Home › Blog › Geld
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 28 juli 2026 · 5 min lezen · Geld

Wisselgeld berekenen: aanvullen in plaats van aftrekken

Een kaart met een briefje van tien voor iets van zes euro en de sprong van 6 naar 10

Bij een aankoop van 6 euro met een briefje van 10 hoeft je kind geen aftreksom te maken. Van 6 naar 10 doortellen komt op hetzelfde uit en is voor de meeste kinderen aanzienlijk makkelijker. Het is bovendien precies zoals kassamedewerkers het vroeger deden.

Wisselgeld berekenen door aan te vullen

Bij 10 euro min 6 euro kun je aftrekken, en je kunt ook vragen: hoeveel moet er bij 6 om op 10 te komen?

Dat is dezelfde som en voor de meeste kinderen een makkelijkere vraag. Optellen ligt hun beter dan aftrekken, en de sprong is hier maar 4.

Doe het een keer voor met munten. Zes euro ligt er, en je legt er munten bij tot je op tien komt: zeven, acht, negen, tien. Vier euro terug.

Werk via een rond getal

Bij een bedrag met centen wordt het lastiger, en dan helpt een tussenstop op een rond getal.

Bij 3,60 euro betaald met 5 euro: van 3,60 naar 4 is 40 cent, en van 4 naar 5 is 1 euro. Samen 1 euro en 40 cent.

Dat is precies het rekenen over het tiental, maar dan met een euro in plaats van een tien. Meer daarover staat bij rekenen over het tiental.

Bij grotere bedragen werkt dezelfde aanpak met een tussenstop op een heel getal en daarna op een tiental. Bij 12,30 euro betaald met 20 euro: naar 13 is 70 cent, naar 20 is 7 euro. Samen 7,70 euro.

Laat je kind die tussenstappen opschrijven zolang het nodig is. De sprongen samen zijn het antwoord, en dat opschrijven voorkomt dat er onderweg eentje verdwijnt.

De getallenlijn als hulpmiddel

Aanvullen laat zich moeilijk uitleggen in woorden en gemakkelijk tekenen. Zet de twee bedragen op een lijn en teken de sprong.

Bij grotere verschillen maak je meerdere sprongen: van 3,60 naar 4, van 4 naar 5. De sprongen samen zijn het antwoord.

Laat je kind die sprongen zelf tekenen. Wie de sprong ziet, hoeft niet te onthouden of het optellen of aftrekken was.

Van bedrag naar munten

Er zit een tweede stap in die vaak wordt overgeslagen: als je weet dat er 1,40 euro terug moet, moet je dat ook kunnen neerleggen.

Een euro, een muntje van 20 en nog een van 20. Of een euro, een van 25 en... die bestaat niet in euro's. Dat soort ontdekkingen zijn precies de bedoeling.

Oefen die twee dingen apart: eerst hoeveel, dan waarmee. Wie ze tegelijk moet doen, verliest het overzicht.

Laat je kind bovendien meerdere manieren zoeken. Anderhalve euro kan met een munt van 1 en een van 50, of met drie munten van 50, of met een euro en vijf van 10.

Vraag daarna welke manier het handigst is. Zo min mogelijk munten betekent zo groot mogelijke stappen, en dat is dezelfde gedachte als bij het handig rekenen.

Waar het misgaat

Twee fouten zie je bij dit onderwerp het vaakst, en ze zijn allebei goed te ondervangen.

De eerste is het bedrag en het betaalde bedrag omdraaien. Je kind rekent uit hoeveel het artikel kostte in plaats van wat er terug moet. Vraag altijd eerst: wat wordt er gevraagd?

De tweede is de centen kwijtraken. Bij 4,75 betaald met 10 komt er 5,25 terug, en kinderen komen dan op 6,25 of 5,35 uit. Laat de tussenstap opschrijven.

Oefen het in het echt

Dit is een van de weinige rekenonderwerpen waarbij de echte situatie beter werkt dan elke oefening.

Geef je kind contant geld mee naar de bakker en laat het zelf afrekenen. Reken thuis na wat er terugkwam en of dat klopte.

Dat kost niets extra en het levert meer op dan een blad met tien sommen. Bovendien wordt er in de praktijk zelden meer contant betaald, en die ervaring moet je dus zelf organiseren.

Wanneer dit aan bod komt

Wisselgeld komt in groep 4 met hele euro's en in groep 5 en 6 met centen erbij. In groep 7 komt het terug bij korting en procenten.

In de leerlijn van SLO voor meten staat het rekenen met eenheden en maten, en geld wordt daar in één adem genoemd met tijd en lengte.

Loopt het vast, kijk dan naar het aanvullen tot 10 en tot 100. Dat is de vaardigheid eronder, en die hoort in groep 4 al te zitten.

Oefen het aanvullen

Aanvullen tot 20 is precies wat er bij wisselgeld gebeurt. Korte rondes met sterren. Gratis, zonder account.

Naar sommen tot 20