt twee getallen en je maakt er één van.
Bij een vleksom moet het terugredeneren. Het antwoord staat er al en er wordt iets gevraagd wat er eerder in de som stond. Die richting is voor het geheugen aanzienlijk lastiger.
Datzelfde verschil zie je bij de tafels en de deeltafels: 6 keer 7 gaat vlot, maar 42 gedeeld door 6 kost moeite terwijl het over dezelfde kennis gaat.
Manier 1: aanvullen
De meest natuurlijke aanpak is doortellen vanaf het eerste getal. Bij 13 plus iets is 18: van 13 naar 18 zijn vijf stappen, dus het antwoord is 5.
Laat dat zien op een getallenlijn. Zet 13 en 18 erop en laat je kind de sprong tekenen. Hoe groot is die sprong?
Deze manier werkt goed zolang het verschil klein is. Bij 13 plus iets is 47 wordt doortellen omslachtig, en dan is de tweede manier handiger.
Manier 2: de som omdraaien
Een vleksom met een plus is eigenlijk een minsom. 13 plus iets is 18 betekent hetzelfde als 18 min 13.
Die omzetting is de stap die kinderen moeilijk vinden, want er staat nergens een minteken. Toch is het de manier die bij grote getallen altijd werkt.
Oefen hem los van de sommen. Als 13 plus 5 achttien is, welke minsommen kun je daar dan bij bedenken? Meer over die familie van sommen staat bij het splitshuis.
Oefen de vleksommen
Het laatste onderdeel van Sommen tot 20, in korte rondes met sterren. Gratis, zonder account.
Vleksommen met min erin
Lastiger wordt het bij 18 min iets is 13. Nu moet je kind bedenken hoeveel eraf ging, en dat vraagt weer een andere redenering.
Hier werkt het verschil bepalen het beste: van 13 naar 18 is 5, dus er ging 5 af. Dezelfde sprong als hierboven, alleen andersom gelezen.
En dan is er nog de vorm waarbij het eerste getal ontbreekt: iets min 5 is 13. Die is het moeilijkst van allemaal, want je moet terug naar het begin. Het antwoord vind je door op te tellen: 13 plus 5 is 18.
Waarom scholen ze toch geven
Het zou makkelijker zijn om alleen gewone sommen aan te bieden, maar dan mis je iets belangrijks.
Vleksommen dwingen je kind om te snappen wat er in de som gebeurt in plaats van een procedure af te draaien. Wie ze kan, begrijpt de relatie tussen de getallen en niet alleen de bewerking.
Bovendien zitten ze verstopt in verhaalsommen. Ik had er dertien en nu heb ik er achttien, hoeveel heb ik er bij gekregen? Dat is dezelfde som in woorden.
Wanneer dit aan bod komt
Vleksommen komen in groep 4 voorbij, meestal als de sommen tot 20 grotendeels zitten. In groep 5 en 6 komen ze terug met grotere getallen en bij vermenigvuldigen en delen.
In de leerlijn van SLO staan de basisbewerkingen tot 100 als kennis die snel uit het hoofd moet gaan. Vleksommen toetsen of die kennis flexibel is, en niet alleen in één richting beschikbaar.
Loopt je kind erop vast terwijl de gewone sommen wel gaan, oefen dan niet meer vleksommen maar de splitsingen eronder. Daar zit vrijwel altijd de oorzaak.
Veelgestelde vragen
Wat zijn vleksommen?
Sommen waarbij niet het antwoord ontbreekt maar een van de getallen ervoor, zoals 13 plus een leeg vakje is 18. Scholen noemen ze ook gatensommen of sommen met een onbekende. In de brugklas heten ze vergelijkingen.
Waarom vindt mijn kind ze zo moeilijk?
Omdat het moet terugredeneren. Bij een gewone som krijg je twee getallen en maak je er één van; bij een vleksom staat het antwoord er al en wordt er iets gevraagd wat eerder in de som stond. Die richting is voor het geheugen lastiger.
Welke aanpak leer ik mijn kind aan?
Bij kleine verschillen aanvullen: van 13 naar 18 is 5. Bij grotere getallen de som omdraaien naar een minsom: 18 min 13. Laat allebei zien en laat je kind kiezen wat bij de getallen past.
