Home › Blog › Voor leerkrachten
Veerle Dielen · Basisschoolleerkracht · 1 september 2026 · 8 min lezen · Voor leerkrachten

Negatieve getallen introduceren met temperatuur en de getallenlijn

Een kaart met een thermometer van min 10 tot plus 20 naast een horizontale getallenlijn

Negatieve getallen zijn het eerste onderwerp waarbij leerlingen onder de nul moeten. Zeven jaar lang was nul het laagste dat er was, en dan blijkt er meer te zijn. Dat is geen kleine uitbreiding maar een nieuw stuk getallenlijn, en de introductie bepaalt of het beeld klopt.

Negatieve getallen introduceren met de thermometer

Temperatuur is de enige context waarin leerlingen negatieve getallen al zijn tegengekomen. Min vijf graden is een bekend begrip.

Bovendien is de thermometer een verticale getallenlijn met de nul in het midden. Dat maakt boven en onder nul letterlijk zichtbaar.

Begin daar dus, en niet bij schulden of bij liften. Die kunnen later; de thermometer heeft de voorkennis mee.

Van thermometer naar getallenlijn

De thermometer is de introductie en niet het eindmodel, want hij staat verticaal en de rest van het rekenen ligt horizontaal.

Draai hem daarom expliciet een kwartslag en leg de lijn neer, met nul in het midden en de negatieve getallen links.

Dat is precies de lijn die leerlingen bij het rekenen tot 100 al hebben gebruikt, alleen verlengd naar links. Zeg dat er ook bij.

De volgorde is het eerste struikelblok

Wat is kouder, min 3 of min 8? De meeste leerlingen zeggen min 3, want 3 is minder dan 8.

Bij negatieve getallen keert de volgorde om: hoe groter het getal achter de min, hoe kleiner de waarde. Min 8 is kouder dan min 3.

Dat is opnieuw een botsing met een regel die zeven jaar klopte. Los hem op met de lijn: wat links staat, is kleiner. Altijd.

Rekenen als sprongen op de lijn

In groep 8 blijft het bij het bepalen van een verschil, en dat kun je volledig als sprongen behandelen.

Van min 3 naar plus 5: eerst drie stappen naar de nul, dan vijf verder. Samen acht graden verschil.

Die tussenstop op nul is de kern. Zonder die stap tellen leerlingen door en komen ze op vijf of op twee uit.

Oefen het verschil bepalen

Sprongen op de getallenlijn en het bepalen van een verschil. Korte rondes met zicht per leerling. Gratis, zonder account.

Bekijk het voor de klas

Wat je in groep 8 niet doet

Het optellen en aftrekken met negatieve uitkomsten hoort bij de brugklas en niet bij de basisschool.

Sommen als min 3 min min 5 leveren alleen verwarring op en horen niet bij de kerndoelen. Laat ze liggen, ook als een sterke leerling erom vraagt.

Wat wel hoort: negatieve getallen herkennen, ordenen, en het verschil bepalen in een context. Dat is het hele programma.

Contexten die kloppen

Naast temperatuur zijn er drie contexten die werken, en één die dat niet doet.

  • De lift: verdiepingen onder de begane grond.
  • Hoogte: onder zeeniveau, herkenbaar in Nederland.
  • Een spel met punten die je kunt verliezen.

Wat niet werkt is een schuld op een rekening, want daar wordt het bedrag meestal positief genoemd. Een schuld van 50 euro voelt niet als min 50, en dan botst de context met het model.

De koppeling met de rest van het rekenen

Negatieve getallen lijken een los onderwerp en ze horen bij een lijn die in groep 3 begint: het getalbegrip.

Elke uitbreiding is dezelfde beweging. Eerst tot 20, dan tot 100, dan kommagetallen tussen de hele getallen, en nu links van de nul.

Zeg dat expliciet en gebruik steeds dezelfde getallenlijn. Leerlingen die dat verband zien, ervaren het als uitbreiding en niet als iets nieuws.

Wat de leerlijn vraagt

In de leerlijn van SLO gaat het over het doorzien van de structuur en samenhang van getallen en het ermee rekenen in praktische situaties.

Praktische situaties is hier het sleutelwoord: temperatuur en hoogte staan in de leerlijn, kale sommen met negatieve uitkomsten niet.

Dat geeft je ook een grens. Wat de brugklas doet, hoef jij niet voor te bereiden; wat je wel doet, is zorgen dat het beeld van de lijn klopt.

Veelgestelde vragen

Waarmee introduceer je negatieve getallen?

Met de thermometer. Dat is de enige context waarin leerlingen ze al zijn tegengekomen, en hij is meteen een verticale getallenlijn met nul in het midden. Draai die daarna een kwartslag naar de gewone getallenlijn.

Waarom vinden leerlingen de volgorde lastig?

Omdat die omkeert: hoe groter het getal achter de min, hoe kleiner de waarde. Min 8 is kouder dan min 3, terwijl 8 groter is dan 3. Los het op met de lijn: wat links staat, is kleiner.

Hoe bepaal je een verschil over de nul heen?

In twee sprongen, met nul als tussenstation. Van min 3 naar plus 5 is eerst drie stappen naar nul en dan vijf verder, samen acht. Zonder die tussenstop tellen leerlingen door en komen ze verkeerd uit.

Moeten leerlingen sommen met negatieve uitkomsten maken?

Nee, dat hoort bij de brugklas. In groep 8 blijft het bij herkennen, ordenen en het verschil bepalen in een context. Sommen als min 3 min min 5 leveren alleen verwarring op.