Tafel van 3 leren: het ritme dat blijft hangen

De tafel van 3 is de eerste tafel die niet cadeau komt. Er zit geen verdubbeling in, geen nul erbij en geen truc met vingers. Toch heeft hij iets wat andere tafels missen: een ritme dat je kunt horen, en dat is precies waar je op moet inzetten.
Tafel van 3 leren via het ritme
Drie, zes, negen, twaalf. Die vier woorden hebben samen een cadans, en kinderen pikken dat op zonder er moeite voor te doen.
Loop de rij daarom eerst hardop af, en doe dat lopend of klappend. Bij elke stap één getal. Het lichaam helpt hier mee: een ritme dat je hebt bewogen, onthoud je beter dan een rijtje dat je hebt gelezen.
Belangrijk is wel dat het daar niet bij blijft. Het ritme geeft je kind de getallen, niet de sommen. Wie 3, 6, 9, 12 kan opzeggen, weet daarmee nog niet dat 4 keer 3 twaalf is.
Van de rij naar de losse sommen
Dit is de stap die vaak wordt overgeslagen, en het is de stap die het verschil maakt op een toets.
Vraag na het opzeggen meteen door. Je zei twaalf als vierde getal, dus hoeveel is 4 keer 3? En als ik 21 zeg, de hoeveelste is dat dan? Dat heen en weer springen dwingt je kind om de plek in de rij aan het getal te koppelen.
Werkt dat nog niet, dan is het ritme nog niet stevig genoeg. Ga dan terug naar het opzeggen en probeer het over een paar dagen opnieuw. Meer over die stap staat bij automatiseren.
De sommen die je kind al gratis heeft
Van de twaalf sommen kent je kind er meestal al vijf voordat je begint. Dat is de moeite van het benoemen waard, want het maakt de berg een stuk kleiner.
| Som | Waarom die al kan |
|---|---|
| 1 x 3 | keer 1 verandert niets |
| 2 x 3 | uit de tafel van 2 |
| 3 x 3 | de dubbelsom 3 en 3, plus 3 |
| 5 x 3 | uit de tafel van 5 |
| 10 x 3 | uit de tafel van 10 |
Blijven over: 4, 6, 7, 8, 9 en soms 11 en 12 keer 3. Dat zijn er vijf tot zeven, en dat is een aantal dat in een week of twee te doen is.
De vier waar het meestal misgaat
In de praktijk struikelen kinderen bij deze tafel op steeds dezelfde plekken.
- 7 keer 3 is 21. Wordt vaak verward met 24.
- 8 keer 3 is 24. Wordt vaak verward met 21.
- 6 keer 3 is 18. Kinderen zeggen hier 15 of 16.
- 9 keer 3 is 27. Lastig omdat er geen mooi patroon in zit.
Die eerste twee horen bij elkaar en veroorzaken elkaars fout. Oefen ze daarom bewust naast elkaar en spreek af welke welke is: acht is het grootste getal, dus 24 hoort bij de 8.
Oefen de tafel van 3
Sommen door elkaar, in korte rondes met sterren en een diploma. Gratis, zonder account.
Een controle die altijd werkt
Bij deze tafel bestaat een controle die kinderen leuk vinden en die wiskundig klopt: tel de cijfers van het antwoord bij elkaar op.
Bij 21 is dat 2 plus 1 is 3. Bij 24 is dat 2 plus 4 is 6. Bij 27 is dat 2 plus 7 is 9. De uitkomst is altijd 3, 6 of 9. Klopt dat niet, dan is het antwoord fout.
Dat werkt bij elk veelvoud van 3, ook bij grote getallen. Vraag je kind eens of 51 in de tafel van 3 zit: 5 plus 1 is 6, dus ja. Het is een trucje dat later bij het delen en bij het vereenvoudigen van breuken opnieuw van pas komt.
Wat je hierna aan deze tafel hebt
De tafel van 3 is de bouwsteen voor de tafel van 6, want die is precies het dubbele. Wie 7 keer 3 is 21 weet, komt bij 7 keer 6 uit op 42 door te verdubbelen.
Ook de tafel van 9 leunt erop, want 9 keer iets is drie keer zoveel als 3 keer iets. Die weg is omslachtiger, maar voor een kind dat vastloopt op de 9 is het een uitweg.
En in groep 6 komt hij terug bij het vereenvoudigen van breuken: 21/24 kun je door 3 delen, en die cijfertruc van hierboven vertelt je dat.
Wanneer deze tafel aan bod komt
De tafel van 3 komt in groep 4, meestal als derde of vierde tafel na de 1, 2, 5 en 10. Aan het eind van groep 4 moet hij zitten.
In de leerlijn van SLO staan de tafels als kennis die van buiten gekend moet zijn. Dat is een hoger doel dan kunnen uitrekenen, en het is de reden dat er zoveel herhaling in de methode zit.
Veelgestelde vragen
Hoe leer je de tafel van 3 het snelst?
Begin met het ritme: 3, 6, 9, 12 hardop, lopend of klappend. Ga daarna meteen over op losse sommen door elkaar. Van de twaalf sommen kent je kind er al vijf uit de tafels van 1, 2, 5 en 10, dus er blijven er maar vijf tot zeven echt over.
Welke sommen zijn het lastigst?
7 keer 3 en 8 keer 3, omdat 21 en 24 door elkaar worden gehaald. Oefen die twee bewust naast elkaar en spreek af dat het grootste getal bij de grootste uitkomst hoort. Ook 6 keer 3 en 9 keer 3 vragen extra herhaling.
Klopt de truc met het optellen van de cijfers?
Ja. Bij elk veelvoud van 3 is de som van de cijfers 3, 6 of 9. Bij 21 is dat 3, bij 24 is dat 6, bij 27 is dat 9. Het werkt ook bij grote getallen en het komt later terug bij delen en bij breuken vereenvoudigen.
In welke groep leert een kind de tafel van 3?
In groep 4, meestal als derde of vierde tafel. Aan het eind van dat jaar hoort hij paraat te zijn, dus zonder uitrekenen. Loopt het in groep 5 nog stroef, dan is dat een reden om er thuis kort en dagelijks mee bezig te zijn.
