Hoeveel rekenen per dag is genoeg?

Het korte antwoord is vijf tot vijftien minuten, afhankelijk van de groep. Dat klinkt weinig voor iets waarvan je wilt dat het beter gaat. Toch is het precies genoeg, en langer doorgaan levert in de praktijk minder op dan stoppen terwijl het nog leuk is.
Hoeveel rekenen per dag per groep
De richttijden lopen op met de leeftijd, en ze zijn korter dan de meeste ouders verwachten.
- Groep 3 en 4: vijf minuten.
- Groep 5 en 6: tien minuten.
- Groep 7 en 8: tien tot vijftien minuten.
Dat is per dag, op vier of vijf dagen per week. Optellen over een week komt dat neer op ongeveer een uur, en dat is voor thuis genoeg.
Die tijden gaan over oefenen thuis, dus over de feiten en niet over de stof van school. In de klas rekent je kind daarnaast nog vijf uur per week, en dat is waar het nieuwe geleerd wordt.
Reken er ook op dat de eerste weken minder soepel gaan dan de weken daarna. Een gewoonte kost tijd om te wennen, en de tijd die daarvoor nodig is telt niet als oefentijd.
Waarom kort beter werkt
Voor het inslijpen van rekenfeiten geldt dat vaak en kort meer oplevert dan zelden en lang.
Vijf keer zes minuten in een week is effectiever dan een half uur op zondag, omdat er tussen de rondes tijd zit waarin het brein het opnieuw moet ophalen.
Daar komt bij dat concentratie eindig is. Na tien minuten sommen maken zakt de aandacht, en dan wordt er vooral geoefend in fouten maken. Meer daarover staat bij herhaling van rekenfeiten.
Er is nog een reden om het kort te houden: je kind moet er morgen weer aan willen beginnen. Stoppen terwijl het nog goed gaat, is de beste garantie dat dat lukt.
Een sessie die eindigt met een geeuw of een discussie kost je de dag erna dubbel zoveel moeite. Tien minuten die goed gingen, kosten je morgen niets.
Wanneer meer nodig is
Bij een echte achterstand mag het meer zijn, maar niet langer per keer. Verdeel het dan over twee momenten op een dag.
Tien minuten na school en tien minuten na het eten werkt beter dan twintig minuten achter elkaar. Twee korte blokken voelen bovendien minder als straf.
En houd het tijdelijk. Een inhaalperiode van zes weken is te overzien; een half jaar extra oefenen houdt niemand vol.
Zet er ook een einddatum op en zeg die hardop tegen je kind. Zes weken extra oefenen met een datum in zicht voelt heel anders dan onbepaald langer moeten.
Tien minuten per dag
Korte rondes met sterren en een diploma, precies lang genoeg om vol te houden. Gratis, zonder account.
Wanneer minder ook prima is
Gaat het rekenen goed, dan is dagelijks oefenen niet nodig. Twee of drie keer per week vijf minuten houdt de feiten op peil.
Ook in drukke weken mag het minder. Een gemiste week haal je in een paar dagen weer in; een kind dat een hekel aan rekenen krijgt, niet.
En in de vakantie mag het helemaal stil liggen, met hooguit iets losjes. Meer daarover staat bij rekenen in de zomervakantie.
Kijk daarbij naar het geheel van de week en niet naar losse dagen. Vier keer tien minuten met een gemiste dag ertussen is een prima week; drie weken niets is iets anders.
Tel het huiswerk mee
Krijgt je kind al rekenhuiswerk van school, dan telt dat mee. Bovenop een half uur huiswerk nog eens een kwartier oefenen is te veel.
Kies dan voor het huiswerk en houd hooguit vijf minuten over voor de tafels. Die vijf minuten zijn precies het deel dat school niet dekt.
Meer over wat huiswerk wel en niet oplevert staat bij helpen met rekenhuiswerk.
Vraag bij twijfel aan de leerkracht hoeveel tijd het huiswerk hoort te kosten. Duurt het thuis structureel twee keer zo lang, dan zegt dat iets over de stof en niet over de inzet.
Dat gesprek levert bovendien vaak op dat er minder meegegeven wordt, of iets anders. Een half uur worstelen met een blad dat niet past, is voor niemand nuttig.
Wat de tijd moet opleveren
De minuten zijn geen doel. Waar het om gaat, is dat de basisfeiten paraat komen, want daar hangt de rest van het rekenen aan.
In de leerlijn van SLO staat dat leerlingen de basisbewerkingen tot honderd snel uit het hoofd moeten kunnen en de tafels van buiten moeten kennen.
Snel en van buiten zijn de sleutelwoorden. Die twee bereik je met korte dagelijkse herhaling, en niet met lange sessies.
