Home › Blog › Voor leerkrachten
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 27 juli 2026 · 8 min lezen · Voor leerkrachten

Het rekenrek in de klas: van handelen naar denken

Een kaart met een rekenrek waarop zeven kralen in één beweging zijn geschoven: vijf rode en twee witte

Het rekenrek hangt in vrijwel elk lokaal van groep 3, en in vrijwel elk lokaal wordt het op dezelfde manier verkeerd gebruikt: leerlingen schuiven kralen en tellen ze daarna een voor een na. Dan is het model een omslachtige telrij geworden in plaats van een middel om het tellen kwijt te raken.

Waar het rekenrek voor bedoeld is

De twee stangen met elk vijf rode en vijf witte kralen zijn niet willekeurig gekozen. De kleurwissel na vijf is het hele idee van het model.

Zeven kralen zijn een hele rode rij plus twee witte. Dat kun je zien zonder te tellen, en dat is precies de vaardigheid die het model moet ontwikkelen.

Het rekenrek is dus geen telhulp maar een structuurmodel. Zodra een leerling de kralen natelt, doet het model niet meer wat het moet doen.

Het rekenrek in de klas: vier fasen

Er zit een opbouw in die je in een schooljaar doorloopt, en het loont om die fasen expliciet te benoemen in je planning.

  • Fase 1: leerlingen schuiven zelf en tellen daarbij nog.
  • Fase 2: schuiven in één beweging, tellen mag niet meer.
  • Fase 3: jij schuift, leerlingen kijken en zeggen wat ze zien.
  • Fase 4: het rek wordt afgedekt en leerlingen zien het voor zich.

Die vierde fase is het doel: het model verhuist naar het hoofd. Een leerling die zich het rek kan voorstellen, heeft er geen meer nodig.

Schuif in één beweging

Dit is de belangrijkste instructie die je geeft, en hij moet vanaf fase 2 keihard zijn: zeven kralen schuif je in één keer, niet in zeven kleine bewegingen.

Doe het zelf ook zo aan het bord. Leerlingen kopiëren jouw handeling, dus als jij kraal voor kraal schuift, doen zij dat ook.

Vraag daarna niet hoeveel het er zijn maar hoe ze het zagen. Het antwoord vijf en twee laat zien dat de structuur er is; het antwoord ik heb geteld laat zien dat je terug moet.

Flitsen als toets

De snelste manier om te zien of het model werkt, is het rek een seconde laten zien en dan afdekken met een lap of een blad.

In die seconde kan niemand tellen. Wie het aantal noemt, heeft de structuur; wie stil blijft of gokt, zit nog in fase 1.

Doe dit vijf minuten aan het begin van de rekenles, twee of drie keer per week. Je hebt er geen voorbereiding voor nodig en je ziet meteen wie er nog telt.

Oefenen zonder model, met zicht op je klas

Korte rondes met sommen tot 20 door elkaar, waarin je per leerling ziet wat er al paraat is. Gratis, zonder account.

Bekijk het voor de klas

Van het rek naar de sommen

Het model laat meer zien dan alleen aantallen. Juist bij het rekenen over het tiental is het waardevol.

Bij 8 plus 5: schuif acht op de bovenste stang. Om aan tien te komen zijn er nog twee nodig, dus haal die uit de vijf. Er blijven er drie over, en die komen op de onderste stang. Tien en drie is dertien.

Die handeling is letterlijk de strategie die je wilt aanleren. Leerlingen zien het splitsen van de 5 in 2 en 3 gebeuren in plaats van dat ze het moeten geloven. Meer daarover staat bij rekenen over het tiental.

De valkuil: het rek te lang laten liggen

Een model dat niet wordt afgebouwd, wordt een kruk. Leerlingen die in groep 4 nog naar het rek grijpen, hebben de stap naar het hoofd niet gemaakt.

Spreek daarom een moment af waarop het rek van tafel gaat, en kondig dat vooruit aan. Na de kerstvakantie werken we zonder, en tot die tijd oefenen we het voorstellen.

Voor leerlingen die het echt nodig hebben mag hij langer blijven, maar dan wel bewust en met een datum. Zonder datum blijft hij tot groep 6 liggen.

Wat je in plaats van het rek gebruikt

Bij het afbouwen helpt het om een tussenmodel aan te bieden dat minder concreet is maar wel dezelfde structuur heeft.

De lege getallenlijn is daarvoor de gebruikelijke opvolger. Daar zet je sprongen op in plaats van kralen te schuiven, en de vijfstructuur zit er niet meer in.

Ook een tekening van het rek werkt: leerlingen tekenen de kralen zelf in plaats van ze te schuiven. Dat is een halve stap richting het voorstellen.

Wat de leerlijn vraagt

In de leerlijn van SLO staat dat optellen en aftrekken tot 20 van buiten gekend moeten zijn.

Van buiten kennen betekent zonder model. Het rekenrek is dus per definitie tijdelijk: het is het steigerwerk, en steigerwerk gaat weg als het gebouw staat.

Dat is meteen het argument waarmee je het afbouwen bij ouders uitlegt. Het rek weghalen is geen hulp intrekken maar de volgende stap zetten.

Veelgestelde vragen

Waar is het rekenrek voor bedoeld?

Voor structuur, niet voor tellen. De kleurwissel na vijf kralen maakt dat je zeven ziet als een hele rode rij plus twee witte. Zodra een leerling de kralen natelt, doet het model niet meer waarvoor het is gemaakt.

Hoe merk je of leerlingen nog tellen?

Laat het rek een seconde zien en dek het dan af. In die seconde kan niemand tellen. Vraag daarna niet hoeveel het er zijn maar hoe ze het zagen: het antwoord vijf en twee verraadt structuur.

Wanneer bouw je het rekenrek af?

Spreek een datum af en kondig die aan, bijvoorbeeld na de kerstvakantie van groep 3. Zonder datum blijft het rek tot in groep 5 liggen en wordt het een kruk in plaats van een steiger.

Wat gebruik je daarna?

De lege getallenlijn is de gebruikelijke opvolger: sprongen in plaats van kralen. Een tussenstap is leerlingen het rek zelf laten tekenen, want dat is een halve stap richting het voorstellen.