Home › Blog › Delen
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 22 juli 2026 · 6 min lezen · Delen

Deelsommen groep 5: wat je kind dit jaar leert

Overzicht van wat groep 5 leert bij delen: verdelen, de deeltafels, delen met rest en grote getallen

Groep 5 is het jaar waarin delen erbij komt, en dat is de laatste van de vier bewerkingen. Het bijzondere is dat je kind er weinig nieuws voor hoeft te leren: wie de tafels kent, kent de deelsommen in feite al. De kunst zit hem in het herkennen van de vraag.

Wat er dit jaar op het programma staat

Methodes verschillen in volgorde en tempo, maar in grote lijnen komt dit aan bod bij delen in groep 5.

  • De betekenis van delen: eerlijk verdelen en opdelen in groepjes.
  • De deeltafels: eerst door 2, 10 en 5, daarna door 3 en 4, en later de rest.
  • De koppeling met de tafels: 42 gedeeld door 6 is zes keer wat is 42.
  • Delen met rest: sommen die niet precies opgaan.
  • Grotere getallen: 240 gedeeld door 6, via de kleine som.

Waarom delen pas nu komt

Delen leunt volledig op de tafels. Zonder vlotte tafelkennis wordt elke deelsom een zoektocht, en dan is je kind met twee dingen tegelijk bezig.

In de leerlijn van SLO geven kinderen in groep 5 en 6 betekenis aan de bewerking delen aan de hand van situaties met verdelen en opdelen. Dat komt na het automatiseren van de tafelproducten, dat in groep 3 en 4 begint.

De volgorde is dus: eerst tafels, dan deeltafels. Loopt het delen thuis niet, controleer dan altijd eerst de tafels voordat je meer deelsommen gaat oefenen.

De omslag die je kind moet maken

Bij 42 gedeeld door 6 moet je kind niet gaan rekenen maar gaan zoeken: zes keer wat is 42? Die omzetting maakt een kind niet vanzelf.

Zeg de vraag daarom een paar weken lang hardop bij elke deelsom. Kinderen die dat gewend raken, lossen deelsommen daarna net zo snel op als keersommen, want het is dezelfde kennis.

Werkt dat niet, dan is er meestal iets anders aan de hand: de tafel van 6 zit nog niet stevig genoeg. Meer daarover staat bij deelsommen uitleggen.

In welke volgorde de deeltafels komen

De volgorde volgt die van de tafels, en om dezelfde reden: eerst de deeltafels met een duidelijk patroon.

  • Delen door 2 is halveren, en dat kan je kind vaak al.
  • Delen door 10 is een nul weghalen.
  • Delen door 5 gaat via de tafel van 5, die stevig zit.
  • Delen door 4 is twee keer halveren.
  • Delen door 3, 6, 7, 8 en 9 volgen daarna, in het tempo van de tafels.

Waar kinderen in groep 5 vastlopen

In de praktijk zie je vier dingen terugkomen, en de oorzaak ligt bijna altijd ergens anders dan bij het delen zelf.

  • De tafels wankelen. Dan wordt elke deelsom uitrekenen in plaats van opzoeken.
  • De som wordt omgedraaid. 12 gedeeld door 3 wordt 3 gedeeld door 12. Bij optellen mocht dat wel, en die gewoonte werkt door.
  • Verhaalsommen. Het rekenwerk klopt, maar je kind ziet niet dat het om delen gaat.
  • De rest. Bij een som die niet opgaat, denkt een kind dat het iets fout doet.

Oefen de deelsommen

Alle deeltafels van 1 tot en met 12, in korte rondes met sterren en een deeldiploma. Gratis, zonder account.

Naar de deelsommen

Deelsommen groep 5 thuis oefenen

Tien minuten per dag is genoeg, en het hoeft niet aan tafel. Delen zit in bijna elke huishoudelijke situatie.

  • Achttien koekjes over drie kinderen: hoeveel elk?
  • Een pak van vierentwintig knikkers in zakjes van vier: hoeveel zakjes?
  • Zesendertig euro voor drie kaartjes: wat kost er een?
  • Twintig minuten voor vier spelletjes: hoeveel tijd per spel?

Wissel bewust af tussen verdelen en opdelen, dus tussen hoeveel elk en hoeveel groepjes. Kinderen die alleen het eerste type krijgen, herkennen het tweede op een toets niet.

Wat er aan het eind van groep 5 moet zitten

Een korte lijst om aan af te meten. Dit is waar groep 6 direct op voortbouwt.

  • De deeltafels tot en met 10, door elkaar en zonder uitrekenen.
  • Het verband tussen keersom en deelsom kunnen benoemen.
  • Weten wat je met een rest doet in een eenvoudige situatie.
  • Verhaalsommen herkennen als deelsom.

Lukt een van deze dingen nog niet, dan is dat geen ramp, maar wel iets om in de zomer even aandacht aan te geven. In groep 6 komen grotere getallen en in groep 7 de staartdeling, en die veronderstellen dit rijtje.

Wanneer je aan de bel trekt

Zorgelijk wordt het als je kind halverwege groep 5 bij elke deelsom opnieuw moet gaan uitrekenen, of als het de tafels nog steeds als rijtje kent en niet los.

Bespreek dat met de leerkracht in plaats van thuis meer deelsommen te oefenen. Vraag welke aanpak de klas gebruikt, en volg thuis dezelfde. Twee verschillende verhalen bij dezelfde som is voor een kind van acht verwarrend.

Wat er in groep 6 en 7 op volgt

In groep 6 komen grotere getallen aan bod, zoals 240 gedeeld door 6, en wordt het delen met rest uitgebreid. Ook de link met breuken begint daar: 3 gedeeld door 4 is ook 3/4.

In groep 7 volgt de staartdeling, waarin alles samenkomt: tafelkennis, aftrekken, en het omgaan met een rest. Een kind dat in groep 5 het idee van delen goed te pakken heeft gekregen, heeft daar merkbaar minder moeite mee.

Delen en breuken horen bij elkaar

Aan het eind van groep 5 of in groep 6 valt er een kwartje dat veel ouders zelf nooit expliciet hebben gehoord: een deelsom en een breuk zijn hetzelfde. 3 gedeeld door 4 is 3/4.

Je ziet het meteen bij een verdeelsituatie. Drie pizza's eerlijk over vier mensen: iedereen krijgt driekwart pizza. De deelsom en de breuk beschrijven precies dezelfde handeling.

Dat verklaart ook waarom de breukstreep als deelteken gebruikt wordt. Een breuk is letterlijk opgeschreven wat je moet delen.

Voor groep 5 hoeft je kind daar nog niets mee te rekenen. Het is genoeg als het de situatie herkent. Maar wie dit eenmaal gezien heeft, begrijpt in groep 6 sneller wat een breuk eigenlijk is. Meer daarover staat bij breuken uitleggen.

Veelgestelde vragen

Wat leren kinderen in groep 5 bij delen?

De betekenis van delen, dus verdelen en opdelen, en daarna de deeltafels. Ook komen het delen met rest en de eerste grotere getallen aan bod. De volgorde van de deeltafels volgt die van de gewone tafels.

Waarom begint delen pas in groep 5?

Omdat delen volledig op de tafels leunt. Zonder vlotte tafelkennis wordt elke deelsom een zoektocht en is een kind met twee dingen tegelijk bezig. Daarom komen eerst de tafels in groep 4 en 5, en pas daarna het delen.

Mijn kind kent de tafels maar loopt vast op deelsommen. Hoe kan dat?

Meestal omdat het de vraag niet herkent. Bij 42 gedeeld door 6 moet je kind denken: zes keer wat is 42? Die omzetting maakt een kind niet vanzelf. Zeg die zin een paar weken hardop bij elke deelsom.

Wat moet mijn kind aan het eind van groep 5 kunnen bij delen?

De deeltafels tot en met 10 door elkaar, zonder uitrekenen. Verder het verband tussen keersom en deelsom kunnen benoemen, weten wat je met een rest doet, en een verhaalsom herkennen als deelsom.

Hoe help ik als mijn kind de deelsom omdraait?

Laat het de som eerst opschrijven voordat het gaat rekenen, en zeg hem hardop voluit: twaalf gedeeld door drie. Bij optellen mocht omdraaien wel, en die gewoonte werkt door. Met een verhaaltje erbij, zoals twaalf snoepjes over drie kinderen, is meteen duidelijk wat er verdeeld wordt.