Werkvormen voor de rekenles: acht vormen zonder voorbereiding

Bij een klassikale vraag antwoordt één leerling en kijken er vijfentwintig toe. Dat is geen les maar een gesprek met de snelste. Deze acht werkvormen kosten geen voorbereiding en zorgen dat iedereen tegelijk denkt, en dat is bij rekenen het hele verschil.
1. Wisbordjes
Iedereen schrijft het antwoord op en houdt het bordje tegelijk omhoog. In één blik zie je de hele klas.
Dit is de meest bruikbare werkvorm die er is, en hij kost je één set bordjes. Ze werken bij elke bewerking en bij elk leerjaar.
Belangrijk is dat iedereen tegelijk omhoog gaat. Zonder dat teken kijken leerlingen bij de buurman en valt de opbrengst weg.
2. Duim omhoog of omlaag
Jij noemt een som en een antwoord, en de klas beoordeelt of het klopt. Duimen bij de borst, zodat niemand overschrijft.
Maak de foute antwoorden plausibel. Bij 7 keer 8 zeg je 54 of 63, niet 20; dan moeten leerlingen echt rekenen.
Deze vorm oefent iets wat op werkbladen nooit langskomt: een antwoord beoordelen in plaats van produceren.
3. Denken, delen, uitwisselen
Eerst een halve minuut zelf nadenken, dan overleggen met de buurman, en pas daarna klassikaal.
Die eerste halve minuut is de kern. Zonder die stap praat de snelste meteen en denkt de rest niet zelf.
De vorm werkt vooral bij vragen zonder eenduidig antwoord: hoe zou jij deze som aanpakken, en waarom zo?
4. De klas in vieren
Zet vier antwoorden op het bord, waarvan één goed. Leerlingen gaan bij de hoek staan die zij kiezen.
Je ziet meteen hoe de klas verdeeld is, en de foute hoeken vertellen je welke misconceptie er speelt.
Vraag daarna aan elke hoek waarom ze daar staan. Die uitleg is de les, niet het goede antwoord.
5. Genummerde koppen
Groepjes van vier, iedereen een nummer. Je stelt een vraag, de groep overlegt, en dan noem je een nummer.
Omdat niemand vooraf weet wie er moet antwoorden, zorgt de groep dat iedereen het snapt. Dat is precies het effect dat je wilt.
Werkt goed bij verhaalsommen en bij vragen over aanpak, minder bij het automatiseren van feiten.
6. Binnen- en buitenkring
Twee kringen tegenover elkaar. De binnenkring stelt een som, de buitenkring antwoordt, en daarna schuift de buitenkring een plaats op.
In vijf minuten heeft elke leerling tien sommen gedaan met tien verschillende partners. Dat is meer herhaling dan een werkblad in dezelfde tijd oplevert.
Geef de binnenkring kaartjes met sommen, zodat er niet gezocht hoeft te worden. Wissel halverwege de rollen.
7. De fout zoeken
Zet een uitgewerkte som op het bord met precies één fout erin. De klas zoekt hem in tweetallen.
Bij een staartdeling of een cijfersom werkt dit uitstekend, want daar zitten veel stappen in waarin iets kan misgaan.
Het levert bovendien iets op wat je bij het nakijken van eigen werk nodig hebt: leren kijken naar de stappen in plaats van naar het antwoord.
8. Ieder een stukje
Geef elk groepje een deel van een grotere opgave. De ene groep berekent de oppervlakte, de andere de omtrek, de derde de kosten per vierkante meter.
Aan het eind worden de stukken samengevoegd tot één antwoord. Elke groep is dan nodig, en dat is de motivatie.
Dit is de enige vorm in de lijst die voorbereiding kost, en hij is geschikt voor een projectles in plaats van voor het dagelijkse kwartiertje.
Waar werkvormen voor de rekenles op staan of vallen
Twee dingen bepalen of een vorm oefening is of alleen beweging.
Het eerste is dekking: doet iedereen tegelijk iets zichtbaars? Zo niet, dan werkt de helft van de klas niet.
Het tweede is doel. Bij het automatiseren van feiten wil je tempo en veel herhalingen; bij het bespreken van aanpak wil je juist tijd om te denken. Dezelfde vorm past niet bij allebei.
Kies er bovendien twee of drie uit die je echt vaak gebruikt. Een vorm die de klas kent, kost geen uitleg meer, en dat scheelt elke les een paar minuten.
Wat de leerlijn vraagt
In de leerlijn van SLO staat dat leerlingen leren hun aanpak te onderbouwen en oplossingen te beoordelen.
Dat kerndoel vraagt om praten over rekenen, en dat gebeurt alleen in werkvormen waarin leerlingen elkaar iets uitleggen.
Coöperatieve vormen zijn daarmee geen afwisseling naast de rekenles maar de manier waarop je aan dat doel werkt.
Automatiseren naast de werkvormen
Korte rondes met sommen door elkaar, met per leerling zicht op wat er paraat is. Gratis, zonder account.
