Kwart over en kwart voor uitleggen aan je kind

Hele uren gaan meestal vanzelf, en half ook nog wel. Dan komen kwart over en kwart voor, en ineens staat het klokkijken stil. Dat is geen toeval: hier moet je kind voor het eerst in stukjes van een uur denken, en bij kwart voor zelfs vooruit kijken naar een uur dat nog niet begonnen is.
Wat is een kwartier eigenlijk?
Begin niet bij de klok, maar bij het woord. Een kwart is een vierde deel, net als bij een taart die je in vier stukken snijdt. Een kwartier is een vierde deel van een uur.
Een uur heeft 60 minuten, en 60 gedeeld door 4 is 15. Een kwartier is dus 15 minuten, en op de klok is dat precies een kwart slag van de grote wijzer. Laat je kind die vier stukken één keer tekenen op een rondje papier. Dat beeld is later bij half en bij drie kwartier meteen bruikbaar.
Kwart over: de eerste stap
Kwart over is de makkelijkste van de twee, want je telt gewoon door. De grote wijzer staat op de 3, een kwart slag verder dan boven. Er is een kwartier van het uur voorbij.
Het uur zelf verandert niet. Bij kwart over 3 wijst de kleine wijzer nog steeds naar de 3, een klein stukje voorbij. Dat is het eerste wat kinderen hier moeten leren zien: de kleine wijzer beweegt ook, maar heel langzaam.
De valkuil is de 3. Kinderen zeggen dan kwart over drie terwijl het kwart over acht is, omdat ze naar de grote wijzer kijken in plaats van naar de kleine. Vraag daarom altijd eerst: welk uur zijn we voorbij? En pas daarna: hoe ver zijn we?
Kwart voor: waarom die zoveel moeilijker is
Bij kwart voor draait het om. Je telt niet vanaf het uur dat geweest is, maar naar het uur dat komt. De grote wijzer staat op de 9, en er moet nog een kwartier bij voordat het een heel uur is.
Dat vraagt iets wat kinderen van zeven nog moeilijk vinden: vooruit denken naar iets wat er nog niet is. Bovendien klopt het getal niet meer met wat ze zien. De kleine wijzer staat bijna op de 4, maar het heet kwart voor 4 en niet kwart over 3, terwijl het uur 3 nog bezig is.
Zeg daarom niet "kijk waar de wijzer staat", maar "welk uur komt eraan?". Dat ene zinnetje haalt bij veel kinderen de knoop eruit.
Kwart over en kwart voor uit elkaar houden
Als je kind ze allebei kent maar door elkaar haalt, is er bijna altijd één oorzaak: het kijkt naar het cijfer waar de wijzer op staat, en niet naar de kant waar hij staat.
Deel de klok daarom in tweeën met een denkbeeldige streep van boven naar beneden. Staat de grote wijzer rechts, dan zijn we voorbij het uur en zeggen we over. Staat hij links, dan gaan we naar het volgende uur toe en zeggen we voor. Rechts is over, links is voor.
Die regel geldt niet alleen voor kwartieren, maar voor alle tijden. Hij is dus meteen de voorbereiding op vijf over half en tien voor, die in groep 5 komen.
Oefen alvast de tafel van 5
Kloklezen leunt op de tafel van 5: elk streepje op de klok is vijf minuten. Zit die tafel er stevig in, dan gaan de kwartieren en de vijf-minuten tijden een stuk makkelijker.
Van analoog naar digitaal
Thuis en op de telefoon ziet je kind vooral digitale tijden. Leg de koppeling expliciet, want die maakt een kind niet vanzelf.
- Kwart over 3 is 3:15. Vijftien minuten voorbij het hele uur.
- Kwart voor 4 is 3:45. Nog vijftien minuten te gaan, dus het uur staat nog op 3.
Die tweede is de lastige, want er staat een 3 terwijl je 4 zegt. Reken hem samen uit: 45 plus 15 is 60, dus over een kwartier springt hij naar 4:00. Doe dat een paar keer met de magnetron of de oven erbij en het valt op zijn plaats.
Wat de school van je kind verwacht
In de leerlijn van SLO oefenen kinderen in groep 3 en 4 het aflezen en aangeven van hele en halve uren op een analoge klok. In groep 5 en 6 volgt de uitbreiding naar alle analoge tijden, en wordt de koppeling met digitale kloktijden gelegd.
De kwartieren zitten daar precies tussenin. Ze komen meestal aan het eind van groep 4 of aan het begin van groep 5. Kan je kind ze in groep 4 nog niet, dan is er dus weinig aan de hand. Kan het in groep 6 de kwartieren nog steeds niet vlot benoemen, dan is het zinvol om het met de leerkracht te bespreken.
Zo oefen je het thuis
Klokkijken leer je niet uit een boekje, maar door het de hele dag te gebruiken. Hang een analoge klok op een plek waar je kind vaak komt, en verwijs ernaar in plaats van naar je telefoon.
- Koppel de tijd aan iets wat gebeurt: "om kwart over 7 gaan we tanden poetsen".
- Laat je kind de tijd zeggen, niet jou. Vraag het drie keer per dag, meer niet.
- Zet zelf de wijzers. Een oefenklok van karton met twee wijzers en een splitpen werkt beter dan honderd plaatjes, want je kind moet het zelf doen.
- Speel met kwartieren buiten de klok om: een kwartier tv, een kwartier voorlezen. Zo krijgt het woord ook betekenis in tijdsduur.
Half: de tijd waar de kwartieren omheen liggen
In het Nederlands zeggen we half 4 voor wat in veel andere talen half past four heet: half over 3. Dat verschil is precies waarom kinderen struikelen. Wij noemen het uur dat komt, niet het uur dat geweest is.
Zet half daarom naast kwart voor, want ze werken hetzelfde: allebei kijken ze vooruit. Bij half 4 is het halve uur naar de 4 toe, bij kwart voor 4 is het nog een kwartier naar de 4 toe. Kwart over is de enige van de drie die terugkijkt naar het uur dat al geweest is.
Loop de volgorde een keer hardop af met je kind: 3 uur, kwart over 3, half 4, kwart voor 4, 4 uur. Bij half verandert het getal dat je zegt, en dat is meteen te horen. Kinderen die die reeks een paar keer hebben opgezegd, halen de twee kwartieren daarna zelden meer door elkaar.
Veelgestelde vragen
In welke groep leren kinderen kwart over en kwart voor?
Meestal aan het eind van groep 4 of aan het begin van groep 5. In groep 3 en 4 komen eerst de hele en halve uren, daarna de kwartieren, en in groep 5 volgen de vijf-minuten tijden en de koppeling met de digitale klok.
Waarom zegt mijn kind kwart over drie terwijl het kwart over acht is?
Omdat het naar de grote wijzer kijkt, die bij kwart over altijd op de 3 staat. Vraag daarom eerst welk uur voorbij is, dus waar de kleine wijzer staat, en pas daarna hoe ver de grote wijzer is. In die volgorde gaat het bijna altijd goed.
Moet mijn kind eerst de analoge of de digitale klok leren?
Eerst analoog. Op een wijzerklok zie je hoeveel er voorbij is en hoeveel er nog moet komen, en dat is precies waar kwart over en kwart voor over gaan. Digitale tijden zijn getallen zonder dat beeld, en die koppel je er daarna aan.
Waarom is kwart voor 4 gelijk aan 3:45?
Omdat het uur 3 dan nog bezig is. Er zijn 45 minuten voorbij van dat uur en er moeten er nog 15 bij, en die 15 minuten zijn het kwartier waar het woord voor naar verwijst. Pas als die 15 minuten om zijn, springt de klok naar 4:00.
