Home › Blog › Meten
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 29 juli 2026 · 6 min lezen · Meten

Gewicht omrekenen: gram, kilogram en de pond ertussen

Een kaart met de trap van milligram tot ton en daarnaast pond en ons buiten de trap

Bij gewicht doet zich iets voor wat bij lengte niet gebeurt: naast gram en kilogram gebruiken we in Nederland ook pond en ons, en die passen niet op de metrieke trap. Op de markt hoort je kind ze dagelijks, en op school komen ze niet voor. Dat is precies waar de verwarring vandaan komt.

Gewicht omrekenen op de metrieke trap

Gewicht volgt dezelfde metrieke trap als lengte: elke stap is een factor tien, en de voorvoegsels zijn identiek.

Van kilogram naar gram zijn drie treden omlaag, dus keer duizend. Van gram naar kilogram drie treden omhoog, dus gedeeld door duizend.

In de praktijk gebruiken we vooral gram, kilogram en soms milligram. Hectogram en decagram kom je nauwelijks tegen. Meer over de trap staat bij maten omrekenen.

Pond en ons horen er niet bij

Een pond is 500 gram en een ons is 100 gram. Allebei zijn het oude maten die naast het metrieke stelsel zijn blijven bestaan.

Ze staan dus niet op de trap, en je kunt er niet in stappen van tien mee rekenen. Dat is het punt dat je expliciet moet maken.

Wat je kind wel moet weten: een pond is een halve kilo, en er gaan vijf ons in een pond. Dat is genoeg om op de markt uit de voeten te kunnen.

Op de markt hoor je bovendien vaak alleen het getal: twee ons kaas, een half pondje. Dat maakt het lastiger, want er is geen eenheid die het verklaart.

Reken het thuis een keer om terwijl je het koopt. Twee ons is 200 gram, en dat staat straks ook op het etiket. Die koppeling maakt je kind zelf niet.

De ton erbij

Boven de kilo gaat het verder met de ton: duizend kilo. Die kom je tegen bij vrachtwagens, bij gewichten van dieren en bij bouwmaterialen.

Van ton naar kilogram is keer duizend, net als van kilogram naar gram. Het patroon herhaalt zich, en dat is de moeite van het benoemen waard.

Wees wel voorzichtig met het woord: een ton is in het dagelijks taalgebruik ook honderdduizend euro. Kinderen kennen die betekenis soms eerder dan de gewichtsmaat.

Onder de gram gaat het door met de milligram: duizend milligram is een gram. Die kom je vooral tegen op medicijnverpakkingen en bij voedingswaarden.

Dat is meteen een mooi voorbeeld van hoe klein een milligram is. Een tablet van 500 milligram weegt een halve gram, en dat is nog geen half suikerklontje.

De fouten die je gaat zien

Drie fouten komen bij dit onderwerp structureel terug, en ze zijn alle drie goed te ondervangen.

  • De verkeerde kant op: van kilo naar gram delen in plaats van vermenigvuldigen.
  • Pond en ons op de trap zetten.
  • Een tree overslaan, dus keer honderd in plaats van keer duizend.

Die eerste is de meest voorkomende. Het tegengif is een schatvraag vooraf: worden het er meer of minder? Ga je naar een kleinere maat, dan worden het er altijd meer.

Referentiegewichten helpen

Zonder ijkpunten kan je kind niet controleren of een antwoord kan kloppen. Bouw er een paar op.

Een pak suiker is een kilo. Een appel is ongeveer 150 gram. Een paperclip is een gram. Een volwassene weegt rond de 75 kilo.

Wie die kent, ziet meteen dat een antwoord van 3 kilo voor een appel niet kan. Zonder ijkpunt is er geen enkele reden om aan het antwoord te twijfelen.

Oefen het in de keuken

Gewicht is een van de weinige maten waarvoor je thuis een meetinstrument hebt staan. Gebruik dat.

Laat je kind ingrediënten afwegen en de hoeveelheid in twee eenheden opschrijven: 250 gram, oftewel 0,25 kilo. Laat het eerst schatten en dan pas wegen.

En kijk samen op verpakkingen. Daar staat van alles: 500 g, 1,5 kg, 200 ml. Dat is gratis oefenmateriaal dat er toch al ligt.

Wanneer dit aan bod komt

Wegen begint in groep 4 met vergelijken, gram en kilogram komen in groep 5, en het omrekenen met komma's in groep 6 en 7.

In de leerlijn van SLO voor meten staat het meten en rekenen met eenheden en maten, en gewicht wordt daar met zoveel woorden genoemd.

Loopt het omrekenen stroef, kijk dan naar het vermenigvuldigen en delen door 10, 100 en 1000. Dat is de motor eronder, en daar zit meestal de oorzaak.

Oefen het delen eronder

Delen door 10, 100 en 1000 is waar elke omrekening op draait. Korte rondes met sterren. Gratis, zonder account.

Naar delen oefenen