Delen door 4: twee keer halveren

Van alle deeltafels is die van 4 de vriendelijkste na de 2, de 5 en de 10. Dat komt door één eigenschap: vier is twee keer twee, en dus is delen door 4 hetzelfde als twee keer halveren. Wie dat doorheeft, hoeft er geen rijtje voor uit het hoofd te leren.
Delen door 4 is twee keer halveren
Bij 28 gedeeld door 4: eerst de helft, dat is 14. En dan nog eens de helft, dat is 7. Klaar.
De reden dat het klopt is dat vier bestaat uit twee keer twee. Als je iets in tweeën deelt en elk stuk nog eens in tweeën, heb je vier stukken.
Laat dat een keer zien met een vel papier. Vouw het dubbel, en dan nog eens. Vier vakken. Kinderen geloven de regel pas echt als ze hem hebben zien ontstaan.
Waarom die route beter is dan stampen
Een kind dat de deeltafel van 4 uit het hoofd heeft geleerd, is hem na de zomervakantie kwijt en moet dan opnieuw beginnen.
Een kind dat weet dat delen door 4 twee keer halveren is, kan de som altijd terugvinden. Het antwoord komt misschien iets later, maar het komt.
Bovendien draagt de gedachte door. Delen door 8 is drie keer halveren. Delen door 20 is delen door 2 en dan door 10. Wie dit principe kent, heeft er de hele bovenbouw wat aan.
Wat je kind daarvoor moet kunnen
De hele route staat of valt met halveren. Gaat dat niet vlot, dan werkt de truc niet en wordt hij juist een extra hindernis.
Test het los: hoeveel is de helft van 36? En van 52? En van 18? Komen die antwoorden niet binnen een paar tellen, oefen dan eerst alleen het halveren.
Vooral halveren van getallen met een oneven tiental is lastig. De helft van 36 is 18, en daar zit een stap in die kinderen vaak missen. Meer daarover staat bij delen door 2.
Zie je aan een getal of het opgaat?
Bij delen door 2, 5 en 10 kun je aan het laatste cijfer zien of de som uitkomt. Bij 4 is het net iets ingewikkelder, maar er is wel een regel.
Een getal is deelbaar door 4 als de laatste twee cijfers samen deelbaar zijn door 4. Bij 316 kijk je naar 16, en 16 gaat door 4, dus 316 ook.
Voor groep 5 is dat te veel gevraagd, maar in groep 6 en 7 is het een prettige controle. Voor nu is het genoeg dat je kind weet dat het antwoord altijd even moet zijn als je door 4 deelt en het getal zelf deelbaar is.
Wat je kind wel meteen kan gebruiken: als een getal oneven is, gaat het zeker niet door 4. Dan is de eerste halvering al onmogelijk.
Bij 35 hoef je dus niet te beginnen. Bij 36 wel, want dat is even, en 18 is ook even, dus het komt uit op 9.
Waar delen door 4 in het echt zit
Vier komt in het dagelijks leven vaker voor dan drie of zeven, en dat maakt oefenen zonder werkblad eenvoudig.
- Een taart of pizza in vier stukken verdelen.
- Een uur in vier kwartieren.
- Een jaar in vier seizoenen of vier kwartalen.
- Een spel met vier spelers en een stapel kaarten.
Die eerste is de nuttigste, want daar komt meteen het woord kwart bij. Dat is dezelfde bewerking met een andere naam en het is de opstap naar de breuken in groep 6.
Ook bij geld kom je hem tegen. Twee euro eerlijk verdelen over vier kinderen levert ieder 50 cent op, en twintig euro over vier levert ieder vijf euro. Dat zijn deelsommen waar je kind zelf belang bij heeft.
Laat je kind bij zulke situaties hardop zeggen wat het doet: ik verdeel dit in vier gelijke stukken. Die zin koppelt de handeling aan de som, en die koppeling maken kinderen niet vanzelf.
Wanneer dit aan bod komt
Delen door 4 komt in groep 5, kort na delen door 2. In groep 6 wordt het herhaald met grotere getallen en met rest.
In de leerlijn van SLO over handig rekenen staat dat kinderen leren handig te vermenigvuldigen en te delen. Twee keer halveren is daar een voorbeeld van, en het is dus geen trucje maar precies wat er verwacht wordt.
Uiteindelijk moeten de sommen wel paraat worden. De halveerroute is de weg ernaartoe, niet het eindpunt.
Oefen delen door 4
Sommen door elkaar, met sterren die laten zien welke er al in zitten. Gratis, zonder account.
