Delen door 3: de tafel van 3 omgekeerd

Delen door 3 hoort bij de eerste deeltafels die kinderen leren, en het is meteen een van de lastigere. Dat komt niet doordat de sommen moeilijk zijn, maar doordat er geen patroon in de antwoorden zit waar je op kunt leunen zoals bij delen door 2, 5 of 10.
Delen door 3 leunt volledig op de tafel van 3
Bij 21 gedeeld door 3 is de vraag: hoe vaak past 3 in 21? En dat is precies dezelfde vraag als: hoeveel keer 3 is 21?
Zit de tafel van 3 er stevig in, dan is delen door 3 een kwestie van de vraag herkennen. Zit die tafel er niet in, dan is er geen enkele manier om deze deelsommen vlot te krijgen.
Test dat dus eerst. Vraag een paar keersommen door elkaar en kijk of de antwoorden binnen twee tellen komen. Zo niet, ga dan eerst terug naar de tafel van 3.
De truc die vertelt of het kan
Er bestaat een controle waarmee je bij elk getal kunt zien of het door 3 deelbaar is: tel de cijfers bij elkaar op.
Bij 27 is dat 2 plus 7 is 9, en 9 is deelbaar door 3, dus 27 ook. Bij 25 is dat 2 plus 5 is 7, en 7 niet, dus 25 ook niet.
Het werkt ook bij grote getallen. Bij 117: 1 plus 1 plus 7 is 9, dus ja. Kinderen vinden dat een leuke truc, en het is bruikbaar bij het vereenvoudigen van breuken en bij het schatten.
Waarom dat werkt, is voor de bovenbouw. Voor nu is het genoeg dat je kind merkt dat de truc klopt bij elk getal dat het probeert. Laat het er tien zelf uitproberen, dan is het overtuigd.
De sommen waar het hapert
In de praktijk zijn het steeds dezelfde vier die tijd kosten.
- 21 gedeeld door 3 is 7.
- 24 gedeeld door 3 is 8.
- 18 gedeeld door 3 is 6.
- 27 gedeeld door 3 is 9.
Die eerste twee liggen dicht bij elkaar en worden verwisseld, precies zoals in de keertafel. Oefen ze naast elkaar en niet apart, dan leert je kind ze uit elkaar te houden in plaats van ze los te onthouden.
Wat er gebeurt als het niet opgaat
Bij 20 gedeeld door 3 komt er niets moois uit. Dat is geen fout van je kind maar een som die niet opgaat, en die vorm komt op werkbladen bewust voorbij.
Het antwoord is 6 met een rest van 2, want 6 keer 3 is 18 en er blijven 2 over. Kinderen die dat niet hebben geoefend, zeggen hier vaak 7 omdat dat het dichtst in de buurt komt.
Leer je kind daarom altijd terug te rekenen: 6 keer 3 is 18, en 20 min 18 is 2. Meer daarover staat bij delen met rest.
Delen door 3 in het echt
Drie is een lastig getal om mee te verdelen, en juist dat maakt het bruikbaar aan de keukentafel.
Vijftien koekjes over drie kinderen. Een pak van 24 knikkers over drie zakjes. Een uur verdelen in drie blokken van twintig minuten. Bij elk van die vragen is er iemand die het eerlijk wil hebben, en dan is er ineens motivatie.
Laat je kind ook eens iets verdelen wat niet opgaat, zoals zeven koekjes over drie. Wat doe je met de rest? Dat gesprek is meer waard dan tien sommen die wel opgaan.
Nog een plek waar het langskomt: bij het verdelen van tijd. Een uur bestaat uit drie blokken van twintig minuten, en een kwartier uit drie stukken van vijf.
En bij het lezen van een recept dat voor zes personen is terwijl jullie met drie zijn. Dan moet alles gehalveerd worden, en dat is delen door 2, maar andersom werkt het net zo goed: een recept voor twee dat voor zes moet.
Wanneer dit aan bod komt
Delen door 3 komt in groep 5, kort nadat de tafel van 3 paraat is. In groep 6 wordt het herhaald met grotere getallen en met rest.
In de leerlijn van SLO staan de basisbewerkingen tot 100 als kennis die snel uit het hoofd moet gaan. Delen valt daar gewoon onder, ook al krijgt het in de methode minder oefentijd dan vermenigvuldigen.
Oefen delen door 3
Sommen door elkaar, met sterren die laten zien welke er al in zitten. Gratis, zonder account.
