Home › Blog › Sommen tot 20
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 1 september 2026 · 6 min lezen · Sommen tot 20

Dubbelen rekenen: het trucje dat veel sommen oplost

De dubbelsommen van 1 plus 1 tot 10 plus 10 met de uitkomsten eronder

Vraag een kind in groep 3 wat 6 plus 6 is en het antwoord komt vaak meteen. Vraag daarna 6 plus 7 en het gaat tellen. Terwijl dat maar eentje verschil is. Die stap laten zien is een van de goedkoopste manieren om het rekenen te versnellen, en hij kost je vijf minuten.

Dubbelen rekenen: waarom het er vroeg in zit

Dubbelen sluit aan bij iets wat kinderen buiten school al kennen: twee handen met evenveel vingers, twee even grote stapels, ieder de helft. Het is symmetrisch, en dat maakt het makkelijk te onthouden.

Daar komt bij dat het maar tien sommen zijn: 1 plus 1 tot en met 10 plus 10. De meeste kinderen kennen ze aan het eind van groep 3 zonder dat er veel voor geoefend is.

Dat maakt dubbelen een prettig startpunt. Het is kennis die er toch al is, en je hoeft alleen te laten zien wat je ermee kunt.

Bijna-dubbelen: de grootste winst

Hier zit de echte opbrengst. Bij 6 plus 7 hoeft je kind niet te tellen: 6 plus 6 is 12, en er is nog eentje over, dus 13.

  • 7 plus 8: 7 plus 7 is 14, plus 1 is 15.
  • 4 plus 5: 4 plus 4 is 8, plus 1 is 9.
  • 8 plus 9: 16 plus 1 is 17.

Alle sommen waarvan de getallen naast elkaar liggen, zijn zo op te lossen. Dat zijn er negen, en het zijn precies de sommen waarbij kinderen anders gaan doortellen.

Zeg de zin steeds hardop mee: zes plus zes is twaalf, en nog eentje is dertien. Na een dag of vijf doet je kind het zelf.

Ook bij een verschil van twee

Hetzelfde werkt bij sommen als 6 plus 8. Daar kun je twee kanten op, en allebei zijn ze goed.

De eerste: pak het dubbele van het kleinste getal en tel er twee bij. 6 plus 6 is 12, plus 2 is 14. De tweede: pak het getal dat er tussenin ligt en verdubbel dat. Tussen 6 en 8 zit de 7, en 7 plus 7 is 14.

Die tweede vinden kinderen vaak mooi omdat het antwoord in één keer klopt. Laat allebei zien en laat je kind kiezen.

Dubbelen bij aftrekken

Wie 7 plus 7 is 14 kent, kent daarmee ook 14 min 7. Dat is dezelfde kennis, alleen andersom gelezen.

En bij 14 min 6 kan je kind denken: 14 min 7 is 7, dus 14 min 6 is eentje meer, dus 8. Dat is precies dezelfde denkstap als bij de bijna-dubbelen, maar dan bij het aftrekken. Meer manieren om af te trekken staan bij minsommen tot 10.

Halveren is dubbelen achterstevoren

Bij dubbelen hoort halveren, en die twee kun je het best tegelijk oefenen. Als 8 plus 8 gelijk is aan 16, dan is de helft van 16 gelijk aan 8.

In de leerlijn van SLO staat bij groep 3 en 4 dat kinderen aantallen en getallen leren structureren, met getalsplitsingen en met verdubbelen en halveren. Die twee horen daar dus expliciet bij elkaar.

Vraag daarom afwisselend: wat is het dubbele van 7, en wat is de helft van 14. Kinderen die alleen de ene kant oefenen, herkennen de andere vaak niet.

Oefen de sommen tot 20

Van dubbelen en splitsen tot de sommen over het tiental, in korte rondes met sterren en een diploma. Gratis, zonder account.

Naar sommen tot 20

Dubbelen oefenen zonder werkblad

Het gaat om herkennen en niet om uitrekenen, dus korte rondjes werken het best.

  • Twee handen. Steek allebei evenveel vingers op en vraag hoeveel het er samen zijn.
  • Dobbelen. Gooi met één dobbelsteen en verdubbel het aantal ogen.
  • Onderweg. Jij noemt een getal, je kind zegt het dubbele. Daarna andersom: jij noemt het dubbele, je kind de helft.
  • Eierdozen. Twee dozen van zes: hoeveel eieren samen?

Waar dubbelen later terugkomt

Dit is geen trucje dat na groep 3 verdwijnt. Het is de basis onder een hele reeks tafels.

  • De tafel van 2 is dubbelen.
  • De tafel van 4 is twee keer dubbelen.
  • De tafel van 8 is drie keer dubbelen.
  • De tafel van 6 is het dubbele van de tafel van 3.

Een kind dat vlot kan verdubbelen, heeft in groep 5 dus vier tafels half cadeau. Dat is de reden om er in groep 3 en 4 wat tijd in te steken, ook als het al aardig gaat.

De sommen die het lastigst blijven

In de praktijk zijn 7 plus 7 en 8 plus 8 de laatste die erin gaan. Ze liggen allebei boven de tien en er is geen ander houvast dan onthouden.

Koppel die twee aan iets tastbaars. Veertien is twee weken, zestien is vier keer vier. Voor kinderen die van getallen houden werkt zo'n aanknopingspunt beter dan nog een keer herhalen.

Wanneer moet dit erin zitten?

De dubbelen tot 10 plus 10 horen aan het eind van groep 3 vlot te gaan, en dat lukt bij de meeste kinderen ook. Het is een van de eerste dingen die automatiseert.

Waar het thuis misgaat, is de vervolgstap: kinderen kennen de dubbelen wel maar gebruiken ze niet bij andere sommen. Dat is geen kwestie van meer oefenen maar van één keer laten zien. Doe bij de eerstvolgende som als 6 plus 7 hardop voor hoe je het via 6 plus 6 oplost, en vraag daarna of je kind het zelf kan.

Dubbelen boven de tien

De dubbelen stoppen niet bij 10 plus 10. In groep 4 en 5 komen ze terug met grotere getallen, en dan gebeurt er iets handigs: je splitst het getal, verdubbelt de stukken apart en telt ze weer op.

  • Het dubbele van 14: 10 en 4 apart, dus 20 plus 8 is 28.
  • Het dubbele van 26: 40 plus 12 is 52.
  • Het dubbele van 35: 60 plus 10 is 70.

Dit is een van de eerste keren dat je kind een som in stukken knipt om hem makkelijker te maken. Diezelfde manier gebruikt het later bij het cijferen en bij het hoofdrekenen met grote getallen.

Oefen het met alledaagse getallen: het dubbele van je leeftijd, het dubbele van het huisnummer, twee keer zoveel als er op de verpakking staat. Kinderen vinden het leuk omdat ze ineens grote sommen kunnen.

Veelgestelde vragen

Wat zijn dubbelsommen?

Sommen waarbij je een getal bij zichzelf optelt, zoals 6 plus 6 of 8 plus 8. Het zijn er maar tien, van 1 plus 1 tot 10 plus 10, en ze gaan er bij de meeste kinderen in groep 3 vanzelf in.

Wat zijn bijna-dubbelen?

Sommen waarvan de getallen naast elkaar liggen, zoals 6 plus 7. Je gebruikt dan het dubbele dat je al kent en telt er eentje bij: 6 plus 6 is 12, dus 6 plus 7 is 13. Dat scheelt tellen bij negen sommen.

Waarom is verdubbelen later belangrijk?

Omdat er vier tafels op leunen. De tafel van 2 is dubbelen, die van 4 is twee keer dubbelen, die van 8 drie keer, en de tafel van 6 is het dubbele van de tafel van 3. Een kind dat vlot verdubbelt, heeft die tafels half cadeau.

Mijn kind kent de dubbelen maar gebruikt ze niet. Wat nu?

Dat is normaal en het is met één uitleg op te lossen. Doe bij de eerstvolgende som als 6 plus 7 hardop voor hoe je via 6 plus 6 denkt, en vraag daarna of je kind het zelf kan. Meer oefenen helpt hier niet, één keer laten zien wel.