Delen uit het hoofd: vijf manieren zonder rekenmachine

Zodra de deeltafels zitten, komen de grotere sommen: 96 gedeeld door 4, of 240 gedeeld door 6. Op papier is dat een staartdeling, maar veel van die sommen kun je gewoon in je hoofd doen als je weet hoe je ze uit elkaar haalt.
Manier 1: halveren, en nog eens halveren
Delen door 2 is halveren, en dat kan bijna elk kind. Delen door 4 is twee keer halveren, en delen door 8 is drie keer.
- 96 gedeeld door 4: de helft is 48, en de helft daarvan is 24.
- 120 gedeeld door 8: 60, dan 30, dan 15.
Voor deze drie deeltafels hoeft je kind dus niets nieuws te leren. Meer over de eerste stap staat bij delen door 2.
Manier 2: de nul erbij
Grote sommen zijn vaak kleine sommen met een nul erachter. 240 gedeeld door 6 is dezelfde som als 24 gedeeld door 6, en het antwoord krijgt er gewoon een nul bij.
Laat je kind die twee sommen onder elkaar schrijven, dan ziet het het patroon zelf. Werkt ook bij 3600 gedeeld door 9, want dat is 36 gedeeld door 9 met twee nullen erbij.
Waarschuw wel voor de valkuil: dit werkt alleen als de nul aan het deeltal zit en niet aan het deelgetal. Bij 240 gedeeld door 60 gaan de nullen tegen elkaar weg, en dat is een andere som.
Manier 3: splitsen in stukken
Dit is de nuttigste van allemaal, en hij werkt bij bijna elke som. Je knipt het getal in stukken die je wel kunt delen.
Bij 96 gedeeld door 4 knip je 96 in 80 en 16. Tachtig gedeeld door 4 is 20, zestien gedeeld door 4 is 4, samen 24.
De kunst zit in het kiezen van de stukken. Neem altijd een rond getal dat deelbaar is: bij delen door 4 zijn 40, 80 en 120 handige tussenstations. Dat is precies de manier van denken die later bij de staartdeling terugkomt.
Oefen de deelsommen
Alle deeltafels in korte rondes met sterren, zodat de tafelsom onder elke deling er vanzelf uitkomt. Gratis, zonder account.
Manier 4: naar boven schatten en terugrekenen
Soms is het makkelijker om te beginnen bij een som die je wel kent en dan te corrigeren.
Bij 138 gedeeld door 6 weet je kind misschien dat 6 keer 20 gelijk is aan 120. Er blijft 18 over, en 18 gedeeld door 6 is 3. Dus 23.
Deze manier vraagt wat lef, want je begint met een gok. Juist daarom is hij goed voor het getalgevoel: je kind leert inschatten in welke buurt het antwoord ligt voordat het precies gaat rekenen.
Manier 5: de tafel gebruiken die je al kent
Bij een deelsom is de vraag altijd: hoe vaak past dit erin? En dat is een tafelvraag.
Bij 56 gedeeld door 7 hoeft je kind niets uit te rekenen als het weet dat 7 keer 8 gelijk is aan 56. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar veel kinderen maken die omslag niet uit zichzelf.
Zeg de vraag daarom een paar weken hardop bij elke som: zeven keer wat is 56? Wie dat gewend raakt, lost deelsommen net zo snel op als keersommen.
Delen uit het hoofd: welke manier wanneer
Je kind hoeft niet alle vijf te beheersen. Waar het om gaat is dat het even naar de getallen kijkt voordat het begint.
- Deelgetal 2, 4 of 8? Halveren.
- Ronde nullen achter het deeltal? Kleine som plus nullen.
- Een lelijk getal zoals 96 of 138? Splitsen in stukken.
- Past het precies in een tafel? Dan gewoon opzoeken.
Die keuze maken is de eigenlijke vaardigheid. Een kind dat altijd dezelfde route neemt, doet bij de helft van de sommen onnodig veel werk.
Dat er meerdere routes zijn, is geen toeval. In de leerlijn van SLO voor vermenigvuldigen en delen staat expliciet dat kinderen leren kiezen tussen handige manieren van uitrekenen. Het kunnen kiezen is dus zelf een doel, niet alleen een handigheidje.
Veelgestelde vragen
Hoe deel je 96 door 4 uit je hoofd?
Op twee manieren. Twee keer halveren: 96 wordt 48 en dat wordt 24. Of splitsen in stukken: 80 gedeeld door 4 is 20, 16 gedeeld door 4 is 4, samen 24. Welke sneller is, hangt af van het kind.
Klopt het dat 240 gedeeld door 6 hetzelfde is als 24 gedeeld door 6?
Bijna: het antwoord krijgt er een nul bij. 24 gedeeld door 6 is 4, dus 240 gedeeld door 6 is 40. Let op dat dit alleen werkt als de nul aan het eerste getal zit; bij 240 gedeeld door 60 gaan de nullen tegen elkaar weg.
In welke groep leren kinderen grotere deelsommen uit het hoofd?
In groep 6, nadat de deeltafels tot en met 10 zijn afgerond. In groep 7 volgt de staartdeling voor sommen die te groot zijn om in het hoofd te doen. Het splitsen in stukken is de opstap naar die methode.
Moet mijn kind alle vijf de manieren kennen?
Nee. Belangrijker is dat het even naar de getallen kijkt voordat het begint, en dan een route kiest die past. Een kind dat altijd dezelfde manier gebruikt, doet bij de helft van de sommen onnodig veel werk.
