Klokkijken in de klas: zes werkvormen zonder werkblad

Werkbladen met getekende klokken zijn handig voor jou en matig voor je leerlingen. Op een stilstaand plaatje valt niets te ontdekken, en het belangrijkste inzicht (dat de uurwijzer meekruipt met de minuten) is er niet in te zien. Deze zes werkvormen lossen dat op en kosten geen voorbereiding.
Klokkijken in de klas, 1: de klok van de dag
Zet aan het begin van de dag een oefenklok op een tijd die er die dag toe doet: het moment waarop de pauze begint.
Laat leerlingen bij binnenkomst opschrijven hoe laat het is. Twee minuten, geen instructie, en iedereen doet mee.
Bespreek er één klassikaal en vraag door bij de kleine wijzer: welk uur is die net voorbij? Daar zitten de meeste fouten.
2. Zetten in plaats van aflezen
Jij noemt een tijd, leerlingen zetten hem op hun eigen oefenklok en houden hem omhoog.
In één blik zie je wie het heeft. En omdat zelf zetten moeilijker is dan aflezen, meet je hier of het systeem echt begrepen is.
Let vooral op wat leerlingen met de uurwijzer doen bij een tijd die niet op een heel uur valt. Wie hem precies op het cijfer zet, denkt nog in losse standen. Meer daarover staat bij wijzers zetten op de klok.
Een variant die weinig extra kost: laat de klas de tijd zetten die over een kwartier is. Dan combineer je zetten met rekenen, en dat is een niveau hoger.
Loop rond terwijl ze bezig zijn en kijk naar de uurwijzer in plaats van naar de minutenwijzer. Daar zie je in één blik wie het systeem doorheeft.
3. De levende klok
Zet twaalf leerlingen in een kring als de cijfers en geef twee anderen de rol van wijzer. Jij noemt een tijd en zij gaan staan.
Wat leerlingen hier ervaren is de verhouding tussen de wijzers: de minutenwijzer maakt een hele ronde terwijl de uurwijzer één stap zet.
Doe dat één keer per jaar. Het kost een kwartier en het beeld blijft de rest van het jaar beschikbaar in gesprekken.
4. Hoe laat is het over twintig minuten?
Dit is rekenen met tijd in plaats van aflezen, en het is een ander doel. Zet een tijd en vraag door.
De moeilijkheid zit in het overschrijden van het hele uur. Van 14.50 uur plus twintig minuten kom je op 15.10 uur, en daar telt ineens 60 in plaats van 100.
Laat de sprong desnoods op een lege getallenlijn zetten, met het hele uur als tussenstation. Dat is dezelfde structuur als het rekenen over het tiental.
5. Analoog en digitaal naast elkaar
Hang een analoge en een digitale klok naast elkaar in het lokaal en verwijs er beide naar.
Vraag af en toe om de vertaling: er staat 14.45, hoe zeggen we dat? Kwart voor drie. Dat verband leggen leerlingen niet vanzelf.
Vooral de middagtijden zijn lastig, want daar komt het aftrekken van twaalf bij. Meer daarover staat bij de 24 uurs klok.
6. Het rooster als oefenmateriaal
Schrijf het dagrooster met tijden op het bord en gebruik het de hele dag door voor kleine vragen.
Hoe lang duurt deze les nog? Hoeveel minuten zitten er tussen de pauze en het eten? Wat begint er over een kwartier?
Dit is de goedkoopste werkvorm van de zes, want hij kost geen lestijd en levert per dag tien oefenmomenten op.
Laat leerlingen bij het begin van het jaar zelf het rooster overschrijven met de tijden erbij. Dat is een half uur werk en het levert een persoonlijk naslagwerk op dat ze de rest van het jaar gebruiken.
Vraag daarna af en toe iemand om de dag voor te lezen met de tijden erbij. Dat is voor de klas het signaal dat de klok er echt toe doet, en niet alleen tijdens de rekenles.
Waar je bij elke werkvorm op let
Twee dingen bepalen of een klokwerkvorm iets oplevert.
Het eerste is de oefenklok zelf. Zorg dat de wijzers gekoppeld zijn, zodat de uurwijzer meebeweegt. Bij losse wijzers kunnen leerlingen onmogelijke standen zetten en klopt het model niet.
Het tweede is dekking. Bij een klassikale vraag antwoordt één leerling en kijken de anderen. Kies vormen waarbij iedereen tegelijk laat zien wat hij denkt: opschrijven, omhooghouden, gaan staan.
Wat de leerlijn vraagt
In de leerlijn van SLO voor meten staat dat leerlingen leren meten en rekenen met eenheden en maten, waaronder tijd.
Het gaat daar dus niet alleen om aflezen maar ook om rekenen en om tijdsbesef. Dat rechtvaardigt de werkvormen die het rooster en de dagindeling gebruiken.
En het verklaart waarom klokkijken van groep 4 tot en met groep 6 doorloopt: het is geen trucje maar een meetdomein.
Oefen de tafel van 5 erbij
Elk streepje op de klok is vijf minuten. Zit de tafel van 5 vlot, dan wordt aflezen ineens veel makkelijker. Gratis, zonder account.
