Home › Blog › Klokkijken
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 23 juli 2026 · 5 min lezen · Klokkijken

Wijzers zetten op de klok: van aflezen naar zelf instellen

Een kaart met kwart over 7 erop en de volgorde: eerst de lange wijzer, dan de korte

Thuis wordt klokkijken bijna altijd één kant op geoefend: jij wijst naar de klok en je kind zegt hoe laat het is. De andere kant, waarbij je kind de wijzers zelf zet, blijft meestal liggen. Terwijl juist die oefening laat zien of het echt begrepen is.

Waarom zetten moeilijker is dan aflezen

Bij aflezen krijgt je kind alle informatie aangereikt: de wijzers staan er, het hoeft alleen te interpreteren. Bij zetten moet het de tijd eerst in zijn hoofd hebben en die daarna omzetten in twee posities.

Bovendien kan een kind bij aflezen gokken. Er zijn maar een paar mogelijkheden, en aan je gezicht ziet het of het goed zit. Bij zetten kan dat niet: het staat er of het staat er niet.

Wijzers zetten op de klok oefen je met een eigen klok

Je hebt weinig nodig: een rondje karton, twee wijzers van verschillende lengte en een splitpen. Laat je kind de cijfers zelf erop schrijven, want dat is meteen een oefening in de verdeling van de wijzerplaat.

Let op de lengte van de wijzers. Het verschil moet duidelijk zijn, anders raakt je kind in de war over welke welke is. Maak de urenwijzer opvallend korter en desnoods in een andere kleur.

Een klok met tandwielen, waarbij de urenwijzer meebeweegt, is nog beter maar niet nodig. Bij een losse klok moet je er wel bij zeggen dat de kleine wijzer meekruipt.

De volgorde die werkt

Laat je kind altijd met dezelfde wijzer beginnen, en wel de kleine. Dat is de omgekeerde volgorde van wat kinderen uit zichzelf doen.

  • Eerst de kleine wijzer: bij welk uur zijn we?
  • Dan de grote: hoe ver is dat uur voorbij?
  • Tot slot controleren: klopt de kleine nog?

Die laatste stap is bij halven en kwartieren van belang. Bij half 4 moet de kleine wijzer tussen de 3 en de 4 in staan, en dat vergeten kinderen als ze eerst de grote hebben gezet.

Bouw het op in dezelfde volgorde als op school

Begin met hele uren, en pas als die foutloos gaan komen de halve erbij. Daarna de kwartieren en tot slot de vijf-minuten tijden.

Bij elke stap geldt: eerst aflezen, dan zetten. Kan je kind kwart voor 4 aanwijzen op de klok, dan pas vraag je om die tijd zelf te zetten. Andersom werkt het niet.

Meer over de opbouw staat bij hele en halve uren en bij kwart over en kwart voor.

Wat je aan de fouten ziet

Het mooie van zetten is dat de fout je precies vertelt waar het misgaat. Vier patronen kom je steeds tegen.

Staat de kleine wijzer precies op een cijfer terwijl het half is, dan weet je kind niet dat hij meebeweegt. Staat de grote op de 3 bij kwart voor, dan verwart het over en voor.

Zijn beide wijzers op hetzelfde cijfer gezet, dan is het onderscheid tussen de twee nog niet duidelijk. En staat er 4 uur terwijl je half 4 vroeg, dan zit de taal in de weg en niet de klok.

Let ook op wat je kind met de korte wijzer doet als de tijd niet op een heel uur valt. Zet het hem precies op het cijfer, dan denkt het nog in losse standen. Zet het hem er een stukje voorbij, dan begrijpt het dat de wijzer meekruipt met de minuten.

Dat is het duidelijkste teken dat het kwartje gevallen is, en het is de reden om zelf zetten te blijven oefenen ook als aflezen al goed gaat. Op een plaatje in het werkboek zie je dat verschil namelijk niet.

Waar je het inpast

Twee minuten per dag is genoeg, en het hoeft niet aan tafel. Zet de klok neer bij het avondeten en vraag om de tijd waarop iets gebeurt.

Zet de klok op hoe laat we gaan eten. Zet hem op de tijd dat je naar bed gaat. Zet hem op de tijd van het schoolplein. Dat koppelt het zetten aan het dagritme, en dan blijft het hangen.

Op toetsen komt deze vorm zeker voorbij: er staat een lege wijzerplaat en een tijd erboven. Kinderen die alleen hebben afgelezen, staan daar stil.

In de leerlijn van SLO voor meten en tijd hoort het aflezen en instellen van de klok bij de doelen voor tijd. Het instellen wordt daar apart genoemd, en niet voor niets: het is de vaardigheid die laat zien of een kind de klok echt begrijpt of alleen plaatjes herkent.

Oefen alvast de tafel van 5

Bij de vijf-minuten tijden komt de tafel van 5 om de hoek kijken, want elk streepje is vijf minuten.

Naar de tafel van 5