Home › Blog › Voor leerkrachten
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 21 augustus 2026 · 6 min lezen · Voor leerkrachten

Tijdmaten aanleren: van seconde tot jaar

Een kaart met de tijdmaten van seconde tot jaar en de stappen ertussen

Bij lengte, gewicht en inhoud is alles keer tien. Bij tijd is het keer zestig, keer vierentwintig, keer zeven en keer twaalf. Dat is de enige plek in de rekenlijn waar het metrieke stelsel niet geldt, en leerlingen merken dat.

Waarom tijdmaten aanleren lastig is

Het metrieke stelsel is bedacht om rekenen makkelijk te maken: elke stap is een factor tien en de voorvoegsels zijn overal hetzelfde.

Tijd doet daar niet aan mee. Zestig seconden in een minuut, zestig minuten in een uur, vierentwintig uur in een dag, zeven dagen in een week.

Leerlingen die net het opschuiven van de komma hebben geleerd, passen dat hier ook toe. Zeg daarom expliciet dat tijd een uitzondering is en waarom: het stelsel komt uit Babylonië en is ouder dan het metrieke.

Welke omrekeningen paraat moeten

Het aantal feiten is klein en overzichtelijk. Ze moeten alle acht paraat zijn, want zonder die feiten wordt elke tijdsom een zoektocht.

VanNaarFactor
minuutseconden60
uurminuten60
daguren24
weekdagen7
jaarmaanden12
jaarweken52
kwartierminuten15
eeuwjaren100

De laatste is de enige die wel netjes op tienen loopt, en dat is meteen een reden om hem apart te noemen.

Begin bij wat leerlingen ervaren

Tijdmaten zijn abstract omdat je ze niet kunt zien of vastpakken. Wat wel kan, is ze meemaken.

Laat de klas een minuut stilzitten en daarna schatten hoe lang het duurde. Laat ze schatten hoeveel keer ze in tien seconden kunnen klappen.

Die ervaring is de basis voor het schatten, en schatten is bij tijd belangrijker dan bij welke maat ook. Een antwoord van drie uur op de vraag hoe lang tandenpoetsen duurt, moet meteen opvallen.

Rekenen met tijd is geen omrekenen

Er is een verschil tussen 3 uur omrekenen naar 180 minuten en uitrekenen hoe laat het is over 45 minuten. Het tweede is aanzienlijk moeilijker.

Bij het tweede loop je namelijk over het hele uur heen, en dan telt er ineens 60 in plaats van 100. Van 14.40 uur plus 45 minuten kom je op 15.25 uur.

Bied die twee dus apart aan, en zorg dat het omrekenen zit voordat het rekenen begint. Meer daarover staat bij rekenen met tijd.

De valkuil van de decimale notatie

Anderhalf uur is 1,5 uur en 90 minuten. Maar 1 uur en 30 minuten is niet 1,30 uur, en dat verwarren leerlingen structureel.

Het komt doordat digitale klokken 1:30 laten zien en dat er in kommagetallen 1,30 uitziet. De notatie lijkt op elkaar en betekent iets anders.

Maak dat expliciet zichtbaar: 1,5 uur, 1 uur en 30 minuten, en 1:30. Drie schrijfwijzen van hetzelfde, en 1,30 uur hoort er niet bij.

Waar je het inpast

Tijdmaten lopen van groep 5 tot en met groep 8 en komen elk jaar terug. Dat maakt ze geschikt voor korte herhaling in plaats van een blok.

Neem twee minuten per week: een omrekening en een schatting. Hoeveel seconden in vijf minuten? Hoe lang duurt de pauze ongeveer?

En koppel het aan de dagelijkse gang van zaken. Over hoeveel minuten gaan we naar buiten, hoe lang duurt deze les nog. Dat is oefening die geen lestijd kost.

Wat de leerlijn vraagt

In de leerlijn van SLO voor meten staat dat leerlingen leren meten en rekenen met eenheden en maten, en tijd wordt daar als eerste genoemd, naast geld, lengte en gewicht.

Tijd hoort dus bij meten en niet bij het klokkijken alleen. Dat verklaart waarom het in methodes vaak in een meetblok staat en niet bij de getallenlijn.

Voor je planning betekent dat: behandel tijdmaten in samenhang met de andere maten, en benoem daarbij expliciet waarin tijd afwijkt.

Veelgestelde vragen

Waarom is tijd moeilijker dan andere maten?

Omdat tijd niet op tienen loopt. Zestig seconden in een minuut, zestig minuten in een uur, vierentwintig uur in een dag. Leerlingen die net het metrieke stelsel hebben geleerd, passen dat hier ten onrechte toe.

Is 1 uur en 30 minuten hetzelfde als 1,30 uur?

Nee. Anderhalf uur is 1,5 uur, 90 minuten of 1:30 op de klok. De schrijfwijze 1,30 uur bestaat niet, en de verwarring komt doordat de digitale klok er in kommagetallen uitziet.

Hoe pas je dit in je planning?

Als korte herhaling in plaats van een blok: twee minuten per week met een omrekening en een schatting. Koppel het daarnaast aan de dagelijkse gang van zaken, want dat kost geen lestijd.

Oefen de tafels onder de tijd

Rekenen met minuten leunt op de tafel van 5, 6 en 12. Korte rondes met zicht per leerling. Gratis, zonder account.

Bekijk het voor de klas