Home › Blog › Voor leerkrachten
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 12 juli 2026 · 6 min lezen · Voor leerkrachten

Kalenderrekenen: rekenen met dagen, weken en maanden

Een kaart met een maandkalender waarop een sprong van 27 oktober naar 3 november is getekend

Over hoeveel dagen is het 3 november als het vandaag 27 oktober is? Die vraag staat op elke toets en komt in vrijwel geen enkele methode als apart onderwerp voor. Leerlingen lossen hem op door te tellen op hun vingers, en bij grotere sprongen gaat dat mis.

Kalenderrekenen: de vier vraagtypen

Kalendersommen komen in vier vormen voorbij, en ze vragen alle vier iets anders.

VraagWat je doet
Over hoeveel dagen?verschil bepalen
Welke datum is het dan?vooruit springen
Welke dag van de week?rekenen met zeven
Hoeveel weken zijn dat?delen door zeven

Die derde is de moeilijkste en de leukste. Als 27 oktober een dinsdag is, is 3 november dat ook, want zeven dagen later is dezelfde dag.

De maandgrens is het struikelblok

Zolang een som binnen één maand blijft, is het gewoon optellen. Zodra hij over de maandgrens gaat, moet je weten hoeveel dagen die maand heeft.

Bij 27 oktober plus 7 dagen moet je weten dat oktober 31 dagen heeft. Nog vier dagen tot het eind, en dan drie in november: 3 november.

Dat is een tweestapssom, en leerlingen die in één keer proberen te springen, komen op 34 oktober uit. Laat de tussenstap opschrijven.

De maandlengtes moeten paraat zijn

Zonder de maandlengtes is elke kalendersom een gok. Ze horen dus bij de parate kennis, net als de tafels.

Het knokkelezelsbruggetje werkt goed: de knokkels zijn de lange maanden, de dalen ertussen de korte. Laat leerlingen het één keer op hun eigen hand doen.

Februari blijft de uitzondering. Achtentwintig dagen, en in een schrikkeljaar negenentwintig. Dat is een weetje en geen regel die je kunt afleiden.

De zeven als tweede motor

Alles wat met dagen van de week te maken heeft, draait om de zeven. Dat maakt de tafel van 7 en de deeltafel van 7 hier ineens praktisch.

Bij de vraag welke dag het over 30 dagen is: 30 gedeeld door 7 is 4 met een rest van 2, dus vier hele weken en twee dagen verder.

Dat is een deelsom met rest die ergens over gaat, en het is een van de weinige plekken waar de rest een duidelijke betekenis heeft. Meer daarover staat bij delen met rest.

Oefen de zeven eronder

Kalenderrekenen draait op de tafel en deeltafel van 7. Korte rondes met zicht per leerling. Gratis, zonder account.

Bekijk het voor de klas

Werkvormen die geen lestijd kosten

Kalenderrekenen leent zich uitstekend voor korte momenten door de dag heen.

  • Hang een jaarkalender op en streep dagen af.
  • Reken bij elke aankondiging: over hoeveel dagen is dat?
  • Vraag bij een verjaardag welke dag van de week het volgend jaar valt.
  • Tel af naar de vakantie in weken en dagen tegelijk.

Die laatste is de nuttigste, want leerlingen doen hem toch al. Voeg alleen de vraag toe hoeveel weken dat zijn.

De tijdlijn als model

Voor kalendersommen werkt dezelfde lege getallenlijn als bij het rekenen tot 100, met de maandgrens als tussenstation.

Van 27 oktober naar 3 november: een sprong van 4 naar het eind van oktober, en dan een sprong van 3. Precies het rekenen over het tiental, met 31 in plaats van 10.

Die vergelijking is de moeite van het benoemen waard, want dan is het geen nieuw onderwerp maar een bekende structuur. Meer daarover staat bij rekenen over het tiental.

Wat de leerlijn vraagt

In de leerlijn van SLO voor meten staat dat leerlingen leren rekenen met eenheden en maten, waaronder tijd.

De kalender hoort daarbij en heeft dezelfde status als lengte en gewicht. Dat is een argument om er structureel aandacht aan te geven en niet alleen als er een toets aankomt.

Praktisch: neem het mee in je meetblok in plaats van bij het klokkijken. Het gaat om eenheden en omrekenen, en niet om wijzers.

Veelgestelde vragen

Waar gaat kalenderrekenen mis?

Bij de maandgrens. Binnen één maand is het gewoon optellen; zodra je over de grens gaat, moet je weten hoeveel dagen die maand heeft. Leerlingen die in één keer springen, komen op 34 oktober uit.

Moeten de maandlengtes uit het hoofd?

Ja, zonder die kennis is elke kalendersom een gok. Het knokkelezelsbruggetje werkt goed: knokkels zijn de lange maanden, de dalen ertussen de korte. Februari blijft een weetje.

Hoe reken je uit welke dag van de week het is?

Met de zeven. Over 30 dagen is 30 gedeeld door 7 is 4 met een rest van 2, dus vier hele weken en twee dagen verder. Het is een van de weinige plekken waar de rest een duidelijke betekenis heeft.