Rekenen met verhoudingen: uitleggen met een recept

Een verhouding is geen som maar een afspraak tussen twee getallen: als de een verandert, verandert de ander mee. Dat klinkt abstract, en in de keuken is het dat helemaal niet. Een recept voor vier personen dat naar zes moet, is de duidelijkste uitleg die er bestaat.
Wat een verhouding is
Bij een verhouding gaat het niet om de losse getallen maar om hoe ze zich tot elkaar houden. 2 op 3 is hetzelfde als 4 op 6 en als 20 op 30.
Dat is het lastige eraan: drie verschillende getallenparen zijn dezelfde verhouding. Kinderen die naar de getallen kijken, zien drie verschillende dingen.
Daarom werkt een concreet voorbeeld beter dan een definitie. In een recept voelt iedereen aan dat er iets niet klopt als je wel meer bloem neemt maar niet meer melk.
Het recept als uitleg
Neem pannenkoeken voor vier personen: 200 gram bloem, 400 milliliter melk, 2 eieren. Nu komen er twee mensen bij eten.
De verleiding is om er overal iets bij te doen. Maar wat je moet doen, is alles keer anderhalf, want zes is anderhalf keer vier.
Dat wordt 300 gram bloem, 600 milliliter melk en 3 eieren. Alles verandert mee, en met precies dezelfde factor.
Laat je kind het recept ook echt maken. Bij het afwegen van 300 gram bloem wordt de som iets wat je in je handen hebt, en dat blijft beter hangen dan een pijl op papier.
Ga bij het omrekenen bovendien hardop na of het antwoord klopt: anderhalf keer zoveel mensen, dus overal ongeveer anderhalf keer zoveel van. Bij 3 eieren voelt dat goed, bij 202 gram bloem niet.
Waarom er niet gewoon iets bij mag
De grootste denkfout bij dit onderwerp is optellen in plaats van vermenigvuldigen. Van vier naar zes zijn er twee bij, dus overal twee bij?
Dan wordt het 202 gram bloem en 402 milliliter melk, en dat is duidelijk onzin. Bij een verhouding verandert alles met dezelfde factor, niet met hetzelfde aantal.
Laat die fout een keer expliciet zien. Kinderen die hem hardop hebben horen weerleggen, maken hem daarna zelden nog.
Oefen het rekenwerk eronder
Elke verhoudingsvraag komt neer op keer of gedeeld door. Korte rondes met sterren en een diploma. Gratis, zonder account.
De route via één persoon
Anderhalf is een lastige factor. De veiligere weg loopt via één, en die weg werkt bij elk getal.
Voor één persoon: 200 gedeeld door 4 is 50 gram bloem. Voor zes personen: 50 keer 6 is 300 gram. Zelfde antwoord, kleinere stappen.
Die twee stappen zijn precies wat een verhoudingstabel op papier zet. Wie het schema kent, hoeft niet meer na te denken over de volgorde.
Het voordeel van deze route is dat je kind maar twee dingen hoeft te onthouden: eerst delen, dan vermenigvuldigen. Bij welke getallen dan ook.
Schrijf die tussenstap wel op. Voor één persoon 50 gram bloem is een getal dat je nog drie keer nodig hebt, en uit het hoofd raakt het kwijt zodra er een volgend ingrediënt komt.
Rekenen met verhoudingen buiten de keuken
Zodra het recept zit, kun je hetzelfde denken op andere plekken laten zien. Het is telkens dezelfde structuur met andere woorden.
- Snelheid: 60 kilometer in een uur, dus 90 in anderhalf uur.
- Prijs: 3 stuks voor 2 euro, dus 9 stuks voor 6 euro.
- Schaal: 1 centimeter op de kaart is 100 in het echt.
- Aanlengen: 1 deel siroop op 5 delen water.
Die laatste is aardig om te bespreken, want daar zit een valkuil: 1 op 5 betekent één deel siroop en vijf delen water, dus zes delen in totaal.
Wat al deze voorbeelden delen, is dat er één regel geldt en dat je die regel op elk getal kunt loslaten. Dat is precies waarom verhoudingen zo veel toepassingen hebben.
Laat je kind bij een nieuw voorbeeld eerst benoemen welke twee dingen er aan elkaar vastzitten. Zonder die twee grootheden is er geen verhouding, en met die twee is de rest rekenwerk.
Wanneer dit aan bod komt
Verhoudingen komen in groep 7 en worden in groep 8 gekoppeld aan procenten, schaal en snelheid. Op de doorstroomtoets zitten ze vrijwel altijd in verhaalsommen.
In de leerlijn van SLO staan verhoudingen in één doel met breuken, procenten en kommagetallen. Dat is de kern: het zijn vier schrijfwijzen voor dezelfde relatie.
Loopt je kind vast, kijk dan naar het vermenigvuldigen en delen. Een verhoudingsvraag is bijna altijd een keersom of een deelsom in een jasje.
