Rijgen of splitsen: welke strategie leer je aan bij het tiental?

Bij 47 plus 28 kun je twee kanten op. Je houdt de 47 heel en springt in stappen naar 75, of je hakt beide getallen in tientallen en eenheden en telt die apart op. Beide zijn goed, beide staan in de methode, en de keuze die je maakt bepaalt hoe je klas de rest van het jaar rekent.
Wat rijgen is
Bij rijgen houd je het eerste getal heel en spring je er in stappen bij. Bij 47 plus 28: van 47 naar 67 is 20, van 67 naar 70 is 3, van 70 naar 75 is 5.
Het model erbij is de lege getallenlijn. Je tekent de sprongen en telt aan het eind op wat je hebt afgelegd.
De kracht is dat het getal 47 herkenbaar blijft. Je haalt het niet uit elkaar, en dat maakt het voor veel leerlingen minder abstract.
Wat splitsen is
Bij splitsen hak je beide getallen in tientallen en eenheden. Bij 47 plus 28: 40 plus 20 is 60, 7 plus 8 is 15, samen 75.
Dat is korter opgeschreven en sluit aan bij het cijferen dat later komt. Er zit ook meer structuur in: je doet twee kleine sommen in plaats van een reeks sprongen.
De valkuil zit in de laatste stap. Leerlingen die 60 en 15 hebben, moeten die nog samenvoegen, en dat is precies waar de fouten vallen.
Rijgen of splitsen: waar elk in uitblinkt
De twee zijn niet inwisselbaar. Bij verschillende sommen wint een andere strategie.
| Situatie | Handigste aanpak |
|---|---|
| 47 + 8 | rijgen |
| 40 + 30 | splitsen |
| 62 - 58 | rijgen (aanvullen) |
| 45 + 32 | splitsen |
| 99 + 26 | rijgen via 100 |
Bij aftrekken is het verschil het grootst. Splitsen loopt daar vast zodra er geleend moet worden, terwijl rijgen gewoon doorwerkt.
Waarom de meeste methodes met rijgen beginnen
Rijgen sluit aan bij hoe leerlingen zelf gaan rekenen als je ze niets vertelt. Ze tellen door vanaf het grootste getal, en rijgen is daar de gestructureerde versie van.
Daarnaast werkt het bij aftrekken zonder extra regels, en dat scheelt een hele instructielijn.
En het model, de lege getallenlijn, draagt door tot in de bovenbouw. Bij tijd, bij breuken en bij kommagetallen kom je hem opnieuw tegen.
Oefen de sommen eronder
Rijgen en splitsen leunen allebei op de sommen tot 20. Korte rondes met zicht per leerling. Gratis, zonder account.
Wanneer splitsen wel de betere keuze is
Voor leerlingen die sterk zijn in structuur en snel abstraheren, is splitsen efficiënter. Zij vinden de sprongen omslachtig.
Ook bij het optellen van getallen zonder overschrijding is splitsen sneller: 45 plus 32 is in twee stappen klaar.
En het is de opstap naar het kolomsgewijs rekenen in groep 5 en 6. Wie splitsen begrijpt, snapt daarna sneller wat er in de kolommen gebeurt. Meer daarover staat bij kolomsgewijs of cijferend.
Kies er één als hoofdstrategie
De grootste fout is beide tegelijk aanbieden aan de hele klas. Zwakke rekenaars hebben dan twee halve strategieën in plaats van één hele.
Kies één hoofdstrategie voor de klas, meestal rijgen, en bouw die stevig op. Pas als die zit, mag de tweede erbij voor wie er iets aan heeft.
Voor sterke rekenaars mag je die volgorde omdraaien of ze zelf laten kiezen. Zij redden zich met allebei en hebben baat bij het vergelijken.
Hoe je de keuze uiteindelijk oefent
Zodra beide strategieën er zijn, verschuift het leerdoel naar het kiezen, en dat vraagt een ander type opgave.
Zet vier sommen op het bord en vraag niet om antwoorden maar om een aanpak. Bij welke som zou je springen en bij welke hakken? Reken ze daarna pas uit.
Die les duurt tien minuten en levert meer op dan twintig sommen. Bovendien hoor je precies welke leerlingen het verschil zien.
Wat de leerlijn vraagt
In de leerlijn van SLO over handig rekenen staat dat leerlingen leren handig op te tellen en af te trekken.
Handig veronderstelt keuze, en keuze veronderstelt dat er iets te kiezen valt. Op termijn heeft een leerling dus twee strategieën nodig.
Voor zwakke rekenaars is dat doel niet altijd haalbaar, en dan is één strategie die altijd werkt meer waard dan twee die half zitten. Dat is een verdedigbare keuze en de moeite waard om vast te leggen in het handelingsplan.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen rijgen en splitsen?
Bij rijgen houd je het eerste getal heel en spring je er in stappen bij: van 47 naar 67 naar 70 naar 75. Bij splitsen hak je beide getallen in tientallen en eenheden: 40 plus 20 is 60, 7 plus 8 is 15, samen 75.
Welke strategie leer je als eerste aan?
Meestal rijgen. Het sluit aan bij hoe leerlingen zelf gaan rekenen, het werkt bij aftrekken zonder extra regels, en het model van de lege getallenlijn draagt door tot in de bovenbouw.
Mag je beide strategieën tegelijk aanbieden?
Voor sterke rekenaars wel, voor de rest niet. Zwakke rekenaars houden dan twee halve strategieën over in plaats van één hele. Bouw eerst één hoofdstrategie stevig op en voeg de tweede pas daarna toe.
Waarom loopt splitsen vast bij aftrekken?
Omdat er geleend moet worden zodra de eenheden niet toereikend zijn. Bij 62 min 28 is 2 min 8 niet mogelijk, en dan heb je een extra regel nodig. Rijgen werkt daar zonder aanpassing door.
