Minsommen tot 10: waarom aftrekken lastiger is dan optellen

Bijna elk kind in groep 3 is sneller met plussommen dan met minsommen. Dat is geen toeval en het gaat ook niet vanzelf over. Aftrekken vraagt iets anders van het geheugen, en als je weet wat dat is, kun je er thuis gericht iets aan doen.
Waarom aftrekken moeilijker is
Bij optellen mag je de getallen omdraaien. 3 plus 6 en 6 plus 3 zijn hetzelfde, dus een kind dat er één kent, kent er twee. Bij aftrekken kan dat niet: 9 min 6 en 6 min 9 zijn iets heel anders.
Daar komt bij dat optellen aansluit bij tellen, iets wat kinderen al jaren doen. Bij aftrekken moet je achteruit tellen, en dat is voor een kind van zes veel lastiger. Probeer zelf maar eens vanaf 137 terug te tellen; dan voel je wat je kind ervaart.
Tot slot komt aftrekken in het dagelijks leven minder voorbij. Snoepjes erbij krijgen is leuker dan snoepjes kwijtraken, en daardoor is er simpelweg minder oefening geweest voor groep 3 begint.
Manier 1: terug naar het splitsen
Dit is de route die de meeste methodes aanhouden, en het is ook de sterkste. Een minsom is een splitsing waarvan je één deel al weet.
Bij 9 min 6 is de vraag eigenlijk: 9 bestaat uit 6 en hoeveel? Kent je kind de splitsingen tot 10, dan weet het meteen dat dat 3 is. Er wordt niets afgetrokken; er wordt iets opgezocht.
Zeg die zin daarom hardop bij elke minsom: negen bestaat uit zes en hoeveel? Kinderen die dat een paar weken doen, gaan het vanzelf denken en stoppen met terugtellen.
Manier 2: aanvullen in plaats van afhalen
Bij sommen waarvan de getallen dicht bij elkaar liggen, is aanvullen veel handiger. Bij 9 min 8 is terugtellen onzin: je kind kan beter denken hoeveel moet er bij de 8 om op 9 te komen.
- 9 min 8: van 8 naar 9 is 1.
- 10 min 7: van 7 naar 10 is 3.
- 8 min 6: van 6 naar 8 is 2.
Deze manier komt later terug bij het wisselgeld en bij het aftrekken van grote getallen. Het is dus geen trucje voor nu maar een rekenmanier voor de lange termijn.
Manier 3: de dubbele sommen gebruiken
Dubbelen zitten er bij kinderen vaak vroeg in: 3 plus 3, 4 plus 4, 5 plus 5. Die kennis werkt ook bij aftrekken.
Bij 8 min 4 hoeft een kind dat 4 plus 4 is 8 kent, niets te berekenen. En bij 9 min 4 is het antwoord eentje meer dan bij 8 min 4. Zo hangen minsommen aan elkaar via de dubbelen.
Meer daarover staat bij dubbelen, het trucje dat bij veel sommen in groep 3 en 4 van pas komt.
Minsommen tot 10 oefenen met spullen
Aftrekken is bij uitstek iets om te laten zien. Een kind dat ziet verdwijnen wat er weggaat, snapt de som sneller dan een kind dat alleen cijfers ziet.
- Verstoppen. Leg negen knopen neer, laat je kind kijken, dek er zes af. Hoeveel liggen er nog?
- Eierdoos. Een doos van tien met knikkers, waarvan je er een paar weghaalt terwijl je kind kijkt.
- Traplopen. Zeven treden omhoog, drie terug. Op welke tree sta je nu?
Die eerste is de beste, omdat het antwoord niet te tellen valt. Je kind moet het uit het hoofd halen, en dat is precies wat je wilt oefenen.
Oefen de minsommen tot 10
Een eigen onderdeel binnen Sommen tot 20, in korte rondes met sterren. Van splitsen naar vlot aftrekken. Gratis, zonder account.
Wat je aan het tempo ziet
Kijk niet alleen of het antwoord klopt maar ook hoe lang het duurt. Een kind dat na vijf seconden het goede antwoord geeft, telt vrijwel zeker terug op de vingers.
Dat is in groep 3 nog niet erg, maar het moet er in de loop van dat jaar uit. Bij de sommen tot 20 en later bij het rekenen tot 100 wordt terugtellen namelijk onwerkbaar. Zeg het niet af als iets fouts; bied gewoon steeds de splitsing aan als kortere weg.
De sommen die het lastigst blijven
In de praktijk struikelen kinderen het meest op sommen waarbij het af te trekken getal groot is, zoals 9 min 7 en 10 min 6. Terugtellen kost daar de meeste stappen, en juist daar wordt het foutgevoelig.
Neem die sommen apart en koppel ze aan de splitsing. Negen is zeven en twee, dus 9 min 7 is 2. Vijf of zes van dit soort sommen apart oefenen levert meer op dan het hele rijtje nog eens doen.
Wat de school verwacht
In de leerlijn van SLO staat bij groep 3 en 4 het automatiseren en memoriseren van de optellingen en aftrekkingen tot 10 en tot 20. Aftrekken staat daar dus op één lijn met optellen, ook al gaat het in de praktijk trager.
Aan het eind van groep 3 zouden de minsommen tot 10 er vlot in moeten zitten. Lukt dat niet, dan is dat het eerste om aan te pakken voordat de sommen over het tiental beginnen, want die leunen erop.
Als het niet vooruit gaat
Ga dan een stap terug in plaats van harder oefenen op de minsommen zelf. Controleer of de splitsingen tot 10 er echt in zitten, want zonder die basis blijft aftrekken tellen.
En houd het klein. Drie sommen per keer is genoeg, en werk steeds met hetzelfde getal: vandaag alleen minsommen van 9, morgen alleen van 8. Alles door elkaar is voor een kind dat het moeilijk vindt te veel, en dan blijft er niets hangen.
Van tot 10 naar tot 20
Zodra de minsommen tot 10 zitten, volgt de uitbreiding naar 20. Dat gaat in twee stappen, en de eerste is makkelijker dan ouders denken.
Sommen zonder tiental erover, zoals 17 min 4, zijn eigenlijk gewoon 7 min 4 met een tien ervoor. Laat je kind dat zien: de tien blijft staan, alleen de losse getallen veranderen. Wie 7 min 4 kent, kent 17 min 4 dus ook.
De tweede stap is lastiger: sommen als 13 min 5, waarbij je onder de tien duikt. Daar komt de sprong via de 10 om de hoek kijken, en dat is een onderwerp op zich. Meer daarover staat bij rekenen over het tiental.
Houd die twee stappen apart. Kinderen die tegelijk met beide beginnen, raken in de war over wanneer ze wel en niet moeten splitsen.
Veelgestelde vragen
Waarom vindt mijn kind minsommen moeilijker dan plussommen?
Omdat je bij aftrekken niet mag omdraaien, terwijl 3 plus 6 en 6 plus 3 wel hetzelfde zijn. Bovendien vraagt aftrekken achteruit tellen, en dat is lastiger dan vooruit. Ook komen minsommen in het dagelijks leven minder vaak voorbij.
Wat is de beste manier om minsommen tot 10 te leren?
Via het splitsen. Bij 9 min 6 is de vraag: 9 bestaat uit 6 en hoeveel? Een kind dat de splitsingen kent, hoeft niets af te trekken maar zoekt het ontbrekende deel op. Zeg die zin een paar weken hardop bij elke minsom.
Mijn kind telt terug op de vingers. Is dat erg?
In groep 3 nog niet, maar het moet er in de loop van dat jaar uit. Terugtellen werkt tot 10 nog net en loopt vast bij de sommen over het tiental. Bied steeds de splitsing aan als kortere weg in plaats van het tellen te verbieden.
Welke minsommen zijn het lastigst?
Sommen waarbij je veel moet aftrekken, zoals 9 min 7 en 10 min 6. Daar kost terugtellen de meeste stappen en gaat het het vaakst mis. Oefen die apart en koppel ze aan de splitsing: negen is zeven en twee.
