Omtrek berekenen: helemaal om de vorm heen

Omtrek is een van de weinige rekenonderwerpen die je letterlijk kunt aflopen. Dat maakt het makkelijker dan het lijkt, maar het gaat mis zodra kinderen een formule krijgen voordat ze het idee hebben. Dan wordt twee keer lengte plus twee keer breedte een rijtje letters zonder betekenis.
Begin met rondlopen
De omtrek is de lengte van de rand. Als je helemaal om de vorm heen loopt en weer bij je startpunt uitkomt, is de afstand die je hebt afgelegd de omtrek.
Doe dat een keer echt. Laat je kind om de tafel lopen en de zijden meten met een rolmaat. Of loop om de speelplaats en tel de stappen.
Die ervaring is meer waard dan de formule, want daarna weet je kind altijd waar het over gaat. Wie twijfelt, kan het beeld terughalen: ik loop eromheen.
Omtrek berekenen van een rechthoek
Bij een rechthoek van 8 bij 5 zijn er vier zijden: 8, 5, 8 en 5. Opgeteld is dat 26.
Je kunt het ook korter opschrijven: 2 keer 8 plus 2 keer 5, oftewel 16 plus 10 is 26. Dat is dezelfde som, alleen slimmer opgeschreven.
Laat je kind eerst een tijdje alle vier de zijden optellen. Pas als dat vanzelf gaat, mag de korte vorm erbij. Wie meteen met de formule begint, mist waar die vandaan komt.
Bij een vierkant is het nog eenvoudiger: alle zijden zijn gelijk, dus 4 keer de zijde. Bij een vierkant van 6 is de omtrek 24.
Vergeet de eenheid niet
Omtrek is een lengte, dus het antwoord is in centimeters, meters of kilometers. Niet in vierkante meters, want dat is oppervlakte.
Dat verschil in eenheid is meteen de handigste controle die er is. Staat er cm2 achter een omtreksom, dan is er iets verwisseld.
Zeg de eenheid daarom altijd hardop bij het antwoord. Zesentwintig centimeter, niet zesentwintig.
Samengestelde vormen
In groep 7 komen vormen voorbij die uit meerdere rechthoeken bestaan, bijvoorbeeld een plattegrond met een uitbouw. Dan werkt de formule niet meer.
Wat wel werkt is teruggaan naar het rondlopen: begin bij een hoek en loop alle zijden af, en tel ze een voor een op.
Zet daarbij een streepje bij elke zijde die je hebt gehad. Dat klinkt kinderachtig en het voorkomt de meest gemaakte fout bij deze vormen, namelijk een zijde overslaan of dubbel tellen.
Ontbreekt er een maat, dan is die meestal af te leiden uit de andere. Als de bovenkant 10 is en de twee stukken eronder samen 10 moeten zijn, en het ene is 6, dan is het andere 4.
Waar het misgaat
Drie fouten zie je bij dit onderwerp het vaakst, en ze hebben allemaal met slordig kijken te maken.
- Maar twee zijden optellen: 8 plus 5 is 13, terwijl er vier zijden zijn.
- Lengte keer breedte doen, want dat is de andere formule.
- Bij samengestelde vormen een zijde overslaan.
Die tweede is de hardnekkigste, omdat omtrek en oppervlakte tegelijk worden aangeboden en de formules op elkaar lijken. Meer daarover staat bij oppervlakte berekenen.
Waar je omtrek in het echt nodig hebt
Omtrek gaat altijd over iets wat om iets heen gaat, en dat is een prettige geheugensteun.
- Een hek om de tuin: hoeveel meter hek heb je nodig?
- Een lijst om een schilderij.
- Sierrand om een taart.
- Een rondje om het veld tijdens de warming up.
Vraag bij zo'n situatie eerst wat er nodig is: hek of gras? Bij hek gaat het om de omtrek, bij gras om de oppervlakte. Dat is precies de denkstap die op toetsen wordt getest.
Wanneer dit aan bod komt
Omtrek komt in groep 6, meestal tegelijk met of vlak voor de oppervlakte. In groep 7 komen samengestelde vormen erbij en in groep 8 de cirkel.
In de leerlijn van SLO voor meten staat het rekenen met eenheden en maten, en omtrek wordt daar met zoveel woorden genoemd naast lengte, oppervlakte en inhoud.
Loopt je kind hierop vast, kijk dan of het optellen van drie of vier getallen wel vlot gaat. Vaak zit het probleem daar en niet bij het meetkundige idee.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je de omtrek van een rechthoek?
Tel alle vier de zijden op. Bij 8 bij 5 is dat 8 plus 5 plus 8 plus 5 is 26. Korter opgeschreven: 2 keer 8 plus 2 keer 5. Laat je kind eerst een tijdje alle zijden optellen voordat je de korte vorm aanbiedt.
Wat is het verschil met oppervlakte?
Omtrek is de lengte van de rand, oppervlakte is wat erbinnen ligt. Je ziet het aan de eenheid: omtrek is in centimeters of meters, oppervlakte in vierkante centimeters of vierkante meters. Hek om de tuin is omtrek, gras is oppervlakte.
Hoe pak je een samengestelde vorm aan?
Ga terug naar het rondlopen: begin bij een hoek, loop alle zijden af en zet een streepje bij elke zijde die je hebt gehad. Dat voorkomt overslaan of dubbel tellen. Ontbrekende maten leid je af uit de andere.
In welke groep komt omtrek?
In groep 6, meestal tegelijk met of vlak voor oppervlakte. In groep 7 komen samengestelde vormen erbij en in groep 8 de cirkel. Loopt het vast, kijk dan of het optellen van drie of vier getallen wel vlot gaat.
Oefen het optellen eronder
Vier zijden bij elkaar optellen is waar elke omtreksom op neerkomt. Korte rondes met sterren. Gratis, zonder account.
