Home › Blog › Voor ouders
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 27 augustus 2026 · 8 min lezen · Voor ouders

Rekenen oefenen groep 3: een plan voor thuis

Een kaart met een oefenplan voor groep 3 verdeeld over najaar, winter en voorjaar

Groep 3 is het jaar waarin lezen en rekenen tegelijk beginnen, en de meeste aandacht gaat naar het lezen. Toch wordt in dit jaar de basis gelegd voor alles wat daarna komt. Vijf minuten per dag is genoeg, mits je de goede vijf minuten kiest.

Rekenen oefenen groep 3, per periode

Het jaar heeft een duidelijke opbouw, en het loont om die te volgen in plaats van vooruit te lopen.

PeriodeWaar je op oefent
najaartellen, hoeveelheden zien, cijfers schrijven
wintersplitsen tot 10, plus en min tot 10
voorjaarde vriendjes van 10, sommen tot 20
zomerrekenen over het tiental, alles door elkaar

Vraag bij twijfel aan de leerkracht waar de klas zit. Thuis vooruit werken op stof die nog niet is uitgelegd, levert vooral verwarring op.

Vijf minuten per dag, niet meer

Een kind van zes kan zich kort concentreren, en na een schooldag is die concentratie al voor een groot deel op.

Vijf minuten die elke dag gebeuren, leveren aantoonbaar meer op dan een half uur op zaterdag. Bij automatiseren telt hoe vaak een som langskomt, niet hoe lang je aan tafel zat.

Kies een vast moment dat past: na het avondeten, of juist voor school. Als het moment vastligt, hoef je er niet elke dag over te onderhandelen.

Oefen zonder papier

In groep 3 is materiaal beter dan een werkblad. Kinderen van zes leren van dingen die ze kunnen vastpakken.

  • Knopen of dopjes om mee te splitsen.
  • Dobbelstenen met stippen, om hoeveelheden te leren zien.
  • Speelkaarten tot 9 om paren van tien te zoeken.
  • Traptreden om op te tellen en af te tellen.
  • Een doek om iets onder te verstoppen.

Die laatste is de nuttigste. Er lagen er tien, ik zie er zes, hoeveel liggen er onder? Tellen kan niet, dus je kind moet redeneren.

Reken tijdens gewone dingen

De beste oefenmomenten zijn de momenten waarop je niet aan het oefenen bent. Ze kosten geen extra tijd en er hangt niets aan.

Dek de tafel: hoeveel borden hebben we nodig? Trap oplopen: samen tellen. Boodschappen: hoeveel appels liggen er in het mandje? Spelletjes met een dobbelsteen.

Vraag daarbij niet elke keer door. Eén vraag per situatie is genoeg; bij drie wordt het een les en dan is de lol eraf.

Oefen de sommen tot 20

Twaalf onderdelen van splitsen tot de vleksommen, in korte rondes met sterren. Gratis, zonder account.

Naar sommen tot 20

Waar je op let

Kijk naar hoe je kind aan een antwoord komt, niet alleen naar of het klopt.

Een kind dat 6 plus 3 uitrekent door verder te tellen vanaf 6, doet iets anders dan een kind dat het weet. Allebei komen ze op 9 uit, en ze staan op een heel andere plek.

Vraag daarom af en toe hoe je kind het deed. Niet als controle maar uit interesse; het antwoord vertelt je waar je de komende weken op moet oefenen.

Wat je beter niet doet

Vooruit werken met sommen tot 100 omdat je kind de sommen tot 10 al kan. Dat komt vanzelf, en de klas werkt aan iets anders.

Een timer erbij pakken. In groep 3 hoeft niets snel; tempo komt in groep 4 aan de orde en spanning werkt hier alleen maar tegen.

En oefenen als voorwaarde stellen: eerst rekenen, dan mag je spelen. Dat koppelt rekenen aan iets vervelends, en die koppeling blijft langer hangen dan de sommen.

Als het thuis niet lukt

Sommige kinderen willen thuis niets met school te maken hebben, en dat is een reëel gegeven waar je niet omheen kunt oefenen.

Kies dan de vorm die het minst op school lijkt: spelletjes, iets op een scherm, of rekenen tijdens het koken. Alles telt, zolang het antwoord uit het hoofd moet komen.

En laat het los als het een strijd wordt. Vijf minuten ruzie per dag kost meer dan vijf minuten oefenen oplevert. Meer daarover staat bij een kind dat rekenen haat.

Wat er aan het eind van groep 3 moet zitten

De splitsingen tot 10, de vriendjes van 10, en de plus- en minsommen tot 10 zonder te tellen. Het rekenen tot 20 mag dan nog met een strategie.

In de leerlijn van SLO staat dat optellen en aftrekken tot 20 van buiten gekend moeten zijn. Dat doel geldt voor het eind van groep 4; groep 3 legt daarvan de onderste helft.

Veelgestelde vragen

Hoeveel moet een kind in groep 3 thuis oefenen?

Vijf minuten per dag is genoeg, mits het elke dag gebeurt. Dat levert meer op dan een half uur in het weekend, want bij automatiseren telt hoe vaak een som langskomt en niet hoe lang je aan tafel zat.

Werkbladen of materiaal?

In groep 3 materiaal. Kinderen van zes leren van dingen die ze kunnen vastpakken: knopen, dobbelstenen met stippen, speelkaarten. Verstop iets onder een doek en vraag hoeveel er onder liggen; dan kan tellen niet.

Mag ik vooruit werken als mijn kind snel is?

Liever niet. De klas werkt aan iets anders en thuis vooruit lopen op stof die nog niet is uitgelegd, levert verwarring op. Ga liever de diepte in met dezelfde sommen: sneller, door elkaar en ook andersom gevraagd.

Wat moet er aan het eind van groep 3 zitten?

De splitsingen tot 10, de vriendjes van 10, en de plus- en minsommen tot 10 zonder te tellen. Het rekenen tot 20 mag dan nog met een strategie; dat moet in groep 4 vlot worden.