Inhoudsmaten: liter, deciliter en milliliter

Op een pak melk staat 1 L, op een blikje 33 cl, in een kookboek 2 dl en op een medicijnflesje 5 ml. Vier verschillende eenheden voor hetzelfde soort maat, allemaal in dezelfde keukenkast. Dat is bij lengte en gewicht niet zo, en het maakt inhoud verwarrender dan het hoeft te zijn.
Inhoudsmaten op de metrieke trap
Inhoud volgt dezelfde metrieke trap als lengte en gewicht. Elke stap is een factor tien en de voorvoegsels zijn identiek.
Van liter naar milliliter zijn drie treden omlaag, dus keer duizend. Er gaan dus duizend milliliter in een liter.
Dat de trap hetzelfde is, is de belangrijkste boodschap. Je kind hoeft geen derde systeem te leren. Meer over de trap staat bij maten omrekenen.
Welke maten je echt tegenkomt
Van de zeven treden gebruiken we er bij inhoud vier, en die zitten elk op hun eigen plek.
- Liter: melk, water, benzine, emmers.
- Deciliter: kookboeken en recepten.
- Centiliter: blikjes en flesjes drinken.
- Milliliter: medicijnen, recepten, kleine flesjes.
De centiliter is de vreemde eend. Bij lengte en gewicht gebruiken we die tree nauwelijks, en op blikjes staat hij standaard.
De deciliter is een tweede vreemde eend, maar dan andersom: die zie je bijna alleen in kookboeken. In de winkel staat er nooit dl op een verpakking.
Zeg dat er ook bij als je met een recept werkt. Twee deciliter is twee ons melk, oftewel 200 milliliter, en dat staat wel op de maatbeker.
De omzettingen die paraat moeten
Er zijn er vier, en met die vier komt je kind overal uit.
1 liter is 10 deciliter. 1 liter is 100 centiliter. 1 liter is 1000 milliliter. En 1 deciliter is 100 milliliter.
De handigste controle: een blikje van 33 cl is een derde liter. Als je kind dat weet, heeft het een ijkpunt bij de hand dat het dagelijks ziet.
Het verband met kubieke centimeters
Er is één verband dat de moeite van het noemen waard is: één liter is precies duizend kubieke centimeter.
Een kubus van tien bij tien bij tien centimeter bevat dus exact een liter. Dat is geen toeval maar de manier waarop de liter ooit is gedefinieerd.
In groep 7 en 8 komt dat terug bij het berekenen van inhoud. Wie het verband kent, hoeft dan niets nieuws te leren.
Oefen het met water
Inhoud is de enige maat die je kunt overgieten, en dat maakt hem bij uitstek geschikt om te ervaren.
Zet een maatbeker en een paar bekers klaar en laat je kind schatten hoeveel er in gaat. Daarna gieten en aflezen.
De verrassing is meestal groot. Kinderen schatten de inhoud van een hoog smal glas systematisch hoger dan die van een laag breed glas, ook als er evenveel in gaat.
De klassieke fout
Bij het omrekenen gaat het het vaakst mis op de richting: van liter naar milliliter delen in plaats van vermenigvuldigen.
Het tegengif is een schatvraag vooraf: worden het er meer of minder? Milliliters zijn kleiner, dus je hebt er meer nodig. Altijd.
Tweede fout: een tree overslaan. Van liter naar milliliter zijn het er drie en niet twee, want de deciliter en de centiliter zitten ertussen.
Wanneer dit aan bod komt
Inhoud begint in groep 4 met vergelijken en met bekers vullen. Liter en milliliter komen in groep 5 en 6, en het omrekenen in groep 6 en 7.
In de leerlijn van SLO voor meten staat het meten en rekenen met eenheden en maten, en inhoud wordt daar met zoveel woorden genoemd naast lengte en gewicht.
Loopt het stroef, kijk dan naar het vermenigvuldigen en delen door 10, 100 en 1000. Dat is de motor onder elke omrekening.
Veelgestelde vragen
Hoeveel milliliter gaat er in een liter?
Duizend. Milli betekent een duizendste, en van liter naar milliliter zijn drie treden op de metrieke trap: deciliter, centiliter en milliliter. Drie treden omlaag is keer duizend.
Waarom staat er cl op een blikje?
De centiliter is bij inhoud een gebruikelijke maat terwijl we die tree bij lengte en gewicht nauwelijks gebruiken. Een blikje van 33 cl is een derde liter, en dat is een handig ijkpunt dat je kind dagelijks ziet.
Klopt het dat een liter duizend kubieke centimeter is?
Ja. Een kubus van tien bij tien bij tien centimeter bevat precies een liter. Dat is geen toeval maar de manier waarop de liter is gedefinieerd, en het komt in groep 7 terug bij het berekenen van inhoud.
Oefen het rekenwerk eronder
Delen door 10, 100 en 1000 is waar elke omrekening op draait. Korte rondes met sterren. Gratis, zonder account.
