Tijd rekenen: hoeveel minuten tot half 4?

Klokkijken is aflezen, tijd rekenen is iets anders. Hoe lang duurt het nog tot half vier? Hoe laat zijn we thuis als we er drie kwartier over doen? Daar loopt het vaak vast, en de reden is simpel: een uur heeft zestig minuten en geen honderd, en dat gooit alles wat je kind over getallen weet in de war.
Waarom rekenen met tijd zo lastig is
Bij gewone getallen gaat het per tien: na 59 komt 60, na 99 komt 100. Bij tijd springt de teller na 59 minuten terug naar nul en gaat het uur één omhoog.
Een kind dat 14:40 plus 30 minuten uitrekent als 14:70 doet dus niets doms. Het past de regel toe die overal elders klopt. Zeg dat ook zo: dit is de enige plek in het rekenen waar we tot zestig tellen.
Daar komt bij dat we in het Nederlands vooruitkijken bij half en voor. Half vier ligt vóór vier uur, terwijl er een 4 in staat. Dat maakt het dubbel lastig.
De sprong via het hele uur
Dit is de standaardaanpak, en hij lijkt op het rekenen over het tiental uit groep 4. Je springt eerst naar het hele uur en rekent daarna verder.
Hoe lang duurt het van 14:40 tot 15:20?
- Van 14:40 naar 15:00 is 20 minuten.
- Van 15:00 naar 15:20 is nog 20 minuten.
- Samen 40 minuten.
Het hele uur is dus het rustpunt, precies zoals de 10 dat is bij het optellen. Wie die vergelijking maakt, ziet zijn kind vaak meteen knikken.
Vooruit rekenen: hoe laat zijn we er?
De andere richting werkt hetzelfde. Het is 15:50 en de reis duurt 25 minuten. Hoe laat zijn we er?
- Van 15:50 naar 16:00 is 10 minuten. Er blijven er 15 over.
- 16:00 plus 15 is 16:15.
Ook hier eerst naar het hele uur, dan de rest. Laat je kind de tussenstap opschrijven; in het hoofd twee getallen bijhouden is voor deze leeftijd te veel.
Werk met een tijdlijn
Teken een streep en zet er de begintijd en de eindtijd op. Zet daarna de hele uren die ertussen liggen erbij, en schrijf boven elke sprong hoeveel minuten het is.
Dit is dezelfde getallenlijn die je kind bij het rekenen tot 100 gebruikt, alleen met tijd erop. Voor kinderen die het abstract moeilijk vinden, maakt dat het verschil, want ze zien de sprongen staan in plaats van ze te moeten onthouden.
Bij tijden over meerdere uren werkt dat helemaal goed: van 10:45 tot 13:20 zet je 11:00, 12:00 en 13:00 op de lijn en tel je op: 15 plus 60 plus 60 plus 20.
De vaste omrekeningen
Een handvol getallen komt steeds terug. Wie die kent, hoeft veel minder te rekenen.
- Een kwartier is 15 minuten, een half uur is 30, drie kwartier is 45.
- Een uur is 60 minuten, anderhalf uur is 90.
- Twee uur is 120 minuten.
Die 90 is de belangrijkste, want daar gaat het het vaakst mis. Kinderen zeggen 1,5 uur is 150 minuten, omdat 1,5 keer 100 zo voor de hand ligt. Oefen die apart.
Oefen de tafel van 5
Rekenen met tijd leunt op de tafel van 5: elk streepje op de klok is vijf minuten. Korte rondes met sterren en een diploma. Gratis, zonder account.
Tijd rekenen in het dagelijks leven
Dit onderwerp hoef je niet te oefenen met een boekje; het komt elke dag voorbij. Stel de vraag gewoon hardop als de situatie zich voordoet.
- We vertrekken om 8:40 en zijn er om 9:05. Hoe lang duurt de rit?
- De film begint om 19:15 en duurt anderhalf uur. Hoe laat is hij afgelopen?
- Je mag een half uur spelen en het is nu tien over vier. Tot hoe laat?
- Over hoeveel minuten moeten we weg?
Laat je kind het antwoord bepalen, ook als het wat langer duurt. Dat is de oefening.
Wat de school verwacht
In de leerlijn van SLO komt in groep 3 en 4 het aflezen en aangeven van hele en halve uren aan bod, en in groep 5 en 6 alle analoge tijden plus de koppeling met digitale kloktijden.
Rekenen met tijdsduur bouwt daarop voort en komt vooral in groep 6 en 7. Het is dus een van de laatste onderdelen van dit domein, en het veronderstelt dat aflezen geen moeite meer kost.
Als het rekenen niet lukt
Controleer dan eerst of het aflezen wel vlot gaat. Een kind dat nog moet nadenken over wat kwart voor vier betekent, kan er onmogelijk mee rekenen.
Gaat het aflezen goed, kijk dan naar de tafel van 5. Minuten gaan per vijf op de klok, en wie 7 keer 5 niet weet, komt bij vijf-minuten tijden niet ver. Meer daarover staat bij de tafel van 5.
Digitaal rekenen zonder de klok
Op een digitaal scherm is het soms verleidelijk om gewoon af te trekken: 15:20 min 14:40 is toch 80? Dat klopt niet, want er zitten geen honderd minuten in een uur.
Laat je kind daarom altijd via de tijdlijn werken, ook bij digitale tijden. Pas in de brugklas komt de omrekening naar decimale uren aan bod, en tot die tijd is de sprong via het hele uur de veiligste route.
Rekenen met dagen en weken
Naast uren en minuten komt in groep 6 en 7 het rekenen met grotere tijdseenheden. Ook daar geldt dat de getallen niet per tien gaan: zeven dagen in een week, vier weken in een maand en twaalf maanden in een jaar.
- Over 17 dagen is over twee weken en drie dagen.
- Zes weken vakantie is 42 dagen.
- Een half jaar is zes maanden, ongeveer 26 weken.
Hier komen de tafels weer van pas: rekenen met weken is de tafel van 7. Wie die vlot kent, rekent dagen naar weken zonder moeite om.
Gebruik een kalender om het zichtbaar te maken. Hoeveel nachtjes tot de vakantie, hoeveel weken tot je verjaardag? Kinderen rekenen dat graag uit, en het is dezelfde vaardigheid als bij de klok: springen naar een rond punt en dan verder tellen.
Veelgestelde vragen
Hoe leg je rekenen met tijd uit?
Met de sprong via het hele uur. Van 14:40 naar 15:20 reken je eerst naar 15:00, dat is 20 minuten, en daarna verder naar 15:20, nog eens 20. Samen 40 minuten. Het hele uur is het rustpunt, net als de 10 bij het optellen.
Waarom rekent mijn kind 14:40 plus 30 uit als 14:70?
Omdat het de regel toepast die overal elders klopt: na 69 komt 70. Bij tijd springt de teller na 59 minuten terug naar nul en gaat het uur omhoog. Dit is de enige plek in het rekenen waar tot zestig geteld wordt, en dat moet je expliciet zeggen.
Hoeveel minuten is anderhalf uur?
Negentig minuten. Kinderen zeggen hier vaak 150, omdat anderhalf keer honderd zo voor de hand ligt. Oefen deze omrekening apart, samen met een kwartier is 15, een half uur is 30 en drie kwartier is 45.
In welke groep leren kinderen rekenen met tijd?
Vooral in groep 6 en 7. Het bouwt voort op het aflezen van alle analoge en digitale tijden, dat in groep 5 en 6 aan bod komt. Lukt het rekenen niet, controleer dan eerst of het aflezen echt vlot gaat.
Mag mijn kind een tijdlijn tekenen bij een toets?
Meestal wel, en het is aan te raden. Een tijdlijn met de hele uren erop maakt de sprongen zichtbaar en voorkomt dat je kind twee getallen tegelijk in het hoofd moet houden. Vraag de leerkracht of het op die school gebruikelijk is.
