Home › Blog › Voor leerkrachten
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 28 juli 2026 · 8 min lezen · Voor leerkrachten

Tafelspellen voor in de klas: acht werkvormen zonder materiaal

Een kaart met acht tafelspellen voor in de klas en de tijd die elk spel kost

Automatiseren vraagt herhaling, en herhaling wordt saai. Dat is een probleem dat je niet oplost met betere sommen maar met een andere vorm. Deze acht spellen kosten geen voorbereiding, duren vijf minuten en zorgen dat er in die vijf minuten meer sommen langskomen dan op een werkblad.

1. Opstaan bij een veelvoud

Iedereen staat. Jij noemt getallen in willekeurige volgorde en leerlingen gaan zitten zodra er een getal valt dat in hun tafel zit.

Geef elke rij een eigen tafel, dan is er niets voor te bereiden en doet iedereen mee. Bij 42 gaan de leerlingen van de 6 en de 7 zitten.

Het spel oefent herkennen in plaats van uitrekenen, en dat is precies wat er bij deelsommen nodig is.

2. De kringrekening

De klas telt om de beurt door in stappen van een tafel: 7, 14, 21, 28. Wie hapert, gaat zitten.

Dit is het enige spel in de lijst dat op volgorde werkt, en daarom gebruik je het alleen bij de introductie van een nieuwe tafel.

Maak het lastiger door halverwege om te draaien: vanaf 42 weer terug. Terugtellen in stappen is aanzienlijk moeilijker en het bereidt het delen voor.

3. Handen op de rug

Twee leerlingen staan tegenover elkaar met de handen op de rug. Op jouw teken steken ze allebei een aantal vingers op.

Wie het eerst het product noemt, heeft het punt. Vijf en zeven op tafel betekent vijfendertig.

Het spel dekt alleen de tafels tot 10, en dat is precies het bereik dat paraat moet zijn. Het werkt goed in tweetallen door de hele klas tegelijk.

4. Het foute antwoord

Jij noemt een som en een antwoord, en de klas zegt of het klopt. Duim omhoog of omlaag.

Maak de foute antwoorden bewust plausibel: bij 7 keer 8 zeg je 54 of 63, niet 20. Dan moeten leerlingen echt kijken.

Deze vorm oefent iets wat op werkbladen nooit langskomt: een antwoord beoordelen in plaats van produceren. Dat is precies wat er bij het controleren van eigen werk nodig is.

5. Twee rijen, één antwoord

Schrijf een getal op het bord, bijvoorbeeld 36. Leerlingen zoeken alle keersommen die daarop uitkomen.

Bij 36 zijn dat 4 keer 9, 6 keer 6, 9 keer 4, 3 keer 12 en 12 keer 3. Laat ze er zoveel mogelijk vinden in twee minuten.

Dit is de omgekeerde richting, en dus de richting die bij delen nodig is. Meer daarover staat bij van tafels naar deeltafels.

6. De estafette op het bord

Twee rijen, twee stiften. Jij noemt sommen en de voorste van elke rij schrijft het antwoord op en geeft de stift door.

Houd het tempo hoog en tel niet de fouten maar het aantal afgemaakte sommen. Dan blijft het een spel in plaats van een toets.

Meng bewust tafels die door elkaar lopen, zoals de 6 en de 8. De verwarring die dan ontstaat, is waar je aan wilt werken.

7. Het getal van de dag

Schrijf één getal op het bord bij binnenkomst, bijvoorbeeld 48. Leerlingen schrijven op hun blaadje zoveel mogelijk sommen die daarop uitkomen.

Alle bewerkingen mogen meedoen: 6 keer 8, 50 min 2, 96 gedeeld door 2. Dat maakt het toegankelijk voor de hele klas.

Het kost jou vijf seconden voorbereiding en het vult de eerste minuten van de dag. Bespreek er achteraf drie klassikaal.

8. De ketting

Begin met een getal en voeg steeds een bewerking toe: 7, keer 3, min 1, gedeeld door 4. De klas rekent hardop mee.

Dit oefent naast de tafels ook het vasthouden van een tussenantwoord, en dat is precies waar leerlingen met een krap werkgeheugen op stuklopen.

Houd de ketting in het begin kort, drie stappen. Meer daarover staat bij werkgeheugen en rekenen.

Tafelspellen voor in de klas: waar je op let

Twee dingen bepalen of een spel oefening is of alleen tijdverdrijf.

Het eerste is tempo. Als er tijd is om uit te rekenen, wordt er uitgerekend. Houd het snel genoeg dat ophalen de enige optie is.

Het tweede is dekking. Bij een klassikaal spel doet de leerling die niets zegt ook niets. Kies werkvormen waarbij iedereen tegelijk antwoordt: duimen, gaan zitten, opschrijven.

Wat de leerlijn vraagt

In de leerlijn van SLO staat dat de tafels van buiten gekend moeten zijn en dat de basisbewerkingen tot 100 snel uit het hoofd moeten gaan.

Van buiten en snel vragen allebei om herhaling, en herhaling vraagt om vormen die leerlingen volhouden. Daarmee zijn deze spellen geen versiering maar het middel.

Automatiseren met zicht op je klas

Naast de spellen: korte rondes waarin je per leerling ziet welke tafels al paraat zijn. Gratis, zonder account.

Bekijk het voor de klas