Home › Blog › Klokkijken
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 9 juli 2026 · 7 min lezen · Klokkijken

Klokkijken groep 5: de vijf minuten tijden erbij

Een kaart met de klok waarop elk cijfer een sprong van vijf minuten is

In groep 4 ging het om drie standen van de wijzers: heel, half en kwart. In groep 5 wordt elk streepje op de klok betekenisvol, en dat is een sprong van drie mogelijkheden naar twaalf. Voor kinderen bij wie de tafel van 5 nog niet zit, is dat precies het jaar waarin de klok stukloopt.

Wat er in klokkijken groep 5 bij komt

Het jaar heeft drie uitbreidingen, en ze komen in deze volgorde.

  • De vijf minuten tijden: tien over, twintig voor, vijf over half.
  • De koppeling tussen analoog en digitaal.
  • Het rekenen met tijd: hoe laat is het over twintig minuten?

De losse minuten en de 24 uurs klok komen pas in groep 6. Als je kind die in groep 5 niet kan, is dat geen achterstand.

Elk cijfer wordt vijf minuten

Dit is de kern van het jaar en tegelijk de plek waar het misgaat. De 3 op de wijzerplaat betekent nu ook vijftien minuten.

Elk cijfer krijgt daarmee twee betekenissen: het uur en het aantal minuten. Voor een kind dat de tafel van 5 niet paraat heeft, betekent dat bij elke tijd een rekensom.

Test die tafel dus eerst. Twee weken oefenen doet vaak meer voor het klokkijken dan twee maanden met een oefenklok. Meer daarover staat bij de tafel van 5.

Begin met de rechterhelft

Alles met over staat op de rechterhelft van de klok, en alles met voor op de linker. Bied die twee niet tegelijk aan.

Begin met vijf over, tien over, kwart over, twintig over. Die tellen op vanaf de 12 en dat is de richting waarin je kind al denkt.

Voeg pas daarna de linkerhelft toe. Daar moet je terugtellen naar het volgende uur, en dat is aantoonbaar moeilijker.

De tijden rond half zijn het lastigst

Vijf over half 4 en tien voor half 4 zijn de moeilijkste standen van het hele jaar, en dat komt doordat er twee ijkpunten in zitten.

Je rekent niet vanaf het hele uur maar vanaf half, en dan komt daar nog over of voor bij. Dat zijn drie stappen in één uitspraak.

Oefen ze daarom apart en pas als de rest zit. In het dagelijks leven zeggen veel volwassenen hier gewoon de digitale tijd, en dat mag je kind ook.

Analoog en digitaal koppelen

Digitaal aflezen leren kinderen meestal vanzelf. Dat 15.20 hetzelfde is als twintig over 3 niet.

Leg de twee naast elkaar en laat ze samen doorlopen. Wijs bij elke tijd allebei de vormen aan en zeg ze allebei hardop.

De middagtijden zijn extra lastig, want daar komt het aftrekken van twaalf bij. Dat hoort formeel bij groep 6. Meer daarover staat bij de digitale klok omrekenen.

Rekenen met tijd begint dit jaar

Naast aflezen komt er iets nieuws: hoe laat is het over twintig minuten, en hoe lang duurt iets nog.

Dat is een ander soort vaardigheid, en hij loopt vast op het hele uur. Van 14.50 uur plus twintig minuten kom je op 15.10 uur, want daar telt 60 en niet 100.

Behandel dat als het rekenen over het tiental, met het hele uur als tussenstation. Meer daarover staat bij rekenen met tijd.

Wat je thuis kunt doen

Twee dingen leveren het meeste op, en ze kosten allebei geen oefentijd.

Hang een analoge klok op een zichtbare plek en noem de tijd bij vaste momenten. In veel huizen hangt er geen meer, en dan mist je kind duizend kleine oefenmomenten per jaar.

En laat je kind de klok zelf zetten in plaats van alleen aflezen. Wie kan zetten, begrijpt het systeem. Meer daarover staat bij wijzers zetten op de klok.

Hang een analoge klok op een plek waar je kind hem de hele dag ziet, bij voorkeur in de keuken. Vragen stellen bij een klok die er hangt kost geen voorbereiding en gebeurt vanzelf.

En houd het bij één vraag per keer. Klokkijken is een vaardigheid die je in kleine stukjes oefent, niet in een half uur aan tafel.

Wat er aan het eind van groep 5 moet zitten

De vijf minuten tijden aan beide kanten van de klok, en de koppeling met de digitale tijd tot en met twaalf uur.

In de leerlijn van SLO voor meten en tijd hoort het aflezen van de klok bij het rekenen met eenheden en maten. De hele lijn loopt van groep 4 tot en met groep 6.

Zit het in juni nog niet, kijk dan eerst naar de tafel van 5 voordat je meer klokoefeningen doet. Daar ligt bij dit onderwerp negen van de tien keer de oorzaak.

Oefen de tafel van 5

Elk streepje op de klok is vijf minuten. Zit die tafel vlot, dan wordt aflezen ineens veel makkelijker. Gratis, zonder account.

Naar de tafel van 5